Fuck Polar
Zet u schrap, ik moet even schelden op Polar, het bedrijf waar mijn hartslagmeter vandaan komt.
POLAR, ONGELOOFLIJK KUTBEDRIJF DAT JE D'R BENT!
Zo. Dat lucht op.
Ik kreeg mijn Polar hartslagmeter vorig jaar van mijn lieve vriend J. Een superdeluxe exemplaar en derhalve een nogal duur kado, maar onontbeerlijk als je trainingsschema's volgt. Want de eenvoudigste manier om in de gaten te houden of je effectief traint, is op je hartslag letten. U begrijpt, mijn hartslagmeter en ik zijn onafscheidelijk.
Het is ook belangrijk om bij te houden hoe je trainingen vorderen. Daarom leverde Polar een fijn softwarepakketje bij de hartslagmeter, om iedere training op te slaan in de computer.
Maar.
De hartslagmeter kan alleen verbinding maken met mijn laptop via de infraroodpoort. De infraroodpoort? Ik zoeken... Laptop op de zijkant, laptop op de kop, laptop binnenstebuiten: nergens te vinden. Alleen maar usb-poorten en bluetooth-opties.
Navraag leerde me dat het geen wonder is dat mijn laptop geen infraroodpoort heeft, want die worden sinds 1981 of zo niet meer in computers gebouwd.
Dus.
Kennelijk denken ze bij Polar dat wielrenners graag een hypermoderne hartslagmeter hebben met alle denkbare opties (je kunt er alleen niet mee bellen, verder kan het ding zo'n beetje alles), maar dat ze computeren op een apparaat uit het stenen tijdperk, met WordPerfect 2.1 en Pong. En met een infraroodpoort.
Een rondje googelen leerde me dat er gelukkig een oplossing is voor modernere wielrenners met een nieuwe laptop. Er bestaan speciale Polar infrarood usb-sticks. Briljant!
Ik zoeken in het doosje van mijn hartslagmeter. Alles was er immers bij geleverd: hartslagband, snelheidssensor, cadanssensor, kleine tie-wraps om de sensoren vast te maken en het cd-rommetje met de software. De infrarood usb-stick zou er dan ook wel bij zitten, dacht ik.
Niet dus.
Je moet die speciale infrarood usb-stick van Polar er apart bij kopen. Erbij kopen! Bij een apparaat van om en nabij de 300 euro met alles erop en eraan! En als u nu denkt dat die stick een tientje kost, dan heeft u dat mooi mis.
Nee.
Die stick kost 50 euro. VIJF-TIG EURO! Voor een stomme tering usb-stick waar je niet omheen kunt omdat Polar zo achterlijk is het oeroude infraroodsysteem in zijn hypermoderne hartslagmeters niet te vervangen door iets moderners!
Weet u waar ik dit naar vind rieken? Naar pure geldklopperij. De hartslagmeter bevalt goed, maar wat vind ik Polar ineens een onsympathiek bedrijf.
Gelukkig zijn er ook infrarood usb-sticks van andere merken voor normale prijzen. Dus fuck Polar.
Ploegfiets II
Die foto van eergister was van een ploegfiets van vorig seizoen, maar dat hadden jullie natuurlijk al lang begrepen he? Thijs Al was te lui om een foto te maken, maar ploegmattie Monique niet! Dit mms'te ze me vanochtend:
Mijn aanstaande! Ik wilde natuurlijk meer zien. Een beetje naar rechts, Monique! En een iets groter beeld graag! Ze liet me nog even bungelen. Maar mms'te toen toch nog een foto:
Het is de middelste.
Jaja, die fiets van Wilfried, ik weet het... Prachtig. Uniek. Stoer. Maar ik vind die van mij ook mooi! Nog twee weekjes...
Ploegfiets
Jongens, ik krijg een fiets van de ploeg. Met roze bloemetjes, een Nederlands vlaggetje op het frame en daarnaast mijn naam.
Voor de doorgewinterde wielrenners onder ons is een fiets van de ploeg geen nieuws. Een fiets van de ploeg is normaal. Ik vind het niet normaal. Ik vind het geweldig!
(Voor de niet-wielrenners onder ons: in (semi-)profploegen rijden alle renners op dezelfde fiets. Vaak is die fiets speciaal voor het team ontworpen. Die van ons in ieder geval wel.)
