Kasseipijn
De hele week hadden mijn collega's me al bang gemaakt voor de Paddestraat. Een hel van een kasseistrook, zeiden ze. En hij lag er naar verluid ook nog eens extra slecht bij door de vorst van deze winter.
Er zaten kraters in, en de stenen staken nog gemener uit dan ze altijd al deden. Van de profteams die de Omloop verkend hadden, waren maar liefst tien van de twaalf renners lek gereden op de Paddestraat. Er zouden gegarandeerd fikse valpartijen komen daar.
Natuurlijk wist ik in m'n achterhoofd ook wel dat ze hun verhalen expres extra angstaanjagend opdisten, want zij gingen de profs filmen op de Paddestraat (morgenavond in Holland Sport!). Dat moest toch op z'n minst een béétje spectaculair en heroïsch worden.
Maar vrijdagmiddag op kantoor, toen de kriebels steeds heviger werden, kon ik hun verhalen echt niet meer aanhoren. Laat me met rust! dacht ik. Ik wil dat niet weten! Ik moet daar morgen rijden! Maar ik zei niks natuurlijk. Stoer als ik wilde overkomen.
Collega's C. en B. waren zelfs zo aardig om gisterochtend voor de start even bij onze camper aan te kloppen. Zo zenuwachtig als een potje met pieren stapte ik naar buiten. Het regende en het waaide hard. C. en B. lachten om mijn bleke neusje en C. stak van wal met nóg meer helleverhalen over wat je als renner kan overkomen bij harde windstoten. "Eh, jongens...", zei ik. "Ik ga weer naar binnen. Doei."
Intussen had ik natuurlijk ook al allerlei enge verhalen gehoord over de Molenberg. Een steile kasseienklim, die er naar ik begreep ook niet best bij lag. Vaak is er naast een kasseienklim wel een gootje of een randje waar je in of op kunt rijden, maar op de Molenberg niet. Daar moet je gewoon dwars over die steenklompen heen.
Rijden op kasseien vergt een speciale techniek, en klimmen op kasseien al helemaal. Zeker als ze nat zijn, want dan zijn ze glibberig.
Gaan staan op de pedalen is geen goed idee. Je achterwiel glijdt dan makkelijk weg. Zitten blijven dus, met je kont naar achter want dan hou je druk op je achterwiel en is de kans op slippen het kleinst. Handen in het midden van je stuur. Dan kun je minder goed sturen, maar alleen op die manier kun je je stuur fatsoenlijk vasthouden. Kasseirijden trilt namelijk als een gek en voor je het weet trilt je stuur uit je handen. Tot slot: met een zo groot mogelijk verzet (= versnelling) er overheen danwel naar boven stampten.
Ik zal de kasseien niet snel vergeten. Wat een kutdingen. Maar de Paddestraat: pfff. Niks aan het handje. Stampte ik zo overheen. De Lange Munte die er na kwam was veel erger. Nauwelijks hersteld van de 2,3 kilometer Paddestraat mag je nog eens 2,5 kilometer. Ai ai. Auw auw.
En de Molenberg? Viel ook erg mee. Ik glibberde wel een beetje omdat ik niet op een lekkere plek zat, met wat langzamere vrouwen voor me, zodat ik mijn tempo niet kon vasthouden. Maar ik kwam redelijk boven.
Nee. Dan de Paterberg. Daar had ik niemand over gehoord, maar dat was dus de werkelijke hel. De allereerste kasseistrook in de Omloop, en dan meteen op een klim met stukken van 20,3%. De kasseien waren nat en glibberig. Niet gaan staan, niet gaan staan. En zeker niet stilvallen! Want dan moest ik net als die andere vrouwen afstappen en lopen. No way.
Ik dacht slim te zijn door in het gootje naast de kasseien te gaan rijden. Fout. Nooit doen als er veel mensen voor je rijden, met de kans op stilvallen van slechte klimmers. Dat gebeurde uiteraard. Ik moest uit m'n pedaal. Probeer daar maar weer eens in te klikken, op een kasseienhelling van ruim 20%. Ik weet niet meer hoe ik boven gekomen ben, maar ik kwam er. Fietsend. En zag de snelsten in de wedstrijd voor me wegrijden. Pijnlijk leermomentje.
