woensdag 31 maart 2010

In de slipstream van Defensie

Trainen achter de brommer? Da's voor mietjes. Achter een enorm gevaarte van het leger hangen, dat is echt april 2010!

Heerlijk, zo'n brullend apparaat dat met veertig in het uur over de Dellen dendert. Geen centje pijn van windkracht vijftien. En da's geen overbodige luxe na door vijftien keer de Knobbel verzuurde pootjes.

dinsdag 30 maart 2010

Leven zonder Rivella

Ik loop nu toch al een aardig tijdje mee en dacht dat ik alle afwijkende dingen aan mezelf wel zo'n beetje ondekt had. Niet dus.

Ik blijk niet zo goed tegen koemelk te kunnen. Eigenlijk ben ik er zelfs een beetje allergisch voor. Mijn darmen verwerken het niet goed. Dat uit zich in eeuwig geïrriteerde slijmvliezen en rare plekjes op mijn huid. Het harde trainen maakt dat allemaal nog wat erger.


Toen ik vanochtend van mijn koemelkallergie hoorde, dacht ik aanvankelijk: och. Niet zo erg hoor.

Ik heb namelijk een melktrauma.
Vroeger dronken wij in ons macrobiotische gezin namelijk altijd melk rechtstreeks van de koe. Die haalde mijn vader in emmers bij een boer uit de buurt. Zo gezond, die rauwe melk. Jaja. Met van die vieze gelige klontjes vet erin. Ik moest er altijd van kokhalzen.

Echt kotsen moest ik pas toen de rauwe melk vanwege het in de jaren tachtig de kop opstekende salmonellabesmettingsgevaar eerst ook nog eens gekookt moest worden. Gekookte melk, iets viezers ken ik niet. Of toch wel: gekookte melk met een vel. Zo'n dik, taai vel. Of een geniepig dunnetje dat zich onder de melk verstopt en dan ineens op je tong ligt.

Gatver! Echt het állergoorste ter wereld!

De planten in de tuin en de oud papierbak in de schuur hebben heel wat melk te verstouwen gekregen, kan ik u melden.


U begrijpt: hadden ze die melkallergie maar eerder ontdekt.


Maar geen koemelk betekent ook geen vlaflip meer als toetje op maandag bij Holland Sport. Geen yoghurt of kwark. Hoe moet ik mijn bakje kots nu maken?


Gelukkig is er soja in alle varianten. Of dat een beetje te pruimen is, daar bericht ik u later over. Want de echt rampzalige ontdekking moest nog komen. Ik stond in koelkast te kijken en zette in gedachten een streep door de Parmezaanse kaas en de Becel light. En langzaam drong het tot me door.


Ik mag geen Rivella meer drinken.


Oh nee! Geen Rivella meer! Ik drink het niet alleen graag omdat het niet zo zoet is. Maar ook omdat Rivella de enige 'verantwoorde' frisdrank is. Zonder suiker. En vooral: zonder aspartaam, de zoetstof die in alle light frisdranken zit en nogal
omstreden is. Of alle enge verhalen over aspartaam kloppen weet ik niet. Maar van veel aspartaam raak je in ieder geval aan de schijt en dat lijkt me niet gezond.

Ik dronk dus liters Rivella, sloten Rivella, een heel meer aan Rivella. Vriend J. heeft zich een hernia gesjouwd met mijn flessen Rivella. Maar Rivella is gemaakt van koemelkserum. Dus ik mag het niet meer.

Een leven zonder Rivella. Ik weet niet of ik het aan kan.

maandag 29 maart 2010

Achtste in Limburg, of hoe drie traptreden al teveel kunnen zijn

Limburgse klassiekers, doe mij die maar. Ik hou van klimmen. Klimmen is zwaar, ja. Maar dat vind ik mooi.

Dat ontdekte ik precies een jaar geleden, in de Dolmans Heuvelland Classic. Mijn eerste grote wedstrijd ooit. Gisteren was de Dolmans mijn eerste wedstrijd ooit die ik voor de tweede keer reed. Ik had er zin in. Vorig jaar zesentwintigste, dat kon beter.

Ik was ook een beetje bang. Voor de veertien klimmetjes. Met als finale: drie keer de Cauberg (10%), drie keer de Geulhemmerberg (6%) en drie keer de Bemelerberg (5%). Daar zeilden we al naar beneden richting Valkenburg.

Kletterende kettingen, terug naar het binnenblad. Anders sta je dalijk geparkeerd. De geur van schroeiende remblokjes. Haakse bocht omhoog, daar gaan we.

Wilskracht: naar boven, naar boven. Staand dansen. Zittend stampen. Nog harder. Kan best. Pijn. Achterom kijken: los! Ik zet de achtervolging op de kopgroep in. Dat lukt niet in m'n eentje; bovenop de Cauberg is er altijd tegenwind. Jeweettoch. Ik laat me terugzakken in een groepje.

Het is dubieus genieten: de pijn wordt groter, maar de meet nadert. Daar is de Cauberg voor de laatste keer. Kiezen op elkaar... weer los! Met z'n vieren rijden we achter de kopgroep van zes aan.

Daar is de finish. Vorig jaar kón ik hier niet meer. Nu heb ik nog de kracht voor een sprintje. Achtste. Ik zie sterretjes en begin meteen te bibberen. Snel naar de bus. Warm jasje, natte washand voor de moddersnoet. Cola, kwark. Naar de douche.