Maar goed. Mijn eigenste ploegfiets dus. Ik wist niet dat ie al bijna klaar is, maar hij is zelfs al uitgebreid bewonderd. Niet door mij, maar door Thijs Al. En dat hoor ik dan via twitter.
(Voor de niet-twitteraars onder ons: twitter is een soort sms'en via internet, waarbij je je kunt aanmelden wiens sms'jes je wilt lezen. D'r zijn 634 mensen die mijn 'tweets' lezen en 1827 mensen volgen de tweets van Thijs Al.)
De conversatie begon 21 uur geleden en ging dus zo:
thijsal @marijnfietst Net je mooie nieuwe fiets bewonderd :-)!
marijnfietst @thijsal De mijne?! Echt??? Waaaa ik heb m zelf nog niet eens gezien! Hoe ziet ie eruit?! #nieuweploegfiets
(Voor de niet-twitteraars onder ons: een # wordt vaak gebruikt om aan te geven waar een conversatie over gaat.)
marijnfietst @thijsal En hoe wist je dat 't de mijne was? Stond m'n naam erop of zo? ;-) #nieuweploegfiets
thijsal @marijnfietst Haha! Okay, die van jou was er nog niet, maar er waren er al een paar klaar ;-)! Zijn heel mooi, nog mooier dan vorig seizoen!!
marijnfietst @thijsal Geen foto gemaakt toevallig...?
thijsal @marijnfietst Nee! Dacht ik laat je mooi in spanning ;-)
marijnfietst @thijsal Hmpf... Nog twee weken wachten dus, tot Calpe...
thijsal @marijnfietst Denk dat je hem volgende week op kunt halen. Of brengen ze hem voor jou naar Calpe?! #sterallures ;-)
marijnfietst @thijsal Ze brengen 'm voor me naar Calpe :-D #nieuweploegfiets #sterallures
(Voor de niet-twitteraars onder ons: de # wordt niet alleen gebruikt als reminder voor het gespreksonderwerp, maar vaak ook om je gesprekspartner een beetje af te zeiken.)
thijsal @marijnfietst Zo toe maar!!! En ik elke keer maar die fiets in een tas proppen!! Hoezo verwend ;-)!!
marijnfietst @thijsal Tja, werkpaarden en luxepaardjes hè? Wij arme meisjes kunnen natuurlijk niet met een fiets over Schiphol slepen ;-)
thijsal @marijnfietst Nee, dat staat niet zo bij jullie handtas ;-)Op Thijs' laatste tweet heb ik nog niet gereageerd. Maar ik weet al wat ik dadelijk ga schrijven:marijnfietst @thijsal Leontien kennende past onze fiets juist uitstekend bij onze handtas :-D
Veertje
Hoe komt 't toch dat hardlopen in de schemering zoveel sneller, makkelijker en lichter lijkt te gaan?
Iedere keer verbaas ik me er weer over. Vooral omdat ik 's ochtends rechtstreeks uit bed niet zo'n zin heb om te rennen. En 's avonds als ik duf van m'n werk kom en bibberend van 't station naar huis fiets al helemaal niet. Doe me dan liever een bord eten, DWDD en Desperate Housewives.
Ik moet mezelf er echt toe zetten m'n hardloopschoenen aan te trekken. Omdat ik me niet kan voorstellen wat bijna iedere keer gebeurt: als ik eenmaal bezig ben, loop ik als een speer. Veel beter dan bij helder daglicht, terwijl een rondje hardlopen me dan een stuk meer trekt.
Verandert de schemering je gevoel van afstand? Ik fladderde als een veertje richting het Engelse Werk. Of heeft het te maken met al die mensen die zich huiswaarts reppen, terwijl ik in tegenovergestelde richting loop, de stad uit?
Ik zweefde over de IJsselbrug. Komt het door een ander scherpte-diepteperspectief als het schemert? Ik vloog richting Hattem, langs de ijsbaan, en verder. En verder.
Loop ik in de schemering nou ook echt harder, of lijkt dat maar zo? Alleen in de schemering word ik nog 'runners high'. Overdag nooit meer. Hoe kan dat?
