donderdag 22 april 2010

Dit blog is verplaatst


Deze blog bevindt zich nu op http://blog.marijndevries.nl/.
Je wordt binnen 30 seconden automatisch omgeleid, maar je kunt ook hier klikken.

Als je een abonnement op een feed hebt, kun je dit bijwerken op
http://blog.marijndevries.nl/feeds/posts/default.

woensdag 21 april 2010

Huilen in Hoei

Sommigen moeten kotsen als ze op de Muur van Hoei finishen. Ik moest janken.

Zo diep was ik gegaan. Zo opgelucht was ik dat het voorbij was.

Ik had vreselijke verhalen gehoord over de Muur van Hoei. Ik wilde me niet bang laten maken. Had ik besloten.

Maar toen ik er de eerste keer tegenop reed, werd ik doodsbenauwd.

Steil. Pijn. Ben ik nóg niet boven? Bocht. Nog steiler. Wat een hel.

En dan moet je dus nog een keer. Met kramp van mijn hakken tot m'n heupen reed ik trillend van angst richting een tweede martelgang. Ik ging dat niet nog een keer redden. Echt niet.

Maar het moest. Rechtsaf, omhoog.

Als je boven bent, houdt het op. Nog even. Nog een klein stukje. De tijd stond stil. Als je boven bent, houdt het op. Echt.

Ik zag de streep. Reed eroverheen.
Als 27ste.
En huilde.

dinsdag 20 april 2010

Oei de Muur van Hoei

"De Muur van Hoei? Daar word ik 's nachts gillend wakker van!", aldus I., de klimgeit van de ploeg.

Morgen rij ik mijn eerste wereldbekerwedstrijd. De Waalse Pijl. Met finish op die Muur van Hoei.

Ik kan u melden: hij valt best mee. Met de auto. We hebben 'm net even verkend, na de ploegenpresentatie in het oude centrum van Hoei.

Dat is me trouwens wel wat hoor, zo'n ploegenpresentatie. We werden verzocht met z'n vijven het podium te betreden, alwaar een corpulent heerschap muziek verzorgde en een man met van die Tour de France-uithalen ons voorstelde aan het publiek op het plein.

Dat ging in het Frans. Dus je moest goed luisteren: "Ma-h-ghèèèijn-heh deh Fgíííes-heh!" Bedoelt ie mij? Ja? Snel zwaaien naar het publiek dan! Daar waar mijn ploeggenoten het gebeuren geroutineerd over zich heen lieten komen, stond ik alleen maar mallotig te grinniken.

Na drie minuten was het klaar en stonden we alweer naast het podium. Handtekeningen - hihihaha stel je voor - uit te delen. En te discussiëren of we nu wel of niet de Muur op moesten rijden. Mijn ploeggenoten hoefden 'm niet zo nodig te zien. Ze hebben er allemaal nachtmerries van.

Hij is steil ja. Retesteil. En we moeten er maar liefst twee keer overheen. Maar ik ben vastbesloten me niet bang te laten maken. Want ik zal toch omhoog moeten. Hoe dan ook. Stiekem ben ik wel benieuwd. Naar hoe de Muur voelt, maar óók naar hoe ik morgenavond piep en morgennacht droom.

zondag 18 april 2010

De rennertjes uit de vensterbank

"Aaarggh, wát hebben ze met mijn wielrennertjes gedaan?!"

Vriend J.
viel bijna om van schrik toen ik vertelde dat de wielrennertjes een uitstapje hadden gemaakt naar buiten. Zijn prachtige rennertjes, die al jaren in de vensterbank staan. "Eh... ze hebben ze op de grote bank gezet...", mompelde ik, in de wetenschap dat dit J. een hartverzakking zou bezorgen.

In onze binnentuin staat een bank waar ons luchtafvoersysteem in zit weggewerkt. De bank is opgebouwd uit latjes. Tussen elk latje zit een dikke spleet. Daar valt wel eens wat in. Dat ben je dan kwijt. Voor eeuwig.


"Nee! De rennertjes hadden zomaar in een spleet kunnen vallen! Dan was ik ze voor eeuwig kwijt geweest!", riep J. dus ook terecht. Dat was godzijdank niet gebeurd. Maar ik was er ook even bang voor, toen ik de fotograaf en de journalist met de rennertjes in de weer zag. Al zeiden ze dat ze heel voorzichtig zouden zijn.


