In de slipstream van Defensie
Heerlijk, zo'n brullend apparaat dat met veertig in het uur over de Dellen dendert. Geen centje pijn van windkracht vijftien. En da's geen overbodige luxe na door vijftien keer de Knobbel verzuurde pootjes.
Limburgse klassiekers, doe mij die maar. Ik hou van klimmen. Klimmen is zwaar, ja. Maar dat vind ik mooi.
Ja ja ja! Het is nu eindelijk lente! We schrijven woensdag 24 maart 2010: 

In tegenstelling tot de rest van Nederland, was het zaterdag in Oud-Vossemeer kurkdroog. Het zonnetje scheen zelfs. Heerlijk.
Ik ben dus zo iemand die altijd op het nippertje komt binnenhollen. Of net te laat is.
Even iets anders. Dat mag wel een keer hè?
Beste lezer,
Sommige mensen, ik noem geen namen, verliezen geregeld hun lens tijdens het fietsen. Dat had ik tot gisteren nog nooit meegemaakt.
Vrijdagochtend, 10.15 uur. Stoplicht Rieteweg / Nieuwe Veerallee.
Als ik vroeger gaapte tijdens onze redactievergaderingen, keken mijn collega's me verstoord aan. "Ga es wat eerder naar bed joh", kreeg ik te horen. Of: "Zo saai is het toch niet?"
Een jaar lang heb ik 'm gedragen, het gele bandje van Lance Armstrong. Deze herfst heb ik 'm af gedaan. Hij ligt nu in mijn sieradenkistje, het ingedrukte LIVESTRONG kleurt langzaam grijs van het stof dat in de letters blijft hangen.
Tussen de lakens van ons echtelijk bed speelt zich regelmatig het volgende af.
Vorig jaar beviel de Ronde om 't Grote Gat me voor geen meter. Nee. Echt voor geen meter.
Als je met het ezeltje van Bobbie Traksel onder je arm door de gangen van Studio de Plantage loopt, kun je natuurlijk commentaar verwachten.
Maar ik had nergens last van. Zelfs niet als ik door een plas reed en het opspattende water over mijn benen spoot en de rondslingerende modder mijn kuiten geselde.