Bij de afslag naar de Leemcule draaide ik om. Ik liet me terug naar Zwolle dwarrelen. Met rode wangen, glinsterende ogen en een fris hoofd. De kantoordag mijlenver verdwenen.
Waarom lopen in de schemering zo heerlijk is, juist na een lange werkdag waar je moe van thuis komt, weet ik niet. Wat ik wel weet (even een stichtelijk woord hoor, mag wel een keer toch?): hoe verleidelijk het ook is om bij thuiskomst lekker neer te ploffen, het is zó de moeite waard om even streng te zijn voor jezelf. Het goede nieuws is: de bank en de buis zijn na een rondje rennen een dubbele beloning.
En jezelf een veertje in de schemering voelen is overigens ook niet verkeerd.
Bakje kots
Tegenwoordig eet ik altijd yoghurt met muesli en fruit als ontbijt danwel als lunch. Zit iets meer in dan in brood: niet alleen vezels, maar ook eiwit. En vitamientjes natuurlijk.
(Voor de healthfreaks onder ons: magere yoghurt natuurlijk, zelfgeschild fruit en echte muesli. Géén cruesli uiteraard, want veel te vet.)
Ik neem het zelfs mee in de trein - ik ontbijt of lunch vanwege een strak dagschema nogal vaak in de trein, namelijk. Dan zit de yoghurt met muesli in zo'n mooi plastic bakje.Vriend J. had weinig woorden nodig toen hij mijn zelfgemaakte maaltijd voor in de trein zag: "Kijk nou, een bakje kots!"
Dus mocht er iemand een bakje kots naast u in de trein zitten leeg te lepelen, dan weet u het. Dat ben ik.
No moobs no glory
Nog even over het saunabezoek van woensdag hoor.
Vriendin L. en ik zaten na een bezoek aan het Turkse stoombad lekker te bubbelen en te kletsen. Bij mijn weten vertelde ik niks grappigs, maar ineens begon L. te grinikken. Ze wees op m'n bovenlichaam, dat een stukje boven het water uit stak. "Jij hebt gewoon moobs!", schaterde ze.
Moobs... Moobs? Dat woord kende ik niet, maar het klonk als een soortgenoot van de shart (shit + fart = natte scheet), de whale tale en de camel toe (een broek die veel te strak zit in het kruis, zodat de schaamlippen zich duidelijk aftekenen; hetgeen we in het Nederlands 'liplezen' plachten te noemen).
Ik keek L. verward aan. "Man boobs!", verklaarde ze giechelend. Mannentieten. Als ik iets walgelijk vind... Ik kon L.'s plezier dus bepaald niet delen. Integendeel. Nu weet ik ook wel dat ik m'n tieten er zover afgetraind heb dat ik zelfs uit de Sportieve Tietjes Club geroyeerd dreig te worden, maar om ze te vergelijken met die vieze theezakjes van veel te vette mannen... Gatver!L. zag m'n gezicht betrekken. "Wat ik bedoel...", probeerde ze een en ander recht te breien, "... zijn je goed ontwikkelde spiéren daar! Je hebt zoveel getraind dat je je tieten gewoon kunt aanspannen, net als veel mannen!" Hm. Aardige poging, maar ze maakte het er niet veel beter op.
Pas toen ik in de relaxruimte de Men's Mind was gaan lezen (als u eens wilt lachen, dames, en al uw vooroordelen over mannen bevestigd wilt zien: lees de Men's Mind. Gaat alleen maar over seks. En over seks. En ook over seks trouwens), klaarde mijn humeur weer een beetje op.
Naast alle verhalen over seks las ik ook een stukje over de Australische hordenloopster Jana Rawlinson, die vertelde dat ze haar borstimplantaten laat verwijderen om nog één keer te vlammen op de Spelen van 2012. Haar nieuwe tieten zitten teveel in de weg om een topprestatie te leveren. Dus is ze liever weer plat.
Kijk.Vrijwillig aan de moobs! Tja, als dat tot medaillekansen op de Spelen kan leiden... Dan wist ik het ook wel! Na 2012 kun je immers altijd opnieuw aan de implantaten.
No moobs no glory. Ik ben op de goede weg!