Bij het zien van de voorpagina van het zaterdagkatern waarop het interview met mij stond, vulden J.'s ogen zich met trots. "Kijk nou, mijn wielrennertjes! Ze hebben de krant gehaald!", sprak hij warm. Dat hadden ze.
En hoe.

Zie hier
het interview, in het Dagblad van het Noorden van gisteren.

zaterdag 17 april 2010

Wormen en maden

Als ik langs dit bordje fiets, en ik fiets er nogal eens langs, dan moet ik gek genoeg altijd aan Jan Peter Balkenende denken.

vrijdag 16 april 2010

Grmbl

Twee dagen volledige rust. Veel slaap. Ochtendpols weer gezakt tot aanvaardbare waarde. Pijntjes in keel en neus zo goed als niet meer bespeurbaar. Hoog tijd om de benen te testen.

Morgen is de Ronde van Gelderland. Daar heb ik al weken zin in. Want het is een thuiswedstrijd - de Veluwe, de IJsseldijken, de Posbank: dat is mijn trainingsgebied.


Ik fiets de IJsselbrug over en sla af richting Zalk. Hmmm, dat voelt best oké. Eerste sprintje, om wat spanning in de benen te brengen. Tempo maken lukt wel, maar die hartslag... Die doet niet lekker mee, constateer ik als ik me weer op het zadel laat zakken.


Normaal gesproken schíet m'n hartslag na een dag rust omhoog bij een sprintje. Na twee dagen rust zou ie helemaal fel moeten reageren. Niet dus. Misschien omdat dit het eerste sprintje was...? De volgende gaat vast beter, spreek ik mezelf moed in.


Tweehonderd meter voor het bordje De Zande: tweede sprintje. Bam bam bam, alle spieren aangespannen. Bij het passeren van het bordje kijk ik meteen op m'n hartslagmeter. Nee, daar schiet niks lekker omhoog. Getver. Misschien moet ik gewoon weer even wennen na twee dagen niet fietsen.


Ik steek de rijksweg over en sla af richting Wezep. Het voelt wat wazig in m'n hoofd. Dat komt vast door het binnen zitten. Ik zal die spinnenwebben eens even wegjagen. Derde sprintje. M'n benen protesteren, m'n hart doet niet mee.

Zo zijn we niet getrouwd!
Tijdens het vierde sprintje trek ik alles uit de kast (alsof ik dat bij de eerste sprintjes niet gedaan had) - resultaat: niet zoals gewenst. Ik fiets rustig door. Maar de twijfel slaat nu echt toe.

Zal ik wel, morgen? Zal ik niet...? Misschien is het na nog een nacht goed slapen beter? Vast! Ja maar... je moet toch ook toegeven: het is niet zomaar een ritje! De Ronde van Gelderland is een superzware koers. Dat weet je nog
van vorig jaar.

Ik klamp me vast aan het laatste sprankje optimisme en sprint tegen de Leemcule omhoog. Halverwege laat ik mezelf weer op het zadel vallen. Alle hoop vervlogen. Realiteitszin, komt er maar in!


Je kunt nog zo graag willen, maar als je lichaam zegt: doe maar niet, dan doe je er goed aan daar naar te luisteren. Zeggen ze. Ik haat dat. Maar soms moet je berusten. Ik deed er precies 1 uur, 18 minuten en 30 seconden om tot die conclusie te komen: geen Ronde van Gelderland voor mij.


Verstandig hoor. Ja ja. Kutzooi.

donderdag 15 april 2010

Malaise

De zon schijnt en ik zit al twee dagen zielig binnen.

Met gemengde gevoelens kijk ik af en toe naar m'n fiets die onaangeroerd in de gang staat. Ik ben snotterig, heb keelpijn en voel me lamlendig. De propjes volgesnoten keukenrol liggen door de hele kamer. Ik slaap overdag en lig 's nachts te woelen.


Het hoort erbij, zo tijdens een wielerseizoen. Iedereen krijgt er last van. 't Is ook niks ernstigs. Maar ik ben er wel weer klaar mee. Niks aan, dat gehang. Mag het nu snel over zijn?


Ik wil naar buiten!

woensdag 14 april 2010

Zuipen, kreng!

"Heb je nog maar zo weinig gedronken?", vroeg Rob Harmeling me met een schuine blik op mijn bidons.