Dus. Met de kasseipijn nog in de benen en handen prent ik mezelf in: zorg er de volgende keer in godsnaam voor dat je voorin zit als de Paterberg begint - óók als je nog uitblaast van het op kop sleuren in de kilometers ervoor. Maak je geen zorgen over de Molenberg en de Paddestraat. Die komen pas ver daarna. En je weet nu: dat zijn eitjes, vergeleken bij die vuile Paterberg.
Het Volk
Ik denk er al de hele week aan. Omloop het Volk! (Oh nee, Omloop het Nieuwsblad moet ik zeggen. Excusez-moi.)
Hoe wordt de weersvoorspelling? (Acht graden, windkracht 3, 85% kans op regen.) Hoe ziet het parcours er precies uit? (De Molenberg op 35 kilometer voor de finish, daarna nog drie kasseistroken.) Hoe zit het met de concurrentie? (Ik ken veel namen, maar weinig gezichten.)
Het lijkt soms alsof ik al hartstikke veel beleefd heb in het wielrennen. Maar in feite ben ik nog een groentje. Aanstaande zaterdag begint mijn tweede wedstrijdseizoen. Laat maar komen. Laat het zelfs maar zo snel mogelijk zaterdagochtend zijn.
Ik wil er tegenaan!
Tweet van de dag
Voor iedereen die sinds gisteravond onder een steen ligt en 'Waar slaat dit nou op?!' denkt: nou, dit slaat natúúrlijk hierop.
Slapie
Als je tien dagen lang met vier meiden in één appartement zit, dan heb je al gauw geen enkele schaamte meer. Samen snel de badkamer in na een regenachtige training, want daar is het lekker warm. Hup, die natte kleding uit. De een staat te douchen en de ander zit in d'r blote kont te wachten om zo snel mogelijk ook onder de warme straal te kunnen springen. We wassen en passen elkaars kleren, kruipen tegen elkaar aan als het koud is en wandelen rustig op een paar roze beenstukken na naakt door het appartement, op zoek naar de rest van de kleding die nog aan de lijn hangt. Terwijl de een d'r tanden staat te poetsen, zit de ander ongegeneerd te plassen. Na één nacht weet je dat je slapie niet uit bed kan komen 's ochtends. Dat de wekker met dat belachelijke deuntje minstens twee keer moet gaan. Na twee nachten ken je al haar slaapgeluidjes. Dan weet je hoe ze zich tevreden smakkend omdraait, of met een langgerekt 'mmmmm' op haar andere zij gaat liggen. Schattig. Je kunt er na drie nachten de klok op gelijk zetten dat er 's avonds smsjes komen van haar aanbidders. En dat ze die zacht grinnikend toch nog even beantwoordt voor ze echt gaat slapen.Dat zal weer wennen zijn zeg, vannacht naast vriend J. in mijn eigen bedje.
Toetje
Ik ook met m'n grote mond. 'Morgen wordt het twintig graden.'
Jaja. Dat is het lot tarten natuurlijk. Toen we opstonden motregende het. Dan is de helling waar we vandaag als toetje van het trainingskamp tien keer tegenop zouden moeten, spekglad. Zo vlak voor het wielerseizoen willen we natuurlijk geen brokken. Dat werd dus binnen trainen.Stel je voor. Vier zwetende meiden op de tacx in de woonkamer van een Spaans appartementje. Stampende muziek via de laptop. Ons uitzicht: lelijke appartementencomplexen en een héél klein stukje zee. Plasjes zweet op de marmeren vloer onder elke fiets. Alle ramen en deuren open, maar nog niet genoeg zuurstof. En een stuk minder diep kunnen gaan dan op een helling, omdat ik qua afzien bepaald geen vrienden met de tacx ben. Tsk.Gelukkig klaarde het vanmiddag op en konden we nog even naar buiten om afscheid te nemen van Calpe en omgeving. Al was het wederom fris. Treurig constateerden we dat de voorspellingen vanaf morgen écht goed zijn. Maar dan zitten wij in het vliegtuig terug naar Nederland. Terug naar het gewone leven.Voor nu nog even: beentjes omhoog. Héérlijk...
Lachen naar het ijsvogeltje
Klaar voor de start... Broeken uit! Jassen ook! En poseren maar. Kippenvel? Echt niet. IJzige grimas? Nee hoor, het is een ontspannen glimlach. Echt!
Het lijkt op de foto's superweer in Calpe, Spanje. Maar het is best fris. Vooral de wind is koud. Dat hebben we geweten, toen we gisteren op onze rustdag de publiciteitsfoto's voor dit jaar gingen maken. Aan zee, op het puntje van een rots, zaten we met blote beentjes en armpjes net te doen alsof het héél relaxt was daar.