Eindstand
Limburg liet zich van haar beste kant zien gisterochtend. Sluierbewolking, de zon die doorbrak. Geen bittere koude, zoals in meer noordelijk gelegen delen van ons land. De mooiste dag van het jaar tot nu toe.
@guidosavelkoul had een schitterende route uitgestippeld. Niet de geijkte Camerig, Keutenberg en Eyserbosweg, maar de Voerstreek in. Vanuit Maastricht reden we naar Gronsveld.
Bij Mesch staken we de grens over. Via Warsage reden we naar Visé en toen zuidwaarts: via Blégny naar Soumagne en met een lus terug naar Visé, richting Nederland. Bij Withuis moesten we stoppen voor koffie en vlaai.
Stoppen? Stoppen?! Voor koffie en vlaai? Euhm... dat doen wij wielrensters nooit..., aarzelde ik. Dat kan best wezen, vond Guido, maar in Limburg is dat een gebruik. Dus.
Tja. Ik was op visite. Dan dien je je aan de plaatselijke gebruiken te conformeren. Dus wij dronken koffie. En aten vlaai.
Na de vlaai moest er natuurlijk nog even echt geklommen worden, vond ik (hoewel het in de Voerstreek ook nergens vlak is, maar dat terzijde). Je bent niet voor niets in Limburg, immers. Ik kon toch niet thuis komen zonder op z'n minst de Cauberg te hebben genomen?
Vanaf Withuis reden we via Eijsden door het Savelsbos naar Margraten. Via Sibbe daalden we af naar Valkenburg. En daar was ie: de Cauberg. Korter dan in m'n herinnering. We daalden af naar de Brakke Berg en klommen vandaar weer recht omhoog naar Berg en Terblijt.
We wilden de 100 kilometer wel halen voor Haïti, dus met een klein lusje via Amby reden we terug naar Maastricht. Eindstand na 3 uur en 52 minuten fietsen: 102 kilometer.
Hoeveel km denk je te maken deze week? vroeg @giantbiker me maandag. Ik schatte 250. Het zijn er 267 geworden. Maal 15 eurocent maakt dat 40,05 euro voor Haïti. Geweldig! Enorm bedankt, @giantbiker, voor het aanzwengelen van deze actie.
Ook ontzettend bedankt naamgenoot Marijn, jeugdvriendin Fenke, Mopperjob, mijn moeder, @guidosavelkoul, @drsPe en mijn vader voor het aanhaken. Ik ga er vanuit dat jullie het bedrag zelf overmaken. Ik ben jullie zeer, zeer erkentelijk. En ik hoop dat het geld op de goede plek terecht komt!
Tussenstand #fietsenvoorhaiti
Donderdag hardloopdag, dus vanochtend tussen half acht en negen deed ik een duurloopje van zeventien kilometer. Daarna twintig minuten uitfietsen: ruim acht kilometer. Dat maakt dus vijfentwintig kilometer bij elkaar.
Slap dagje, inderdaad. Maar dat ga ik morgen dubbel en dwars goedmaken. Met hopelijk nog een paar sponsors erbij! Want niet alleen de landelijke zenders, ook regionale omroepen als RTV Drenthe voeren vandaag actie voor Haïti. En omdat ik uit Drenthe kom, oorspronkelijk, willen ze mij vandaag wel even spreken over de spontane actie van @giantbiker.
Dus als je niks beters te doen hebt, zet dan de livestream van Radio Drenthe aan. Als 't goed is kom ik tussen 11.30 uur en 15.00 uur voorbij...
Sauna
Ik heb het heet. De zweetpareltjes op mijn armen en benen worden langzaam grote druppels, die één voor één naar beneden glijden. Dit trek ik niet lang meer.
Met stijgende verbazing zie ik de man naast me - met zijn benen wijd zodat ik goed zicht heb op zijn edele delen, maar dat terzijde - zacht rochelend in slaap vallen. Hoe houdt hij dat vol? Ik ben nog geen vijf minuten binnen en ik krijg nu al geen lucht meer. Ik wil eruit. Nu. NU!
Hijgend sla ik de deur achter me dicht. Koelte... Het dompelbad, daar durf ik pas in als ik voor de derde keer de sauna in ben geweest - waar we vandaag niet aan toe zullen komen, maar ook dat terzijde. Nu vind ik twee keer onder de koude sproeidouche door rennen meer dan voldoende om af te koelen.