Ik was even bij hem op bezoek om wat spulletjes op te halen en moest toegeven dat ik inderdaad nog maar een paar slokjes had genomen sinds ik een uur en een kwartier geleden uit Zwolle was vertrokken


Oud-wielrenners, ze letten ook op alles. Zelfs op de inhoud van je bidons. "Ben jij zo'n slechte drinker?", vervolgde Rob hoofdschuddend. "Was ik ook. Man, ik piste altijd fluorescerend na een koers!"


Nu heb ik dat nog nooit gedaan, fluorescerend pissen, maar Rob heeft wel gelijk. Ik ben geen goede drinker op de fiets. Ik weet hoe slecht dat is en neem me iedere keer weer voor voldoende te blijven drinken, ook als ik geen dorst heb.


Met drie van Robs potjes in m'n rugzakjes (is er eigenlijk een officiële naam voor die drie zakjes op je rug?) vertrok ik weer, richting Deventer. Netjes nam ik om de zoveel tijd een slokje.
Uit mijn bidons dan hè, niet uit die potjes.

Tijdens trainingen is drinken tegenwoordig niet meer zo'n probleem. Dan gaat er altijd wel aardig wat vocht in. Maar tijdens wedstrijden vergeet ik het. Vaak drink ik niet eens één bidon leeg. Slecht.


Misschien moet ik maar wat vaker terugdenken aan mijn studententijd als ik aan het koersen ben. Toen wist ik namelijk nog wel wat zuipen was.

zondag 11 april 2010

Bedscène 2

"Ga weg, je stinkt!", moppert vriend J. steevast als ik de avond voor een koers naast hem onder het dekbed kruip.

Schuldbewust schuif ik een stukje bij hem vandaan. Met mijn handen boven de dekens. Want zo kan de roze nagellak goed drogen. De stinkende roze nagellak.

Ik dacht altijd dat ik niet zo van het bijgeloven ben. Ik hoef niet hoe dan ook oorbellen in, zoals
ploeggenoot C. En het is voor mij ook niet per se een goed teken als mijn startnummer hetzelfde is als het nummer van mijn hotelkamer, iets waar ploeggenoot L. bij zweert.

Maar die roze nagels. Dat is inmiddels een soort ritueel geworden. Ik vind roze nagels tijdens de koers fijn. Dat slaat nergens op, want ik kijk er geen moment naar. Als het koud is heb ik er zelfs hele handschoenen overheen, in plaats van de koershandschoentjes zonder vingers. Dan zie je er dus sowieso geen ruk van.

Roze nagels voelt goed. Ze staan zo lekker kittig bij de roze bloemtjes op m'n fiets, bij mijn roze bandjes en bij dat roze pakje. Als ik dan toch goed gesoigneerd de koers in ga, doe ik dat het liefst all the way. Zelfs als je ze niet ziet. Ik weet dat ze er zitten, die roze nagels. Dat is genoeg.

Het moet ook altijd de avond voor de koers, dat nagels lakken. Liefst vlak voor ik ga slapen. Dan is de nagellak de volgende dag nog vers, glimmend en onbeschadigd. Zonder krasjes, putjes of plekjes. Daar kan ik niet tegen.

Dat vriend J. dan niet dicht bij me wil liggen, vanwege de nagellakstank, neem ik voor lief. Aso die ik ben. Dat begint toch aardig naar bijgeloof te rieken.

Snert

Je kunt je nog zo verheugen op een koers over je geboortegrond.

En je concentreren voor de start (ik kijk echt niet boos! Ik kijk geconcenteerd).

Maar als je de slag mist, komt er DNF achter je naam.


En dat terwijl RTV Drenthe nog zo'n mooi deel van het wedstrijdverslag aan je wijdt.


Snert zeg.

vrijdag 9 april 2010

Koers over geboortegrond

Door het buulzand op het zandpad tussen Slien en Erm hoeven we dit weekend niet hen, met onze racefietsen. En we gaan vast ook te snel om het een echte trip down memory lane te laten worden.

Maar toch. Zondag ga ik voor het eerst van mijn leven over mijn geboortegrond koersen. Jammer dat we niet door 't Haantje komen. Dan kon ik even naar mijn geboortehuis zwaaien.