De ergste pijn voorbij? Had je gedacht. Want niets, zelfs vijftien keer de Cauberg niet, doet zo'n pijn als die drie treden de bus uit.

Foto: Ottie.nl

zaterdag 27 maart 2010

In de Wieler Revue

Jongens, wat een eer! Om zomaar tussen Alessandro Ballan, Johan Museeuw en Jeroen Blijlevens in de Wieler Revue te staan!



Lees hier het hele artikel.

vrijdag 26 maart 2010

Mijn huisman

Elke wielrenner heeft een vrouw nodig die hem 200% steunt. Zeggen ze.

Een vrouw die zonder zeuren zijn zweterige wielerkleding wast, het huis poetst en eten kookt. Een vrouw die ermee om kan gaan dat hij bijna altijd weg is. En een vrouw die z'n nukken verdraagt als hij eindelijk eens thuis is - maar moe en chagrijnig van het vele trainen en koersen. Alleen met zo'n vrouw kan hij optimaal presteren.

Een wielrenster heeft ook zo'n man nodig. Eigenlijk. Maar vind die maar eens. Welke man wil er nou iedere dag boodschappen doen, koken en schoonmaken terwijl zijn vrouw op de fiets zit of met de beentjes omhoog op de bank ligt?

Ik kan u melden: mijn man wil dat! Iedere dag ben ik weer verbaasd hoeveel hij voor me doet, terwijl ik met de zon op m'n bolletje door de polder race.

Natuurlijk doe ik zelf ook wel wat thuis. De was is bijvoorbeeld mijn pakkie an. De maaltijd bereid ik ook wel eens. Maar verder... is het qua huishouden zeer oneerlijk verdeeld bij ons. In het nadeel van vriend J.

Daarbij is J., zoals u misschien weet, zelf ook fanatiek fietser. Dat knelt als er huisgehouden moet worden. Maar niet getreurd: J. neemt zelfs in z'n wielerkloffie, met het zuur nog in z'n benen, de stofzuiger ter hand. Hulde aan vriend J.!

Ik ben geen slavendrijver hoor. Normaalgesproken hebben we een schoonmaakster. Boodschappen doen en koken, dat vind ik voor J. echt de max. Anders zou mijn schuldgevoel te groot worden.

Ik ben dus heel blij dat onze schoonmaakster na zes weken vakantie eindelijk weer terug is. En J. ook, vermoed ik.

woensdag 24 maart 2010

TOOOOOEEEEETTT

Ja ja ja! Het is nu eindelijk lente! We schrijven woensdag 24 maart 2010:
  • Voor het eerst dit jaar met blote armen getraind. De beentjes bleven nog lekker warm in beenstukken gehuld. Toegegeven, tijdens de terugrit van de Motieweg gingen de armstukken wel weer aan. Maar toch!
  • Zonder overschoenen danwel -sokken gereden. Gewoon met de blote schoentjes. Zonder koude voeten!

  • Ook de vrachtwagenchauffeurs zijn uit hun winterslaap ontwaakt. TOOOOOEEEEEEETTT - bijna van de fiets gedonderd van schrik. En niet slechts één maal.
Het mooie is: morgen weer! Zonder armstukken en oversokken fietsen, bedoel ik dan. Die vrachtwagenchaffeurs mogen wat mij betreft best blijven dutten. Tussen de krokussen in de berm sterven aan een hartverzakking vind ik ook zo zonde.

dinsdag 23 maart 2010

Rustpols 39

Gisteravond (of eigenlijk vannacht) mat ik mijn laagste rustpols ooit: 39. Mijn hart sloeg dus 39 keer per minuut. Dat is weinig. Vind ik dan.

Kennelijk was ik na een inspannend dagje
Holland Sport en een nachtelijke autorit van Amsterdam naar Zwolle erg tot rust gekomen. Bizar. Ik geloofde m'n ogen dan ook niet toen ik om 00.54 uur net tussen de lakens lag en mijn rustpols ging opnemen (die bij mij 's avonds altijd lager is dan 's ochtends, maar dat wist u al).

Voor de zekerheid (misschien was ik tijdens de minuut wel heel eventjes weggezakt en had ik een paar slagen gemist) ging ik nog maar een minuutje tellen... Ja, het klopte: mijn hart klopte echt zo langzaam.


(Maakt u zich geen zorgen, beste niet-wielerkenner. Een lage rustpols is een goed teken. Een heel goed teken zelfs. Dan ben je fit en hersteld van eerdere inspanningen. En een rustpols van 39 is dan wel heel laag, maar
niet abnormaal.)

Tot zover goed nieuws dus. Maar. Nadeel van een lage rustpols is dat je hart ook hard klopt. Of dat lijkt zo, dat kan ook. In ieder geval hoor ik m'n hart dan nogal goed. Helemaal als ik in bed lig.


Dat komt zo: ik ben dol op een kussen dat ik helemaal om m'n hoofd heen kan trekken, met de punten tegen m'n oren. Maar dat werkt net als een schelp die je tegen je oor houdt: je hoort je hart. Ik hoorde mijn hart zelfs keihard.