Eigenlijk ben ik ook maar een sporter van niks. Afzien op de fiets, à la. Maar afzien in de sauna... Nee, dat is echt niet voor mij weggelegd. Terwijl ik wéét dat het zo gezond is. Lekker die afvalstoffen eruit zweten.
Neem eens een voorbeeld aan die man zeg, die ligt gewoon (ongegeneerd wijdbeens) te pitten in de stikhitte. Mietje.
Gelukkig is saunabezoek ook te trainen, schijnt. D'r zit dus niks anders op. Vaker naar de sauna!
Fietsen voor Haïti-update - Vóór mijn saunabezoek heb ik uiteraard getraind. De combinatie van een verkoudheid en kille motregen noopten mij tot een bezoek aan de sportschool. Daar volgde ik twee spinninglessen van een uur en tussendoor heb ik me een uurtje op de crosstrainer en het roeiapparaat vermaakt. Geen concrete kilometers voor Haïti dus. Dat spijt mij, lieve sponsors. Ik hoop dat jullie er genoegen mee nemen dat ik de drie uren in de sportschool omreken naar een duurrit van drie uur. Niet al te optimistisch gerekend zou ik in die tijd zo'n 83 kilometer gereden hebben. Akkoord?
Natte kilometers voor Haïti
Zo, de eerste 8 euro 55 voor Haïti zijn binnen: 57 natte kilometers maakte ik vandaag.
De eerste 15 waren nat van mijn zweet. Op de fiets bij de sportarts gutste het binnen een mum van tijd al van mijn armen, voorhoofd en rug. Er drupte zoveel zweet van mijn neus in het mondkapje op m'n gezicht dat het ding beter omgedoopt kon worden tot mondbadje.
Maar de inspanningstest ging goed. Mijn basisconditie is prima en over de hele linie ben ik sterker geworden. Dat zijn fijne dingen om te horen als je je uitgeput van die rotfiets laat glijden. (Ik weet dat ik niet mag klagen gezien het doel waar ik deze week mijn zweet voor vergiet. Maar toch, eventjes hoor: godmiljaar, wat een ellendige snerttest! Geen beloning aan het eind, alleen maar zwaarder trappen tot je erbij neervalt! Aaaargh!)
De tweede 42 kilometer - uitfietsen van de inspanningstest - waren nat van de regen. Ik begon redelijk droog - hoewel: nog een beetje nazwetend - maar onderweg werd de motregen steeds dichter. Toch beschouw ik dinsdag 19 januari 2010 als een mijlpaal: ik zat voor het eerst dit jaar weer op mijn racefiets en maakte een volledig sneeuwloos ritje. Ondanks de regen was het niet echt koud. En ik dacht: fiets maar mooi door, elk kilometertje telt...
Inmiddels is @giantbiker niet de enige die 15 eurocent per gefietste kilometer overmaakt naar Haïti. Ook naamgenoot Marijn en mijn moeder doen mee. Met mijn eigen bedrag erbij maakt dat voor vandaag alleen al 34 euro 20.
GE-WEL-DIG. Ik blijf trappen!