Aan de fotograaf en de cameraman ziet u wel dat de temperatuur nog niet echt zomers te noemen was. Had u nog een stapje naar achteren kunnen doen, dan had u de overige rensters zien staan. Dik ingepakt, met winterjassen aan en mutsen op. Het is afzien hoor, dat wielrennen. En dus niet alleen op de fiets.
Ach ja. Hadden we alleen maar volle bak zon en zomerse temperaturen gehad hier, dan waren we helemaal niet goed voorbereid teruggekomen voor Omloop het Nieuwsblad, de koers waar het wielerseizoen volgend weekend mee begint. Een koers die traditiegetrouw gepaard gaat met kou, wind, regen en sneeuw. Dan moet je wel een beetje gehard zijn.
Balen dus dat het vandaag zonnig was, en dat het morgen zelfs twintig graden wordt! Maar maakt u zich geen zorgen: we slaan ons er wel doorheen.
Oh ja, de resultaten van de shoot vindt u hier en hier.
Gekke bekken trekken
Zzzgggg zzzggg hoor ik door het hoofdtelefoontje in mijn laptop. “Wat doe je?”, vraag ik vriend J. Ik kijk naar grijnzende hoofd op mijn beeldscherm. “Ik aai je!”, lacht hij. Ik gier het uit. J. aait zijn scherm, bedoelt ie, waarop hij mij ziet.
Vroeger kon je op trainingskamp in het buitenland hooguit een paar minuutjes bellen met het thuisfront. Peperdure minuutjes. Tegenwoordig is er Skype. Dat kent u wel, toch? Bellen via internet, gratis, met als special feature: beeld erbij – mits je een webcam hebt.
Ik vind Skype briljant. Het is hartstikke leuk je liefje te zien als je in Spanje bent. Even kijken hoe hij er ook weer uit zag.
Vriend J. vindt Skype ook een hele ontdekking. Hij doet al gek als ie zichzelf in de spiegel ziet. Dan schrikt hij zich zogenaamd een hoedje. Haha, flauwe grap, zult u denken. Maar als iemand dat telkens weer doet, werkt het wel degelijk op de lachspieren kan ik u melden.
Kun je nagaan wat er gebeurt als J. zichzelf een half uur lang op een beeldscherm ziet. Z’n wenkbrauwen schieten van boven naar beneden. Hij trekt z’n lippen strak en ontspant ze weer. Danst met z’n hoofd door het beeld. Fluit een liedje. Briest als een paard. En als ik er even niet om lachen moet, weet hij dat ik niet zit op te letten. Dan gaat ie nog gekker doen, tot ik wél kijk.
Hij stopt kabels in z’n oor. Of in z’n neus. Hij maakt een hartje met zijn duimen en zijn wijsvingers. Aaah lief… En hij aait me dus. Zzzggg zzzzggg. “Dag liefje, slaap lekker.” Dat zal wel gaan, na een half uurtje slappe lach.
Naar de k-lôh-tù
Het wordt steeds rustiger in ons appartement nu de week vordert. Na de training gaan de slaapkamerdeuren dicht en ligt iedereen met z’n beentjes omhoog. Vooral vandaag. Het is dag drie in een blok van drie. Waaiertraining deden we, dat betekent maximaal gaan. Alles eruit, weet u nog?
(Voor de niet-wielerkenners onder ons: een waaiertraining betekent dat we in een treintje achter elkaar aan rijden. Bij zijwind fietsen we schuin achter elkaar, vandaar de naam: waaier. In alle gevallen rijden we zo dicht mogelijk op elkaar, bijna met je voorwiel tegen het achterwiel van je voorganger. Dan maak je optimaal gebruik van haar zuigende werking.
Alleen de eerste in de rij vangt vol de wind. Zij rijdt zo hard ze kan. Dat doet pijn, dat hou je niet lang vol. Daarom wordt er om de paar tellen gewisseld: de voorste laat zich naar achteren zakken en iedereen schuift een plaatsje op. Omdat we zo hard mogelijk gaan, moet je eenmaal achteraan een sprintje trekken om weer aan te sluiten. Dat doet opnieuw pijn.
Als je geluk hebt kun je een héél klein beetje herstellen voor je weer vooraan bent. Als het echt goed draait – en dat is precies de bedoeling – versnelt de voorste in de rij steeds een klein beetje. Het hele treintje gaat steeds harder. Dan moet je ook middenin het treintje op topsnelheid blijven fietsen. Zo kun je met een groep van twaalf flink tempo maken: wij gingen vandaag bijvoorbeeld een paar kilometer lang 55.