Ba-doeng... ba-doeng... ba-doeng... ba-doeng...


Superirritant. Soms kan ik er zelfs niet van slapen. Gelukkig was ik gisteravond kennelijk niet alleen tot rust gekomen, maar ook heel moe. Ik sliep snel, ondanks mijn luidruchtige hart.


Mooi hoor, zo fit zijn. Toch ben ik er niet helemaal gerust op. Een hard kloppend hart is namelijk geluidsoverlast waar je niks aan kunt doen. Want met oordopjes versterk je het effect alleen maar. Dat belooft dus wat, voor de komende tijd.

maandag 22 maart 2010

Oer-sportvrouw

Ik ben nog nooit zoveel op de foto gezet als de afgelopen weken. Ineens zie ik mezelf op een manier die ik niet kende. Zoals ik ben tijdens de koers: met een van concentratie vertrokken gezicht.

Ik kan nou niet zeggen dat ik er bijzonder charmant uit zie op de fiets. Dat geldt voor bijna iedereen. Maar in de lelijkheid van het afzien zit ook iets moois, vind ik. Dat is sport.

Soms wordt er een plaat geschoten die je wel oprecht mooi noemen mag. Prachtig zelfs. Zoals die hieronder, van
fotograaf Anco Bauer. Hij zette zaterdag mijn ploeggenote Andrea Bosman op de foto. En hoe!

Alles klopt. Het kader, de belichting, haar lichaam, de lijnen: waanzinnig. Ik kan er uren naar kijken. Wat een oer-sportvrouw staat hier op de foto.




De foto die Anco op hetzelfde dijkje van mij maakte is ook lang niet slecht.



Maar sjonge, die plaat van Andrea zeg. Pure kunst!
Foto's: cyclopics.nl

zondag 21 maart 2010

Mooiweerfietser

In tegenstelling tot de rest van Nederland, was het zaterdag in Oud-Vossemeer kurkdroog. Het zonnetje scheen zelfs. Heerlijk.

In tegenstelling tot de rest van Nederland, motregende het als een malle vanochtend in
Lierop. Van die regen die je in één minuut doorweekt. De weg was natuurlijk ook kletsnat, met grote plassen. En het was koud.

En in tegenstelling tot zaterdag, voelde ik me vandaag een hark op de fiets. Sjongejonge. Ik heb mezelf twee en een half uur lang zitten uitschelden. Die energie kan ik voortaan beter in goed koersen steken, ja.


In twee en een half uur tijd heb ik, stomme hampel, precies vijf minuten iets voor mijn ploeg kunnen betekenen.
Fail. En in de laatste kilometer reed ik ook nog eens lek. Double fail.

Gelukkig was mijn herinnering aan zaterdag nog onder de oppervlakte aanwezig. Anders had ik mijn fiets subiet aan de wilgen gehangen.


Zaterdag zat ik niet in de kopgroep van vier, maar wel in het achtervolgende groepje van twee. Mijn ploeggenotes Chantal, Andrea en Lucinda werden één, twee en drie. En ik werd vijf. Met blote beentjes en blote armpjes, de koerssokjes waren na de finish nog helemaal wit.


Vandaag kwam ik onherkenbaar over de finish. Zand in m'n mond, zand in m'n ogen, zand op m'n kont - door het broekje heen. Treurige conclusie: ik ben een mooiweerfietser. Vrees ik.

vrijdag 19 maart 2010

Haastige spoed

Ik ben dus zo iemand die altijd op het nippertje komt binnenhollen. Of net te laat is.

Op het station ben ik steevast degene die nog net de trein in springt voor de deuren dicht gaan. De TomTom geeft bij mij altijd aan dat ik een paar minuten te laat op mijn bestemming zal arriveren - meestal kom ik toch net op tijd. (Foei.)

U kunt zich dus vast voorstellen hoe de voorbereidende rituelen bij ons thuis gaan. Razendsnel douchen. Vliegensvlug aankleden. Als een idioot brood smeren, of een bakje kots klaarmaken. Rennen naar beneden, krant vergeten, terug, krant meegrissen, schelden op de klemmende deur en dan zoef er vandoor.

Ik sta wel op tijd op. Dat is het probleem niet. Maar ergens verdwijnen iedere ochtend steevast tien minuten. Treuzelmomentjes. Dan sta ik me ineens drie keer om te kleden bijvoorbeeld. Of twijfelmomentjes. Staartje in m'n haar? Elastiekje erin, elastiekje eruit, elastiekje erin, nee toch maar uit.

Gisteren was ik van plan mijn fiets mee te nemen in de trein en aan het eind van de middag terug te fietsen, van Hilversum naar Zwolle door de polder. Eindelijk kon dat weer eens! Mooi weer immers, en het wordt tegenwoordig pas om zeven uur donker.

Zulke plannen vergen extra tijd en vooral oplettendheid 's ochtends. Want 's avonds alles inpakken en klaarleggen, nee, daar ben ik niet goed in. Sterker: 's avonds hangen er meestal nog dingen aan de lijn die ik de volgende dag aan/mee wil.

Dus ik stond gisterochtend tien minuten eerder op. Fietsschoenen, sokken, helm, broekje, kort zweetshirt, lang zweetshirt, jasje, bodywarmertje, beenstukken, hartslagmeter. Alles? Ja alles. Bandenspanning, kettingvet, reservebandje. Carvan Cevitam in de bidons. Klaar. Racen maar.