Maar we komen wel door Oosterhesselen. Langs de Woag, de kroeg waar ik voor het eerst uitging. Ik was vijftien. Ik droeg een toen zeer modieuze houthakkersbloes van mijn vader, bij mijn broek in gepropt, en stond met een glas bessen in de hand te twijfelen of ik nu wel of niet moest gaan dansen. Ik wist niet dat auto kiek'n hetzelfde was als brommers kiek'n en had ineens de tong van een jongen waar ik niets van moest hebben in m'n mond. Daar zal ik vast even aan denken als ik langs de Woag fiets.

Sleen doen we niet aan, het dorp waar mijn ouders wonen en waar mijn basisschool staat. Ik had twee staartjes en hield van tekenen. Later was ik altijd in de sporthal te vinden, omdat ik toen volleybalde. Behoorlijk fanatiek.

Via Schoonoord (Ellert en Brammert!) gaan we naar Westerbork. Niet alleen bekend vanwege het kamp, maar ook vanwege de Sterrenwacht en de Melkweg. Wat hebben wij een uren doorgebracht bij die enorme schotels, op tientallen meters afstand van elkaar, waar je elkaar door een klein ringetje heen fluisterend zomaar kon verstaan! Magisch.

We komen bijna bij tante A. in Beilen langs, die altijd leuke dingen met ons deed. Zoals die Melkweg lopen. Maar ook pannenkoeken eten, naar kindertheater of hutten bouwen in het bos.

De finish is in Hoogeveen. Opa en oma! Met de bloemetjesboom in de achtertuin! We stonden altijd te trappelen om aan die boom te schudden. Roze sneeuw. Maar dat mocht pas als de bloesems uitgebloeid waren. Wee je gebeente als je het toch waagde... dan tikte oma heel hard met haar trouwring tegen het keukenraam.

Zoveel herinneringen in honderdveertig kilometer. Ik mag er nu nog even over mijmeren. Zondagmiddag is er geen tijd voor dromen over bloemetjesbomen, pannenkoeken en melkwegen. Dan is het oogkleppen op... en gaan!

donderdag 8 april 2010

Fietsontmoedigingsbeleid

"Meneer de conducteur, waar zijn de fietscoupés tegenwoordig toch gebleven?", vroeg ik vanavond een beetje wanhopig aan de man met de rode pet met het fluitje in z'n hand.

Ik was al een paar keer op en neer gelopen, de tijd drong, maar ik zag nergens zo'n blauw fietsje op de deur geplakt. "Eh jahaa...", krabde de conducteur onder z'n pet, "die hebben we tegenwoordig niet echt meer..."


Zie je wel! Ik had het me dus toch niet verbeeld. De laatste tijd kon ik steeds moeilijker fietscoupés vinden, of beter: ik vond ze meestal niet. Nu ben ik doorgaans niet zo vroeg bij de trein dat ik er drie keer langs kan lopen; heel zeker van mijn zaak was ik dus nog niet. Maar deze conducteur bevestigde mijn bange vermoedens onomwonden.


Dat nam niet weg dat ik met stomheid geslagen was. "Waar moet ik mijn fiets dan neerzetten?", vroeg ik hem. "Oh, ergens waar je 'm kwijt kunt", wuifde hij me weg. Ergens waar ik 'm kwijt kan?! Normaal gesproken krijg ik dan moppers van de collega's van deze petmans. Daar trok hij z'n schouders over op: "Wat moet je dan, als er geen fietscoupés meer zijn?"


Ja, wat moet je dan. Vorige week constateerden vriend J. en ik ook al met stijgende verbazing een nieuwe tekst op het fietskaartje.
Niet geldig van maandag t/m vrijdag van 6.30 - 9.00 u en van 16.30 - 18.00 u. Vroeger mocht je je fiets alleen niet meenemen in de ochtendspits. En tegenwoordig kennelijk ook al niet meer in de avondspits. Staat patsboem zonder waarschuwing op het kaartje gedrukt

Waar zijn de NS mee bezig, eigenlijk? Stiekem fietsontmoedigingsbeleid? Waarom?! En maar rondrijden met van die treinen met topsporters erop. Goeie sier maken, ja. Maar intussen... Als ze geen fietsen meer in de trein willen, laten ze dat dan gewoon hardop zeggen. In plaats van alle fietscoupés verwijderen en fietsen nog maar een paar uurtjes per dag toe te laten.