De kunst is dat je bij die snelheid nooit een gat laat vallen. Dan ben je namelijk de sjaak. Want een gat kun je bij dat tempo nooit van z’n leven in je eentje dicht rijden. In een wedstrijd wil je als ploeg zoveel mogelijk mensen sjaken, maar dat begrijpt u natuurlijk wel. Tot zover, beste niet-wielerkenners.)
Aan het begin van de week was iedereen luidruchtig aan het douchen na de training. Toen werden er theetjes gedronken, er werd eindeloos geouwehoerd en we speurden naar een tv-zender waar we iets van de Olympische Spelen konden opvangen. Nu is te merken dat we bepaald niet op vakantie zijn. Iedereen wordt stiller, iedereen neemt de tijd te herstellen.
Ik ook. Als ik in de spiegel kijk, zie ik vermoeidheid onder de sproeten die door de zon tevoorschijn zijn gekomen. Want waaierrijden vraagt niet alleen veel uithoudingsvermogen. Omdat we zo dicht op elkaar rijden, vergt het ook opperste concentratie. Zeker als je nog niet zo’n ervaren waaierrijder bent. Zoals ik.
Tel daar de twee zware trainingsdagen van gister en eergisteren bij op en voilà: “Naar de k-lôh-tù!” zoals mijn ploeggenootjes op z’n Rotterdams zeggen. Maar goed dat we morgen een rustdag hebben.
Wij plassen ook
Ze durven het meestal nauwelijks te vragen. De mannen die ik op de fiets tegenkom. Maar uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid het altijd van de schroom. Dan komt dé vraag. Een beetje schoorvoetend gesteld. Besmuikt binnensmonds.
"Zeg eh... Marijn... Hoe plassen jullie eigenlijk? Of doen jullie dat niet?"
Voor eens en voor altijd: ja, wij plassen ook. Net als jullie. Maar wij zeiken doorgaans niet in het volle zicht. Wij trekken ons netjes terug in de bosjes. En, zoals vrouwen dat nu eenmaal doen: we gaan gezellig tegelijk.
In de koers plassen wij niet. Te veel gedoe. En we kunnen onze plas best vier uur ophouden - langer duren onze wedstrijden niet.
Zo. Weet u eindelijk het naadje van de kous. Interessant hè?
Hatseklats Col de Rates
Profwielrenners spotten, internetten, flirten... Uit uw reacties blijkt dat u denkt dat wij alles doen behalve trainen hier in Spanje, lieve lezer. Ik help u uit de droom.
Een dagje uitrusten betekent: de volgende dag volle bak. Klimtraining. Twee keer de in donkere wolken gehulde Col de Rates op. De specs zijn niet klip en klaar op het wereldwijde web te vinden, maar met behulp van wat rekenwerk van vriend J. en mijn eigen ervaring hier zijn wij tot de volgende conclusie gekomen (corrigeer ons als we stierenstront praten): Col de Rates is tussen de 6 en de 7 kilometer lang, tegen een gemiddeld stijgingspercentage van zo'n 7%. Uiteraard is 'ie op sommige stukken steiler. Hij wordt nergens vlak, laat staan dat je even een stukje freewheelend kunt herstellen.
"Doe elkaar maar lekker pijn. Alles mag eruit!", was de boodschap waarmee we omhoog gestuurd werden. Dat heb ik geweten. Ik kwam terecht in een groepje van drie. Hevig hijgend reden we omhoog. Mijn blik flitste van m'n hartslagmeter (Help! Als 'ie nog meer stijgt ga ik echt snel verzuren) naar de weg (Hoe ver nog, hoe steil nog...? Au! Hoe ver nog?!) en terug naar mijn hartslagmeter (Oei... Hartslag blijft stijgen...).
Iets als dit had ik nog nooit gedaan. Hoe lang zou ik dit tempo volhouden? Wat als ze echt doortrekken (= langzaam maar zeker versnellen)? En wat als één van mijn maatjes demarreert (= er plotseling vandoor gaat)? Aiai, dan kan ik echt niet volgen!