Op het fluitsignaal van de conducteur sprong ik met fiets en al de trein in (ik moest natuurlijk nog een kaartje voor m'n fiets kopen, waar ik geen tijd voor had ingepland.) Met de fiets manouevrerend door de coupé (ik was zo op het nippertje dat er geen tijd meer was om naar zo'n speciale fietscoupé te sjeesen) liep ik nog een keer de spullen in mijn rugtas na.

Er knaagde namelijk iets. Had ik echt wel alles? Ja, ook aan overschoenen en handschoenen had ik gedacht. Voor als het plots koud zou worden.

O shit. Zie je wel.

Sportbeha.

woensdag 17 maart 2010

Stem op vriend J.!

Even iets anders. Dat mag wel een keer hè?

Mijn allerliefste vriend J. heeft vorig jaar een
schitterend sportboek geschreven. Over een hardlopende slagersknecht, een drinkebroer, een wonderatleet: de Groningse volksheld Louwe Huizenga, die tijdens z'n allereerste bezoek aan de atletiekbaan de hele noordelijke atletiektop naar huis liep. In z'n bebloede slagerskloffie notabene. Hij won wedstrijd na wedstrijd, nam het op tegen treinen en paarden en verbeterde het wereldrecord op de marathon.

Maandenlang moest ik iedere avond het stof van de archieven van J.'s schouders kloppen. De noeste arbeider. Hij moest en zou ervoor zorgen dat het wonderlijke levensverhaal van
Hardloper Huizenga niet vergeten werd.

Dit prachtboek nu is in de race voor
'Beste Sportboek van 2009'. U hoeft slechts één keer met uw muis te klikken om op J.'s boek te stemmen.

----- STEM HIER-----


Dat wilt u toch wel doen hè? Kleine moeite, grote dank!

dinsdag 16 maart 2010

Inspanningswallen

Beste lezer,

Weet u wat zo leuk is? Ik kan exact nagaan met z'n hoevelen u mijn stukjes leest. Waar u vandaan komt. Hoe lang u op mijn website verblijft. En van welke website u kwam, als u niet rechtstreeks mijn adres intikte. Dat komt door google analytics.


Ik zie dus ook precies welke website naar mij doorverwijst. Deze week kwam daar ineens sportiefzwolle.nl bij. Die site kende ik niet. Maar de naam zegt het al: alles wat met sport en Zwolle te maken heeft, is op daar terug te vinden. En ik ook, kennelijk, sinds kort.


Eens even neuzen. 'Verloren lens belemmert Marijn de Vries'.

Huh? Hè? Haha! Wat een grap. Sportief Zwolle heeft een heus nieuwsbericht gemaakt van mijn blogje over m'n verloren lens. Met ronkende teksten als 'heeft een groot deel van de wedstrijd onder zeer zware omstandigheden moeten fietsen'. Hihi. Het betere knip, plak en aan mekaar schrijf-werk. Dat moet ik ze nageven.


Ze hebben wel een foto van Leontien.nl gejat. Maar vooruit. Da's niet mijn site, dus ik zal er niet over klagen.


Even verder kijken. Oh, zie daar eens. Ook een stukje over Omloop het Nieuwsblad, waarin kond wordt gedaan van de prestaties van alle Zwolse rensters. Met daaronder, scroll scroll... aaarrghhh! Wat is dat? Zit ik mezelf ineens aan te staren! Wat doet die foto van mijn website daar?! Levensgroot nog wel. Die was zeer zeker niet voor verdere verspreiding bedoeld - flatteus is anders, immers.


Hm. Vreemd. Echt vreemd om jezelf ineens zo tegen te komen. Dus, beste lezer, zou u 't voortaan even willen melden als u iets van mijn website gebruikt? Dan kan ik me op z'n minst een beetje voorbereiden op de confrontatie met mezelf-met-inspanningswallen.

Bij voorbaat dank!

PS - Best bijzonder trouwens dat copypasten van Sportief Zwolle niet toegestaan is.

maandag 15 maart 2010

Fris tot de laatste slok

Alles wat ik me voorstelde bij koersen in België klopt. Ik zag het zaterdag met eigen ogen.

De mannen die in de plaatselijke kroeg met een sjekkie in de hand aan het bier zitten, hebben echt
van die gelooide koppen. Net iets karakteristieker dan Hollandse leeftijdsgenoten. Ze zitten aan tafels van donker hout, met morsige hoogpolige tafelkleedjes.

Of ze hangen aan de bar. Wenken de kordate serveerster met de jampotglazen in haar bril als ze er nog eentje willen. Ze zijn zwijgzaam, kijken rond. Bij voorkeur naar de blote vrouwen aan de muur achter de bar. Ze schuiven hun biertje heen en weer over het smoezelige barhanddoekje met 'Fris tot de laatste slok' erop.

Er hangt vitrage voor de ramen. En ook voor de glazen deur die toegang geeft tot een binnenplaatsje, waar de wc's zijn. Een hok met een klapdeur voor mannen. En een echt toilet met oranjebruin gebloemde tegeltjes aan de muur voor vrouwen.