Want al voel ik me in m'n fietspakje een soort kermisattractie in de trein (ik trek echt het normaalste gezicht van de wereld, maar dat helpt geenszins), ik vind de trein-fietscombinatie ideaal. Zo kan ik na mijn werk een duurtraininkje doen, van Hilversum naar huis. Of even op het parcours van WV Eemland koersen en dan met de trein doorrijden naar Zwolle. Soms ga ik met de trein naar een koers. De beentjes languit, boekje erbij. Eigenlijk veel relaxter dan met de auto.

Beste meneren en mevrouwen van de NS. Mijn fiets houdt zich altijd goed koest. Ik betaal netjes voor 'm. Hij weegt maar zeven kilo. En meestal staat 'ie niemand in de weg. Mag hij dus alsjeblieft nog een tijdje mee in de trein?

woensdag 7 april 2010

Plofkop

Ik zie mezelf iedere dag in de spiegel. Afgetraind raken gaat geleidelijk, dat valt dus niet zo op. Tot je ineens foto's van een paar jaar geleden onder je neus krijgt. Vriend J. van vriendin U. stuurde me er wat toe. Ik schrok me wild.

Ben ik dat?!

Ja, dat ben ik. Een jaar of zes, zeven geleden. Toen ik nog in de kroeg hing en zoop als een maleier. Wat een bolle toet! Ik herken mezelf bijna niet. En ik ben niet de enige. "Het lijkt je zus wel op die foto's!", vindt collega B.

Ik heb geen zus. Ik ben het toch echt zelf. Wat kan een mens veranderen in een paar jaar tijd! M'n puppyvet is verdwenen. Weg zijn de onderkinnen en de appelwangen. In ruil daarvoor heb ik rimpeltjes gekregen. Eigen schuld dikke bult, moet je maar niet zoveel trainen.


Maar ik voel me fit als nooit tevoren. En dát zie je gelukkig ook, ondanks de kraaienpootjes en het strakke vel.

dinsdag 6 april 2010

Raar zadel

Zaterdag, driehonderd meter na de start in de Omloop van Westkerke, ja hoor: d'r ging er eentje bij liggen. Vlak voor me. Daar kukelde ik dus vol overheen, uitwijken ging niet meer.

Het voordeel van over iemand heen vallen, is dat je zelf meestal weinig schade oploopt. Het nadeel: 't is extra pijnlijk door de ander. Dus sorry, gevallen renster, voor dat wiel van mij in je rug en ook voor alle andere plekken waar ik je geraakt heb.


Snel opgekrabbeld. Fiets nog heel? Leek mee te vallen. Ketting eraf. Snel erop gelegd. Ik stapte op, voet in het pedaal: gaan! Een toegesnelde toeschouwer gaf me een zetje.


Ik ging zitten en... hee... zadel. Dat klopte niet. Dat klopte helemáál niet! Wat bleek? Mijn zadel was zo'n beetje vijfenveertig graden naar voren gekanteld. Hoe kon dat nu?! Ik rukte en trok, maar kreeg 'm niet recht. De toeschouwer rukte en trok, met even weinig succes.


Shit! Dan maar zo proberen. Ik was immers niet helemaal naar België gereden om na driehonderd meter al af te haken. Ik sprong op m'n fiets en ging er vandoor. Het voelde raar, zo'n gekanteld zadel, maar als ik m'n handen onderin de beugels hield was het nog best te doen. En hoe gaan die dingen, na een paar kilometer koers ben je in de roes van het spel dat rare zadel ook alweer vergeten.

Ik sprintte zelfs nog naar een zevende plek. Terug bij mijn auto nam ik de schade eens wat nauwkeuriger op. Een schaafwond op m'n heup, verder was ik heel gebleven. En buiten het zadel mankeerde ook mijn fiets niets.


Mijn fiets zag er wel belachelijk uit zo. Grinnikend vroeg ik mezelf af hoe ik daar in godsnaam negentig kilometer op had kunnen koersen. Maar goed dat het zadel voorover gekanteld was, en niet achterover. Want negentig kilometer op een zadel met de punt omhoog, nee, dat was echt niet gelukt.