Fietsen voor Haïti
Hai, ik ga je deze week sponseren €0,15 per fietskilometer, 5 dagen. Voor slachtoffers Haïti.Dit berichtje kwam vanochtend uit het niets binnen op mijn twitter. Afzender: giantbiker. Er stond nog een tweede tweet bij:Hoeveel km denk je te maken deze week?Wauw! Wat krijgen we nou?, dacht ik. En: van wie is dit afkomstig? Twee kliks later wist ik dat 't Jan (46) uit Zeeland betreft, die uit zichzelf met deze sponsoractie is begonnen.Ik ken Jan niet. Tenminste, ik heb hem nooit ontmoet. Hij sponsort alleen mij. Waarom? Geen idee.Ik vraag me af of Jan weet dat ik het nieuws altijd op de voet volg. Dat ik erg geschokt ben door de aardbeving in Haïti en vooral door het drama dat zich daar nu ontvouwt. Anarchie, plunderingen, overlevenden die nog vastzitten in het puin in dorpen die onbereikbaar zijn voor reddingswerkers, lijken die op straat liggen te rotten en hulpverleners met eten, drinken en medicijnen die vastzitten op het vliegveld. Ik heb er geen woorden voor, zo afschuwelijk. Machteloos gevoel.Jan heeft er denk ik ook geen idee van dat de vriend van mijn vriendin Mijke als 9-jarig jongetje geadopteerd is uit Haïti. Judy is al dagenlang regelmatig op tv en staat in kranten. Hij is de initiatiefnemer van de bijeenkomst in Amsterdam afgelopen zaterdag, waar ook burgemeester Cohen en minister Koenders hun medeleven betuigden.Vrijdagochtend bezorgde Judy me nog koude rillingen toen ik, op weg naar mijn trainingskamp in Limburg, hoorde wat hij op Radio 1 vertelde over zijn (over)leven als klein jongetje in het straatarme land. En dat hij juist van plan was om eind januari naar Haïti te gaan, op zoek naar zijn roots en zijn biologische ouders. Ik dacht nog: wat doe ik hier eigenlijk in die auto met mijn fiets achterin. Belachelijk gedoe. Ga wat nuttigs doen met je leven!Het is een slechte week om mij te sponsoren. Vandaag heb ik rustdag. Morgen doe ik een inspanningstest bij de sportarts en daarna ga ik twee uurtjes uitfietsen. (Voor de niet-wielrenners onder ons: tijdens een inspanningstest fiets ik me dood onder begeleiding van een sportarts, die dan kan constateren hoe het fysiek met me gesteld is - ik vond dat ik dat toch even moest uitleggen.)Woensdag lijkt een goede fietsdag te worden: er staat een duurtraining van zo'n negentig kilometer op het programma. Donderdag ga ik hardlopen (gelukkig mag ik die kilometers ook meetellen van Jan, maar dat worden er niet meer dan een stuk of zeventien). Ook vrijdag hoop ik wat kilometers weg te trappen. Dan train ik in Limburg.Vijf dagen. De teller zal vermoedelijk op zo'n tweehonderdvijftig kilometer blijven steken. Ik hoop dat Jan er niet van schrikt: 42,50 is toch een heel bedrag. Maar goed dat hij dit aanbod niet in de zomer doet: dan ga in vijf dagen richting de vijfhonderd kilometer.Ik probeer deze week zoveel mogelijk kilometers te sprokkelen, om Jan zoveel mogelijk geld af te troggelen. Zo heeft dat stomme gefiets van mij toch nog zin! Ik ga het bedrag zelf verdubbelen, heb ik besloten.
Wat kun je doen als er zo'n ramp plaatsvindt? Niks. Of een onbekende wielrenster uit het niets gaan sponsoren. Ik ben er stil van, Jan.
Leontiens fanclub
"Zijn jullie van de fanclub van Leontien?" De mevrouw achter de kassa van de bioscoop in Maastricht kijkt met grote ogen naar dat groepje meiden in met 'Leontien.nl' bedrukte outfits voor haar. "Haha, ja, dat ook!", roepen wij.
Dat ik opval in m'n eentje is geen nieuws meer. "Hee, die roze, die is leuk!", roepen scholieren me na als ik met een groepje mannen in Zwolle en omgeving fiets. Doe dat keer zes en voilà: onze belevenissen dit trainingsweekend in de Limburgse heuvels.
Bij het stoplicht in Maastricht rijden automobilisten bijkans vluchtheuvels aan flarden, omdat ze achterstevoren in de auto zitten. Wandelaars houden hun pas in, stoppen en draaien zich om om ons na te kijken.We lijken wel aapjes: in de ontbijtzaal en zelfs in de bar van ons hotel draaien alle hoofden onze kant op en wordt er even een potje ongegeneerd gestaard. Dat terwijl we onze fietspakjes dan niet eens aan hebben.
Toegegeven: ook in onze vrije tijd gaan we op z'n Leontiens gekleed. Maar meer roze dan een shirtje, een jasje of een bodywarmer is er dan echt niet aan ons te ontwaren.
Daar waar ik nog steeds met grote ogen terugkijk en het een hele belevenis vind, zijn mijn ploeggenoten het wel gewend. Ze gaan er nochtans mee om alsof 't de normaalste zaak van de wereld is om zo bekeken te worden.