Vandaag hebben de mannen in de kroeg wat te kijken: een lange rij rensters. Ze hangen langs de bar, zitten op de houten tafels en staan zelfs tot ver op straat te wachten. Het duurt eeuwen voor ze de hoek om mogen, de woonkamer in die even is omgetoverd tot inschrijfbalie.

Alle meubels en de grote plasma-tv zijn tegen de muur geschoven. Porceleinen beeldjes van poezen en engeltjes zijn veilig bovenop de kasten gezet. Rensters leunen tegen de vrije stukjes muur, bijna tegen de foto's van 'Wesley's eerste communie' en andere familieportretten aan. Op de gaskachel staan gepoetste fluitketels te glimmen.

In het midden: een tafel met vijf mannen. Om beurten nemen ze geld aan en geven ze mompelend rugnummers af. Ongeduldig kijken ze of er al een einde aan de rij rensters komt. Nee. Nog lang niet.

De start een kwartier uitstellen dan maar? "Allee, dat geeft zeker en vast gedoe met de politie!", verheft een van de mannen opeens zijn stem. De reactie, paniekerig: "Dat zal wel, maar het kan niet anders! Kijk eens naar die rij!"

Het wordt nog warmer in de kleine ruimte. De politie aan de lijn: het is oké, er mag later gestart worden. De rust keert weer. Eén van de mannen steekt een nieuw sjekkie aan. De barvrouw met de jampotglazen brengt bier.

Zo gaat dat, in België. Wat ben ik benieuwd hoe onze zuiderburen het koersen bij de Hollanders zien.

zondag 14 maart 2010

Koers zonder lens

Sommige mensen, ik noem geen namen, verliezen geregeld hun lens tijdens het fietsen. Dat had ik tot gisteren nog nooit meegemaakt.

Maar je zult net zien, in kilometer vijftien van de koers in het Belgische
Oostduinkerke, voelde ik - floep - mijn linkerlens uit mijn oog wapperen. Hij bleef even kleven op mijn wang. Maar al snel was 'ie helemaal verdwenen.

Oh jee. Wat nu? Stoppen? Ik zag nog wel wat. Maar scherp was mijn blik (-2,25) zeker niet meer. Was het verantwoord om door te gaan? We hadden het rondje (7,2 kilometer) inmiddels twee keer gereden, dus ik wist hoe de bochten liepen. Op gevoel verder? Ja.


Alle focus op mijn rechteroog-met-lens. De scherpte diepte was wat minder. Een beetje meer afstand houden dan maar, dacht ik. Als ik goed bleef opletten, kon er niks fout gaan. Toch?


Er ging niks fout. Wonderbaarlijk genoeg merkte ik dat mijn lichaam, in opperste staat van concentratie, zich aanpaste aan de situatie. Tenminste, zo voelt het achteraf. Na een kwartier zonder lens merkte ik al bijna niet meer dat ik met één oog wazig zag.


Bijzonder. Want toen ik gefinisht was, mijn zonnebril had afgezet, mijn gezicht had afgeveegd aan mijn mouw en weer opkeek dacht ik: djiez. Ik zie echt niks. Heb ik zo gekoerst? Niet normaal.

vrijdag 12 maart 2010

Meisje

Vrijdagochtend, 10.15 uur. Stoplicht Rieteweg / Nieuwe Veerallee.

Ik sta in mijn roze pakje en met mijn bloemetjesfiets te wachten op groen. Een moeder met peuter staat ook te wachten.

De peuter bekijkt me aandachtig. Steekt dan z'n arm uit, wijst naar mij en tettert over het kruispunt: "Kijk mamma! Dat is een méísje!"

donderdag 11 maart 2010

Gaap

Als ik vroeger gaapte tijdens onze redactievergaderingen, keken mijn collega's me verstoord aan. "Ga es wat eerder naar bed joh", kreeg ik te horen. Of: "Zo saai is het toch niet?"

(Het is meestal ook niet saai, integendeel. Maar ik kan gewoon niet zo goed stil zitten. Dat is niks nieuws, dat heb ik nooit gekund. Zet mij lang stil en ik ga de boel op stelten zetten. Of vreselijk gapen. Of allebei.)


Tegenwoordig wordt mijn gegaap opvallend genoeg op een heel andere manier geïnterpreteerd. "Jaaa, sporter hè?", glimlacht men als ik mijn opengesperde mond weer eens achter mijn hand verstop. "Die gapen veel. Hoort erbij. Goed bezig!"


Ik mag ineens lui zijn. Want dat hoort bij topsport.

Maar ik moet nog flink aan de bak wil ik ooit de luiheid van Lars Boom benaderen, als ik Thijs Zonneveld
mag geloven. Lars heeft lui zijn tot kunst verheven. Hij noemt het lamlullen. Schitterend.

woensdag 10 maart 2010

Het gele bandje

Een jaar lang heb ik 'm gedragen, het gele bandje van Lance Armstrong. Deze herfst heb ik 'm af gedaan. Hij ligt nu in mijn sieradenkistje, het ingedrukte LIVESTRONG kleurt langzaam grijs van het stof dat in de letters blijft hangen.

Het is niet zo dat ik de strijd tegen kanker niet meer ondersteun. Integendeel. Ik draag het bandje niet meer omdat bij ons thuis de kanker overwonnen is. Mijn broer is genezen.