Met mijn hoofd vol stemmetjes stampte ik door. En voor ik het wist maakte ik een fout. "Hoe ver nog?", piepte ik tussen twee ademteugen door. Geen antwoord. Drie seconden later wel: poef. Daar ging Chantal. Sukkel! Had je nou niet zo laten kennen! Woedend op mezelf ging ik staan en probeerde haar wiel te pakken (= meteen achter haar te zitten). Maar ze was al lang en breed vertrokken. Ze had een gat geslagen van zeker vijftien meter.
Mijn hartslag was skyhigh. Ik begon te piepen. Maar ik moest door. Ik wilde per se naar dat wiel toe. Chantal gaf er natuurlijk nog een lap op (= fietste stevig door) dus het gat bleef. Snot droop uit mijn neus. Mijn benen ontploften zowat.
Maar. Chantal was wel erg vroeg vertrokken. De top was nog ver. Haar tempo zakte iets. Kom op Marijn, je mag dood, maar pas op de top! beet ik mezelf toe. Ik ging weer staan en perste er een sprintje uit. Waar is de streep, waar is de streep?! Er stond geen streep op de weg. Dat wist ik al. Maar toch.
Chantal was zo goed als boven. Ze was er, vond ze, en hield haar benen stil op het moment dat ik haar inhaalde. Geen streep. Geen winnaar. Hoefde ook niet. We hadden ons aan de opdracht gehouden en elkaar gesloopt. Of althans, ik was gesloopt. Zo erg dat ik bijna ging kotsen. Ik kon het nog net wegslikken.
Ai. Alles mocht eruit... en ik hield het nog net binnen. Toch niet helemaal aan de opdracht voldaan. Beetje jammer.
Echte profs
De lobby van hotel Diamante Beach is the place to be in Calpe.
Er zitten bejaarde Spanjaarden te loungen op grote witlederen sofa's. Er zitten bejaarde Spanjaarden spelletjes te doen aan kleine tafeltjes. En er zitten bejaarde Spanjaarden naar een luid tetterende tv te kijken. Fútbol, jeweettoch. Van de Olympische Spelen en schaatsen hebben ze hier echt nog nooit gehoord.
Tot zover alle redenen om beslist níet in Diamante Beach te willen zitten. Maar. Diamante Beach is ook dé verzamelplaats van alle profteams. Een buitengewoon bijzondere mix van mensen: bejaarden en renners. De bejaarden zijn ons wel gewend en kijken misnoegd naar al die vreetzakken die het buffet leegroven. Ik kijk met grote ogen naar de renners.
Toen we kwamen, zat heel Radioshack hier. Op Lance na dan. De jongens van Radioshack hingen ook op de witte sofa's. Te loeren naar ons, roze vrouwen met laptop op schoot. Daar bleef het wel zo'n beetje bij. Alleen Tomas Vaitkus had wat meer lef en showde de volgende ochtend z'n wheelie, de straat uit en terug. Kon ie ook bergop, zei ie, op z'n tijdritfiets. Stoertje.
Gisterochtend keken we uit het raam van ons appartement en zagen we vrachtwagens van Columbia en Quickstep staan. Daar bleef het helaas bij: toen we aan het eind van de dag terug kwamen, was het hele circus weer verdwenen. En wij hoopten nog wel op Tom Boonen en Mark Cavendish...
Intussen zijn er dan wel weer mensen van Saxo gearriveerd. De ploeg komt niet, weten we inmiddels. Geen Fabian Cancellara of de Schleckjes op de witte sofa's naast ons dus. Helaas.
In ruil daarvoor komen we wel af en toe een prof-in-het-wild tegen. Je ziet het meteen: dat is een echte. Zo zagen we iemand van Cervélo die zó mooi op z'n tijdritfiets zat dat het Carlos Sastre wel geweest moet zijn. We troffen Karsten Kroon in z'n nieuwe outfit. En een snelle renner van Euskatel. Geen idee wie...Morgen trainen er een soigneur en een mechanieker van Saxo met ons mee. Zeggen ze. Het zal mij benieuwen. Hopelijk zijn ze net zo openhartig als Dean, de trainer van Lance, die ons een uur lang trainingsfilmpjes en -foto's van The Boss op zijn tijdritfiets liet zien.
Jongens. Ik schrijf wel heel casual over dit soort dingen. Maar ik kijk rond met ogen als schoteltjes. Kijk mij hier nou. Hoe cool. Hoe cool!
Valentijnsdag
Hola guapa!
Oh lala chicas! Hello girls!
Ze zijn hier best wel gewend aan fietsers. Radioshack, Quickstep, Columbia; alles rijdt hier rond (best stoer om op dezelfde plek te trainen en continu profs tegen het strakke lijf te rijden - waarover later ongetwijfeld meer). Van dure fietsen en afgetrainde lichamen kijkt niemand hier meer op.