zondag 4 april 2010

Volgwagen 105

  • Zelf gekoerst: nee (gisteren wel)
  • In ruil daarvoor met m'n neus op de start in Brugge gestaan: ja
  • Een kushandje van Tom Boonen gekregen: nee
  • Het hotel van Lance Armstrong bezocht: ja
  • Doorkomst live gezien: nee
  • Doorkomst van de vrouwen live gezien: uiteraard
  • Marianne Vos het hoofd koel zien houden bij pech: ja
  • Fabian Cancellara aangeraakt: nee
  • Een knipoog van Lars Boom gehad: ja
  • 'The Boss' zelf tegen het ranke lijf gelopen: ja
  • In de volgwagen van Radioshack meegereden: nee (had wel gekund!)
  • Met mijn eigen volgwagen 105 overal doorheen gecrosst: ja (cool)
  • De finish van de vrouwen gezien: nee (te laat! Ik was te laat!)
  • Op bezoek geweest bij Karl Vannieuwkerke: ja
  • Mark Cavendish totaal uitgewoond de bus in zien strompelen: ja
  • Leuke dag gehad: nou...

vrijdag 2 april 2010

Oei! Training geven...

Gisteravond gaf ik voor het eerst van mijn leven een fietstraining. Stel je voor: ik een fietstraining geven. Hihihaha. Ik fiets pas twee jaar en weet zélf nauwelijks hoe het moet.

Dan maar doen alsof. Piekerend zat ik een uurtje voor ik 'moest' op de fiets. Wat zou ik eens gaan doen? Een klimmetje opzoeken? Waaierrijden? Dat vond ik zelf het allerleukst toen ik net begon met fietsen. Maar is dat wel verantwoord bij windkracht achtentwintig? Hmmm...

Nu ging ik die training geven aan de mannen van Gazgas. De club waar het allemaal begon. Dus die zagen mijn onervarenheid vast wel door de vingers. Hoopte ik.

Zij waren het tenslotte die me twee jaar geleden in de kroeg oppikten met de zin: "Jij hebt een racefiets? Zin om mee te fietsen binnenkort?" En me een viltje toestopten met een telefoonnummer. Toen ik dat nummer een paar dagen later smste, bleek de eigenaar geen idee te hebben wie ik was. Tja, bier en grote verhalen...

Maar ik mocht wel mee, de volgende keer dat ze gingen fietsen. Mijn liefde voor het wielrennen ontlook. Toen we een weekend naar de Ardennen gingen, was ik helemaal verkocht. Daar besloot ik er, hevig aangespoord door Gazgas-voorzitter X., voor te gaan.

Waar ik me hoe dichter de training naderde steeds meer zorgen over begon te maken: er mochten ook geïnteresseerde gasten meetrainen. Oei. Daar moest ik toch wel een goede, professionele indruk op maken. Zouden het er veel zijn? Hoeveel fietservaring zouden ze hebben?

Uiteindelijk bleken alleen de diehards van Gazgas het stormachtige weer te willen trotseren. Geen gastrijders. Zwijnde ik daar even.

Steigerungen (= tempoversnellingen; dat woord ken ik ook pas sinds kort), sprintjes, waaierrijden (de wind was ietsie gaan liggen): de mannen luisterden zomaar naar me. En volgens mij was het nog best leuk ook.

donderdag 1 april 2010

Dag meneer

De man met de thermoskannen, die zondagmiddag doodgemoedereerd door Meerssen fietste, terwijl er een peloton vrouwen breed over de weg kwam aanstormen. Het beeld blijft maar op m'n netvlies hangen.

De man fietste op zo'n mooie stalen stadsfiets. Stevig zwart frame, een grote bagagedrager. Hij trapte de pedalen rustig rond. Geen haast. Alleen zijn rechterhand hield het stuur vast. Met links droeg hij thermoskannen. Een stuk of vijf. Glimmende thermoskannen.

Wat deed die man daar? De weg was afgesloten zodat wij, wielrenster, ongestoord konden passeren. Had hij niet door dat hij daar best gevaarlijk reed, binnen het territorium van de voortrazende dunne bandjes?

Waar ging hij naartoe met al die thermoskannen? Ging hij naar zijn klaverjasclub, waarvan hij penningmeester en tevens koffiezetter was? Was het koffiezetapparaat in de voetbalkantine stuk?

De man keek niet eens verbaasd achterom toen er naar hem werd gegild. "Pas op!!" "Aan de kant!" Hij stuurde z'n fiets gewoon wat meer richting stoeprand. De rensters moesten maar om hem en zijn thermoskannen heen.

Ik stuurde een beetje naar binnen. Woesj. Ik was hem gepasseerd. Dag meneer.