Ruim een jaar geleden werd bij hem teelbalkanker geconstateerd. Na twee operaties en een serie chemokuren kwam in augustus het verlossende bericht: hij is schoon. Godzijdank.


Het was zacht gezegd geen leuke tijd. Ik vond het vreselijk om te zien hoe zijn jonge lichaam hem in de steek liet. Hoe hij leed onder de chemokuren. De misselijkheid. Alles deed pijn. Het liefst lag hij in foetushouding opgerold onder een laken. Zelfs een aai over zijn wang of een kus op zijn voorhoofd kon hij niet verdragen. En dat kale koppie, het stond 'm lang niet slecht, maar ik zie hem toch liever met haar.


We lazen thuis de biografie van Lance Armstrong. Met afgrijzen voor wat er nog zou kunnen komen. Maar we putten er ook hoop uit. Mijn zieke broer, mijn ouders en mijn andere broer; we deden allemaal het gele bandje om. Als teken van verbondenheid, dat we samen zouden vechten.


Toen mijn broer het goede nieuws kreeg dat hij genezen was, duurde het bij mij nog even voor ik het bandje af durfde te doen. Maar sinds het in mijn sierandenkistje ligt, heb ik afscheid genomen van de kanker.


Ik ben de enige wielrenner bij ons thuis en kende Armstrongs verhaal natuurlijk al. Het is bijzonder hoe hij ervoor gezorgd heeft dat wielrennen en de strijd tegen kanker onlosmakelijk verweven zijn geraakt.


Ondanks dat ik verre van een bekende wielrenner ben, werd ik toch gevraagd om ambassadeur te worden van een Alpe d'Huzes-team en een Ven2-4Cancer-team (het Belgische zusje, waarbij niet de Alpe d'Huez, maar de Mont Ventoux wordt beklommen om geld in te zamelen voor de kankerbestrijding).


Tegen beide heb ik 'ja' gezegd, aanvankelijk zonder te vertellen dat ik daar een heel persoonlijke motivatie voor had. Daar was ik nog niet aan toe. Nu wel.


Ik kan er lacherig over doen dat men mij gevraagd heeft, want kom op, Marijn de Vries (wie?!) in je comité van aanbeveling, daar is toch niemand van onder de indruk. Maar eerlijk gezegd ben ik trots dat ik er mijn naam aan mag verbinden.


Wielrennen doe ik puur ter meerdere eer en glorie van mezelf. Niemand wordt er beter van, behalve ik. Nou ja, beter, ik word er op z'n minst gelukkig van. Als ik met mijn egotrip toch iets kan betekenen voor anderen, dan doe ik dat graag. Zéker omdat het de strijd tegen kanker betreft.


Want helaas is mijn verhaal niet uniek. Ik had het nooit gedacht, maar het kan kennelijk maar zo: ineens heeft je broer het. Dan is het geweldig om te weten dat er mensen zijn die voor hem, en voor alle anderen, een jaar lang trainen om zes keer de Alpe d'Huez of vier keer de Mont Ventoux op te fietsen.

Doreen
en Fred&Patrick, heel veel succes!

maandag 8 maart 2010

Bedscène

Tussen de lakens van ons echtelijk bed speelt zich regelmatig het volgende af.

... 21, 22, 23...

Vriend J.: "Heb ik al verteld dat de buren volgend weekend een feest geven?"
- "Nee... Op vrijdag of op zaterdag?"
"Op zaterdag. Ze vieren hun verjaardagen."
- "Aha. Leuk! Ik zal morgen even kijken of ik kan."

... 3, 4, 5, 6...

Vriend J.: "Welke avonden ben jij trouwens thuis deze week?"
- Zucht. "Ehm... maandag niet want dan hebben we uitzending, dinsdag en woensdag wel, donderdag niet en vrijdag weet ik nog niet."
"Prima. Dan ga ik donderdagavond voetbaltrainen."
- "Oké."

... 15, 16, 17...

Vriend J.: "Wanneer is de Ronde van Vlaanderen ook weer?"
- Aarrrghhh! "Op 4 april! En nu even een minuutje je mond houden!"
"Oh. Je bent je hart aan het tellen..."
- "Ja!"

(Wij wielrenners houden iedere dag onze rustpols bij, beste niet-wielrenners. Daarmee kunnen we in de gaten houden of we fit zijn. Als onze rustpols omhoog gaat, is dat vaak een signaal dat we te hard getraind danwel iets onder de leden hebben. In beide gevallen moeten we even rustig aan doen tot onze rustpols weer tot het normale niveau gedaald is.)

Ik ben een atypische wielrenner, heb ik ontdekt. Bij de meeste wielrenners (en andere duursporters) is de ochtendpols zo'n tien slagen lager dan de avondpols. Bij mij is dat precies andersom. Niet iets om je zorgen over te maken, maar toch gek.

Ach. Er zijn zoveel dingen gek aan mij. Dit kan er ook nog wel bij.

zondag 7 maart 2010

Revanche om 't Grote Gat

Vorig jaar beviel de Ronde om 't Grote Gat me voor geen meter. Nee. Echt voor geen meter.