Maar roze, en dan in twaalfvoud, dat doet wat hoor. Zelfs de meest doorgewinterde werklui rechten hun pijnlijke rug en turen ons na. Kinderen joelen. Auto's blijven geduldig tien minuten achter ons rijden. Ook de mannelijke collegarenners die we passeren zitten steevast achterstevoren op de fiets. Wij lachen en zwaaien vriendelijk terug, natuurlijk.En daar houdt 't niet op. Vandaag kregen we zelfs post. Valentijnspost! Dit geheimzinnige briefje was onder onze deur door geschoven:
Joelend ging het briefje van hand tot hand.
Appartement 18D?
Wie zitten daar?!
Zijn dat die jongens van...?
Nee joh, dat zijn je-weet-wel!
Niet! Die zitten ergens anders...
Maar goed dat we morgen een rustdag hebben. Kunnen we eens even fijn gaan checken wie er precies in dat appartement 18D zitten.
Wielertoerist
"Hee joh, met die duim omhoog, je bent toch geen wielertoerist!?"
Aldus ploegleider M. - vrijdag 12 februari 2010 - Col de Rates.
Roze mutsen
"Passagiers Blaak, Bosman, De Vries graag zo spoedig mogelijk aan boord via gate..." Oeps! Al kletsend en plassend en handen wassend waren er natuurlijk al weer heel wat minuutjes verstreken. En we waren al laat. Rennen! (Hahaaaa, omgeroepen worden op Schiphol! Dat was me nog nooit overkomen... Normaal gesproken zit ik al een half uur van tevoren ongeduldig te wachten tot ik aan boord mag. Maar ja. Met vrouwen op stap. Dan krijg je dat. Kennelijk. Voor je het weet beginnen ze je luggage ook nog te unloaden. Stelletje roze mutsen...)
Als allerlaatsten snelden we door de slurf. Een paar minuten later hingen we al in de lucht richting Alicante. Dag besneeuwd Nederland, hallo zonnig Spanje. Letterlijk. Want vanochtend toen ik de slaapkamerdeur open deed dacht ik: Hè?! Wie heeft hier het licht aan gelaten? Maar het was geen lamp. Het was dus de zon, die enthousiast naar binnen scheen. De zon! Ik was helemaal vergeten hoe die eruit zag. Maar dat ie nou veel warmte gaf vandaag: nee. Niet echt. (Ik ga niet klagen hoor, want ik kreeg net een sms van vriendin N. Hier is het kut, schreef ze.) Hier is het niet kut natuurlijk. Maar wel koud... Acht graden vandaag en een zeer fris windje. Maar wel strak blauw. Droge wegen. Geen sneeuw en ijs te bekennen.
En d'r was iets dat me warm hield in de koude afdalingen. Kijk maar naar de foto. Ik mocht 'm voor het eerst uitproberen vandaag, mijn nieuwe pearl white pink flowered beauty. En het mooiste is: morgen mag ik weer!
Byebye loopschoentjes
Helaas jongens. Vanavond was de laatste keer dat jullie naar buiten mochten deze winter. Vanaf morgen ga ik alleen nog maar fietsen. Misschien volgend jaar weer. Voor nu: bedankt voor de bewezen diensten in de sneeuw, de regen, de pekel en de modder.Ik weet dat veel wielrenners en kenners vinden dat je als fietser niet moet lopen, beste schoentjes. Ik moet toegeven: leuk vond ik het ook niet altijd. Anderhalf uur rennen is namelijk erg lang. En saai. Ik red het eigenlijk alleen met heel harde muziek. Maar jullie hebben me wel een enorm stuk basisconditie gegeven deze winter. En na wat opstartproblemen waren er ook heus dagen waarop ik het lopen heerlijk vond.
Vóór deze winter had ik nooit gedacht dat ik langer dan een half uur achter elkaar zou kunnen rennen. Maar ik kan het. En steeds beter, ook. Ik begon op zo'n veertien kilometer in anderhalf uur. Vanavond droegen jullie me ruim achttien kilometer in negentig minuten. Nog even, en ik loop de halve marathon in anderhalf uur.Maar nog steeds zijn de laatste tien minuten afzien. Dan worden de kuiten stijf. En begin ik m'n hamstrings te voelen. Thuis gekomen moet ik echt even uitfietsen, op de roller. Zo gauw ik zit en trap voel ik: ja, dit is mijn beweging.