Nu waren we dit weekend maar met z'n zessen. In Nederland. Over drie weken vertrekken we naar Calpe, Spanje. Met z'n twaalven. Het zal mij benieuwen hoe de Spanjaarden dan reageren op zo'n dozijn chicas rosadas.
I love Limburg
D'r kan gesleed en gelanglauft worden in ons land en zelfs geschaatst op de Keizersgracht.
Mooi hoor, maar er moet nu eindelijk weer eens gefietst worden! Daarom gaan we dit weekend op trainingskamp naar het mooie Limburg.
Laat anderen maar van de Cauberg af skiën, wij rijden er liever met onze mountainbikejes tegenop.Sneeuw of geen sneeuw, ik heb zo'n zin! Maastricht, here I come!
Radijsjes en rettich
Dit is geen still uit een slechte pornofilm. Dit is John den Braber.
Maar zo ken ik hem niet. Ik ken John als een gezellige jongen die geen bitterbal uit de weg gaat. En dat is hem aan te zien ook. Toen hij me vertelde dat hij profwielrenner is geweest, rolden mijn ogen er bijna uit van verbazing. Hij?! Die... eh... stevige jongen?
(Eigenlijk was dat een heel genânt moment. John heeft notabene twee keer meegedaan aan de Spelen! En dan heb ik het nog niet eens over de rest van zijn prestaties. Viel ik daar even major door de mand. Tot twee jaar geleden was ik namelijk een echte wielernono. Mijn algemene wielerkennis over de periode vóór 2008 is nog steeds belabberd. Dat probeer ik liefst te verhullen, maar soms ga ik dus keihard op m'n bek. Zoals tijdens mijn kennismaking met John. Ik dien me diep te schamen dat ik nog nooit van John den Braber gehoord had. En dat doe ik ook.)
Maar goed. Als je stopt met topsporter zijn en start met het goede leven... Dan ga je alles eten en drinken wat je jezelf jarenlang hebt moeten ontzeggen. Dan word je een dikkerdje. En weeg je voor je het weet veertig kilo meer.
John is het inmiddels wel gewend dat hij niet meer herkend wordt als voormalig wielrenner. Met zijn overgewicht is de atleet in hem ver te zoeken. En daar heeft hij nu genoeg van. Hij wil z'n goddelijke lichaam terug. Dus John gaat lijnen. Vóór de Tourstart wil hij zeker dertig (!) kilo kwijt.
Dat wordt straf. Want de Tour begint in juli. Nog zes maanden. Dat betekent vijf kilo afvallen per maand.
Ik ben zo benieuwd hoe lang John zijn nieuwe leven op radijsjes en rettich volhoudt. En wanneer hij voor 't eerst zondigt natuurlijk - want dat gaat ongetwijfeld gebeuren. Wat hij dan gaat eten. Hoe schuldig hij zich daarna voelt. Welke gerechten in z'n dromen voorbij komen en hem kwijlend doen ontwaken.
Voordeel is dat de topsportersmentaliteit niet verdwenen is met het toenemen van het gewicht. Dat neem ik tenminste aan. Discipline, dat moet er nog wel een beetje inzitten. Zou je zeggen. John gaat alles bijhouden, op zijn weblog. Dat wordt 'smullen'.
Je topsporterslichaam terug op je veertigste. Ik vind het stoer.
Hoogtestage
Een weekje langlaufen op 1200 meter, daar merk je later in je trainingen niks van. Dan moet je toch minstens twee weken op minimaal 1500 meter en liever nog hoger zitten. Dat dacht ik tenminste altijd.
Ik heb nog nooit echt op hoogte getraind, dus praktische ervaring heb ik niet. Wel merkte ik anderhalve week geleden in Zwitserland meteen dat mijn polsslag tijdens het trainen wat hoger was dan in Nederland. Niet veel, een paar slagen slechts, maar toch.
Mijn Zwitserse vriend K., sportman in het algemeen en oud-triatleet in het bijzonder, wist te vertellen dat ik wel degelijk wat zou merken van mijn hoogtestage. "Let maar op: volgend weekend voelt het ineens alsof je veel meer energie hebt."
Ik was enorm benieuwd, maar zijn voorspelling ook al snel weer een beetje vergeten. Tot ik ging hardlopen gisteren.