Dus stond ik vanochtend met gemengde gevoelens aan de start van het trainingskoersje bij Enter. Ook al waren de omstandigheden totaal anders - ik was dit keer omringd door zeven roze ploeggenoten, we reden niet tussen de masters maar met de elitemannen mee en we zouden dit keer geen negen maar negentien rondjes rijden - je neemt toch altijd herinneringen mee.

Slechte herinneringen zijn niet goed voor je moraal. Oh nee.


Tel daarbij op de gaten die deze winter in het stuk weg voor de finish gevroren waren. Gemene kraters in het asfalt. En de gemeente Enter was net wezen snoeien of zo, want de rest van het parcours lag vol met stukken hout en soms zelfs met halve struiken.


Het was ook nog eens steenkoud. Rillend stonden we te wachten op het startschot om 10.00 uur, maar de sjekkies rokende dame met het fluitje om haar nek besloot ons pas om 10.10 uur op pad te sturen. De mannen gingen er meteen als een speer vandoor. Bibberend klikte ik in mijn pedaal en spurtte er achteraan.


Het eerste uur zat ik achterin te harken (= lukte het me niet om naar de kop van het peloton te rijden). Net als vorig jaar. Getver. Zie je wel.


Maar toen mijn gevoelloze duimen begonnen te tintelen en éindelijk warm werden, kreeg ik zelf kennelijk ook de geest. Want ineens reed ik voorin en bleef daar. En in tegenstelling tot de mekaar meppende grijsaards (ze waren er nog steeds, maar draaiden nu hun rondjes na onze koers), vonden de heren het best gezellig dat we er waren. Ze knoopten praatjes aan als het even stilviel. Of gaven complimenten als we mee konden wanneer het tempo opgeschroefd werd.


En tot mijn stomme verbazing vond ik mezelf plotseling terug in de kopgroep. Ontsnapt, met vijf mannen. Goed samenwerkend bleven we een rondje of twee vooruit. Iedere keer als ik overnam van de heer met de paar-dagen-baard voor me in de waaier (wat dat is weet u nog wel hè?), mompelde hij me een vriendelijk 'goed zo!' toe.


Toen sloot het peloton weer aan. Ik hoefde er niet eens af (= dat je het niet meer vol kunt houden). en finishte met een grijns: haha! Revanche!

Goed goed, het was slechts een trainingskoersje. Maar toch. Slechte herinnering: delete. Ervaring van vandaag: insert.

vrijdag 5 maart 2010

Marijn in de Paddestraat

Nu even iets superstoers.

Onze geweldige camerakunstenaar Rob Hodselmans heeft zaterdag niet alleen
Freddy Maertens en de profs gefilmd in de Paddestraat. Nee, hij stond er al eerder. Om *bloos* mij te filmen.

En aangezien Rob niet van half werk houdt, heeft hij er meteen maar een heel filmpje van gemaakt. Gisteren kreeg ik 't in m'n inbox. "Verrassing", mailde hij erbij.



Klik op het filmpje voor groter.
Jongens, hoe cool is dit!

Wat een wereldbaan heb ik toch, en wat een supercollega's. Enorm bedankt voor deze fantastische verrassing!

donderdag 4 maart 2010

Ezeltje

Als je met het ezeltje van Bobbie Traksel onder je arm door de gangen van Studio de Plantage loopt, kun je natuurlijk commentaar verwachten.

'Ezeltje' is namelijk een understatement. Het is eerder een ezel. Bijna levensgroot. Mooi ding hoor, daar niet van. Maar je kunt er niet onopvallend mee rondlopen.

De drie heren die na onze uitzending hun jas stonden aan te trekken, konden dus ook niet anders dan een paar opmerkingen maken.


"Hee, het ezeltje van Bobbie!"

"Die hebben we net tijdens de uitzending helemaal niet gezien..."
"Ja, jammer zeg. Mooi ding."

En toen, alsof het heel normaal was, vervolgden ze:
"Hoe is het trouwens met jou? Weer een beetje hersteld?"

"Ja, jij hebt ook heel behoorlijk gereden dit weekend, toch?"


Euuhwww... hè?! Hoe het met míj gaat? Hoe weten deze heren nou...?! Oh ja: de stukjes op de Holland Sport-site. Maar... daar staat geen foto van mij bij. Tenminste, niet eentje waarop ik herkenbaar ben. Mijn weblog dan, of twitter. Ja, dat zal het zijn. Want ik kende deze heren echt niet. Geloof ik.


Het blijft zo ontzettend gek dat mensen me soms 'herkennen'. Ik sta meteen met m'n mond vol tanden. Omdat ook altijd ogenblikkelijk de twijfel toeslaat: ken ik hen misschien toch? En bega ik hier nu een enorm ezelachtige blunder?


Gelukkig heb ik altijd een smoes klaar. "Ja, wielrenners hè", zeg ik dan. "Die zien er altijd zó anders uit zonder helm en in hun gewone kleding!" Werkt altijd. Het ís ook zo trouwens.


Deze heren bleek ik echt niet te kennen. Tenminste, ze toonden zich niet beledigd toen ik geen blijk van herkenning gaf. Maar misschien was dat ook wel beleefdheid. Want ze bleken wel degelijk te weten waar ik vaak train: "Tot op de Knobbel!"

woensdag 3 maart 2010

Filmpje!