Jullie krijgen een mooi plekje in de kast. Daar kunnen jullie de zomer doorbrengen. Volgend jaar mogen jullie vast wel weer buiten spelen. Maar koester geen illusies: onze relatie blijft puur platonisch. Echte liefde, dat wordt het nooit.
Bloemen op m'n schoenen
Het leek wel pakjesavond, zaterdagavond bij broer R. in z'n nieuwe huis. Ik had mijn kledingpakket voor komend seizoen gekregen en alles door zijn woonkamer uitgestrooid.
Vriend J. keek spijtig toe hoe het ene na het andere roze gebloemde item tevoorschijn kwam. Roze kleding, die kon hij toch moeilijk confisqueren.
Hoewel... toen ik gisterochtend terug kwam van mijn duurtraining, stond hij net op het punt te vertrekken voor een eigen rondje fietsen. En wat prijkte daar om zijn hals? Juist. Mijn nieuwe (!) roze gebloemde buff, die ik zelf nog niet eens gedragen had (!!) en die had hij zonder te vragen (!!!) gepakt.
(Voor de niet-wielrenners onder ons: een buff is een multifunctioneel stuk textiel, in de vorm van een... eh... 'buis'. Je kunt 'm onder andere gebruiken als muts, als haarband of als sjaal. Hij past makkelijk onder je helm, is lekker warm in de winter en neemt zweet op in de zomer.)
J. had de buff notabene ook nog binnenstebuiten om z'n hals gedaan, zodat je de bloemetjes niet zo goed zag. Ja zeg. Ammehoela. Gelukkig zijn mijn andere kledingstukken niet zo gemakkelijk binnenstebuiten aan te trekken. Tenminste, ik zie vriend J. niet snel in een broek met de zeem naar buiten fietsen. Overigens zou dat niks uitmaken: de broeken zijn ook aan de binnenkant roze.
Maar. Nog even terug naar de inhoud van de tas. Oege en buuv I. worden namelijk op hun wenken bediend: er zaten ook speciale overschoentjes in.
(Wij wielrenners dragen vaak hoezen over onze schoenen, beste niet-wielrenners. Dikke hoezen als het koud is, waterdichte hoezen als het nat is en mooie hoezen tijdens wedstrijden. Die dingen worden 'overschoenen' genoemd.)
De overschoentjes zijn niet roze, maar zoals u ziet wél geheel in stijl. Klik vooral op de foto om ze eens goed en detail te kunnen bekijken. Zijn ze niet prachtig?
Dikke mist
Hoe dichter ik bij Dordrecht kwam, hoe mistiger het werd gisteren. Eenmaal op het parcours van De Mol reden we door een dikke witte brij. Je kon de volgende bocht niet eens zien. Interessante omstandigheden voor het eerste trainingskoersje van het jaar.
Mist verstilt. Het lijkt wel of er buiten jou en je directe omgeving geen wereld meer bestaat. Naast weinig zicht is er ook altijd weinig geluid als het mist. Een bijzondere ervaring tijdens het wielrennen, kan ik u verzekeren, zeker in de wetenschap dat er ruim honderddertig andere renners op het parcours waren. Waarvan je dus maar een handjevol zag.Na de eerste onwennige rondjes merkte ik dat ik lekker op m'n fiets zat. Het voelde goed. Ik kon het nog. Ik had er lol in, zat zelfs dom te grijnzen op m'n fiets.
Steeds en steeds hetzelfde rondje; dan merk je ieder rondje weer wat lekker loopt en wat niet. Het bultje liep lekker. De bochten, allemaal naar links, liepen steeds lekkerder. Het tempo liep lekker. Uiteraard waren er ook honderdduizend dingen aan te merken, maar voor een eerste trainingswedstrijdje was ik tevreden.
En de spierpijn in m'n nek, vooral aan de linkerkant na zeker honderdvijftig bochtjes naar links: ach, die gaat wel weer over.
Incognito
Vanmorgen sjeesde ik weer eens op mijn vouwfietsje door Amsterdam. Van het station naar studio De Plantage. Het was druk: fietsers overal (de Grote Stad is natuurlijk al snel druk voor een provincietrutje als ik).
Ik reed op mijn kleine tweewielertje iedereen voorbij. Dat doe ik altijd. Ik denk daar verder niet zo over na, ik fiets gewoon graag lekker door.
Maar dat viel vanochtend kennelijk op. Tot drie keer toe haalde ik gehaaste mannen in, die zwoegend op hun grote mannenfietsen met vierentwintig versnellingen over het fietspad denderden. Ze keken stuk voor stuk stomverbaasd omlaag, naar dat onderdeurtje op haar kleine vouwfiets dat daar even voorbij flitste.
Eentje kwam me zelfs hevig bellend weer achterop, toen er even een kleine opstopping was. Hij wilde inhalen, hijgde hij in m'n nek. En snel een beetje. Hij had haast, namelijk. Toen de opstopping oploste, spande ik m'n beenspieren en trapte weer verder. Heel die bellerd niet meer gezien. Gelost.Tja. Wielrenster incognito. Dan krijg je dat.
Voorjaar!
Het gaat beginnen. Overmorgen. Dan worden de eerste trainingskoersjes gereden - mits het niet sneeuwt of ijzelt. 'Voorjaarscompetitie' noemen ze dat dan, ook al is het nog lang geen lente.Vorig jaar stond ik als volstrekt groentje aan de start. Oefenen voor de eerste echte wedstrijden. Dit jaar ben ik roze, professioneel, maar ik voel me nog steeds groen.
Ik vind het spannend, weer koersen. Sinds mijn schouderblessure heb ik geen echte wedstrijd meer gereden. Kan ik het nog? Voel ik me meteen veilig tussen de wielen? Heb ik genoeg getraind deze winter?Het lekkere van trainingskoersjes is dat je je meet met mannen (u leest het goed, niet-wielerkenners: wij vrouwen rijden in deze tijd van het jaar tussen de mannen. In wedstrijdjes lekker dicht bij huis).
Het voordeel van tussen mannen rijden: ze zijn (meestal) hoffelijk voor het handjevol vrouwen dat meerijdt. Ze zullen je in ieder geval niet snel een beuk geven, of snijden. En ze gaan hard. Dus je weet: als je met hen mee kunt komen, dan zit het met de vorm wel goed.We gaan het zien. Ik ben er klaar voor.
Olé voor de cardio-tv
Mijn sportschool heeft nieuwe cardio-apparaten. Met ingebouwde tv's. Fantastic!
Toegegeven: mijn sportschool liep gewoon enorm achter. Cardio-apparaten met tv's zijn immers gemeengoed. Net als sauna's in sportscholen. Heeft de mijne ook niet.
Mijn sportschool is klein maar fijn. Er lopen niet van die kijk-eens-hoe-waanzinnig-gespierd-en-woest-aantrekkelijk-ik-eruit-zie-patsers en zien-jullie-mijn-strakke-kontje-wel-huppels rond. Je kunt er gewoon lekker sporten. De sfeer is er relaxt en de mensen zijn aardig. Als ik een wegtrekker krijg, mag ik een energiereepje op de pof. Waar vind je dat nog? Dat ik 't in ruil daarvoor zonder de meest moderne apparatuur moest doen nam ik op de koop toe.
Maar oh, wat een verbetering zijn deze apparaten! De crosstrainer is mijn favoriet. Er zijn ook loopbanden, maar lopen doe ik liever buiten. En er zijn natuurlijk fietsen. Maar hemel, wat zitten die krengen slecht... Veel te rechtop, beroerde zadels. Nee, dan de crosstrainer. Anderhalf uur achter elkaar? Ik verveel me geen minuut meer.
Ik heb de hele middag slechte series gekeken. Eerst Net Wijf. Heerlijk. Oeroude afleveringen van ER, Grey's Anatomy en What About Brian. En natuurlijk Will&Grace. En daarna Oprah op RTL4, de kerstaflevering, met al die fijne X-mas songs met my dear friend from Italy Andrea Bocelli, die bij iedere hug van Oprah verlekkerd grijnsde. Daarna natuurlijk Dr. Phil. En als toetje Jamie Oliver, die geen lam durfde te slachten. Daar kreeg ik honger van. Maar ik moest nog even roeien. Zonder tv. Dan duren vijftien minuten ineens weer een eeuw.
Mijn racefiets staat al weken weg te kwijnen in de gang. Smachtend wachtend op smeltende sneeuw. Maar er vallen as we speak opnieuw vlokken buiten. Wat een leed. Gelukkig maakt Cityfit de pijn in deze druilerige dagen waarop toch geduurtraind moet worden een beetje draaglijk. Wat zeg ik? Zeer draaglijk!
Nog maar 9 dagen snertweer