Voor iedereen die nieuwsgierig is hoe de chicas rosadas het eraf brachten in het Spaanse Calpe brengt RTV Rijnmond uitkomst. De zender stuurde een journalist mee en die maakte een mooi filmpje. 't Begint op 13'22.

dinsdag 2 maart 2010

Huisvlijt

De verkeerde afslag nemen zal je in een koers niet snel overkomen - mits je een beetje oplet.

Op elke kruising staat namelijk een mannetje of vrouwtje in een geel hesje met zo'n spiegelei de weg te wijzen. En als je vooraan rijdt, rij je natuurlijk gewoon achter de motoren en de wedstrijdleiding aan.


Waar je wél zelf rekening mee moet houden, zijn de belangrijke plekken in een koers. Dat kunnen beklimmingen zijn, of kasseistroken. Of smalle dijken met zijwind waar het peloton geheid uit elkaar wordt geslagen.


(Sorry, ervaren wedstrijdrenners, dit wordt voor jullie een saai stukje gesneden koek. Maar ik wil het toch even delen, omdat ik het destijds nogal een aha!-erlebnis vond.)

Iedereen wil bij het opdraaien van zo'n winderig dijkje vooraan in het peloton zitten om niet in de mongolenwaaier terecht te komen. Hetzelfde geldt voor een klimmetje of een kasseistrook: hoe verder voorin het peloton je zit, hoe minder oponthoud je ondervind van langzamere rensters en hoe meer aansluiting je houdt met de snelsten.

Tot zover alles duidelijk, lijkt me. Maar hoe weet je nu wanneer er een belangrijk moment komt? Dat weet je als je de route kent als je broekzak. Maar dat is bijna nooit zo, je kunt immers niet elke koers tot in den treure verkennen. Dus bestudeer je het routeboek, waarin alle belangrijke plekken zijn aangegeven.

Je kunt proberen alles in je hoofd te stampen, maar als je niet vies bent van een stukje huisvlijt, is dat helemaal niet nodig.


Neem daartoe het routeboek, een stukje sporttape en een pen. Tekenen maar! Een klim is een driehoekje. Een kasseistrook is drie puntjes. En een kasseienklim is een driehoekje plus drie puntjes.
Easy as that.

Zet tot slot overal de tijd bij. Dus bijvoorbeeld: 12.41 Δ. Dan weet je dat je om 12.41 uur voorin moet zitten. En kun je om bijvoorbeeld 12.35 uur al beginnen met door het peloton naar voren manoevreren - mits je daar op dat moment nog niet bent.

Ik hoor u denken: waarom zet je er geen kilometers bij, in plaats van tijden? Veel handiger toch? Nou... Wij luxepaardjes rijden steeds met verschillende wielen: kasseiwielen in kasseiwedstrijden, carbonwielen met sjieke hoge velgen in gewone wedstrijden en dan hebben we nog onze trainingswielen. Je kunt die sensoren niet blíjven overzetten. Dus rijden we zonder teller en zetten we de tijden erbij.

(Voor de niet-wielrenners onder ons: ik vroeg me in het begin iedere keer weer af hoe ze in godesnaam konden weten hoe laat we welk punt zouden passeren. Maar ze weten het. Echt. Het klopt met een marge van een paar minuten altijd.)

Plak het stukje beschreven tape op je stuurpen en voilà. Je eigenste tomtom.

maandag 1 maart 2010

Dansen onder de douche

Een half uurtje na de finish van Omloop het Nieuwsblad stond ik te dansen onder de douche. Niet omdat ik energie over had. Of omdat ik zo blij was met mijn 44ste plek.

Maar omdat mijn benen in de fik stonden.

We koersten in korte broek zaterdag. Blote benen bij acht graden, harde wind en natte wegen. Normaal gesproken krijg ik het al koud als ik er alleen maar naar kijk.

Maar ik had nergens last van. Zelfs niet als ik door een plas reed en het opspattende water over mijn benen spoot en de rondslingerende modder mijn kuiten geselde.

Het geheim zit in een enorme pot
oranje smurrie. Onze soigneur kwakte er voor de start dikke klodders van op mijn benen en wreef het spul er stevig in. Als topping ging er nog een laagje vaseline op de knieën en de voorkant van de benen: waterafstotend en ook goed tegen de kou.

Bij de start waren mijn beentjes dus al lekker warm. Tijdens het koersen heb ik geen moment meer aan kou, water, wind en modder gedacht. Na de finish stond onze soigneur meteen klaar met een jasje.

De benen bleven bloot. Maar koud? Nee, dat werden ze niet. Ze werden zelfs steeds warmer. Eenmaal in de camper, op een luie stoel, werden ze zelfs gloeiend heet. Mijn benen stonden in de fik! Met een speciale lotion washandde de soigneurd de resten oranje smurrie, modder en andere troep van mijn benen.

Het hielp niet. Ze bleven fikken. En uit ervaring wist ik: oh jongens. Straks de douche. Dat warme water en die hete spierbalsem. Ik weet niet wat voor chemische reactie er precies plaatsvindt, maar het is geen goede combi. Helemaal geen goede combi. Dat wordt dansen. Kuitenbrand!

(Even tussen haakjes: ik schrijf nu wel over allerlei ontberingen en zo, maar ik vond het dus echt geweldig zaterdag, de Omloop. Maar dat begreep u al wel, toch?)