Want ondanks het feit dat ik al vanaf het moment dat ik de straat uit liep plassen moest, vloog ik. Watskeburt!? dacht ik. Ik had energie voor tien. Ik rende mijn door de sneeuw extra zware rondje sneller dan ik ooit had gedaan. En ineens herinnerde ik 't me: mijn hoogtestage.
Zou het dus toch...? Of was het psychisch? Wat maakt het uit. Waar het ook vandaan komt: hopelijk kan ik dit gevoel nog even vasthouden. Lekker!
Zeikwijf
Normaal gesproken ben ik helemaal geen zeikwijf. Tijdens trainingen met de ploeg moeten er altijd wel een paar plassen onderweg, maar ik hoef nooit de bosjes in.
Zelfs tijdens mijn eigen duurtrainingen sta ik fluitend de andere kant op te kijken als mijn mannelijke fietsmaatje (ik noem geen namen) minstens één keer per anderhalf uur plassen moet. Maar als er sneeuw ligt is alles anders. Dan moet ik continu plassen. Doorgaans ligt hier weinig tot geen sneeuw in de winter. Het is dus altijd tot een typisch wintersportprobleem beperkt gebleven. Voor we 's ochtends vertrokken: plassen. Als we met het liftje boven kwamen: plassen. Na twee afdalingen: plassen. Voor de lunch, na de lunch, nog drie keer tussendoor: plassen.
Tot mijn grote ergernis heeft het probleem zich met de komst van de sneeuw uitgebreid tot ons eigen land. Natuurlijk hou ik er rekening mee. Ga ik extra plassen voor vertrek. Maar ik hoef maar een minuutje buiten te zijn en ik moet alwéér.
Zo ook vandaag. Ik ging hardlopen. Maar ik was de straat nog niet uit en ja hoor... Terug? Nee. Als ik even bezig ben, voel ik het vast niet meer. Dacht ik. Mooi niet dus. Op de Oude Veerweg liep ik al te knijpen. Even snel plassen in de berm dan maar? Nee, teveel sleetjerijders op de IJsseldijk en bovendien had ik zo'n fijn wielerhansopje aangetrokken onder mijn hardloopbroek, voor de warmte. Dan zou ik me helemaal moeten uitkleden voor een plas. Was het niet echt het weer voor (hoewel: ik heb het wel eens gedaan tijdens het mountainbiken, toen er ook sneeuw lag en ik het echt niet meer hield. Dat was nog eens k-k-k-koud en oncomfortabel!). Bij het Engelse Werk heb ik serieus overwogen om naar binnen te gaan en een toilet te zoeken. Maar ja, dat haalt je helemaal uit je ritme hè, en dat is ook irritant. Volhouden dus maar. Uiteindelijk hou je het altijd wel op tot je thuis bent, maar leuk is anders.
Het ziet er mooi uit hoor, die sneeuw. Echt. Maar het belemmert alles (de deur uitgaan kan bijna niet met al die sneeuwjachtalarmen), het verpest het ijs (schaatsen was zó'n mooie alternatieve training geweest), een Elfstedentocht komt er toch niet (daarvoor had ik de kou en de prut nog wel even willen verdragen) en ik wil wel weer eens trainen zonder dat ik steeds moet zeiken. Kom maar op met die dooi.
Smal bekkie
"Jee, je krijgt een wel erg smal en afgetraind bekkie hoor Marijn."
Vriendin L. en ik hadden net aan een tafel in een restaurantje in Amersfoort plaatsgenomen. We hadden elkaar al een tijdje niet gezien en keken elkaar nu voor 't eerst sinds onze ontmoeting op het station goed aan.
We zaten onder een hippe lamp. Zo'n heel grote, die maar een paar centimeter boven onze hoofden hing nogal typische schaduwen wierp. Dat vertekende vast een beetje, maar ik had zelf ook al geconstateerd wat L. net tegen me zei: mijn gezicht is de laatste tijd smaller geworden.
L. schrok meer van wat ze zei dan ik, want ze vervolgde meteen: "Dat bedoel ik niet vervelend hoor!" Dat wist ik natuurlijk wel. L. bekeek me nog steeds aandachtig. "Het lijkt ook wel of je meer lijnen rond je mond krijgt...", observeerde ze. "En dat bedoel ik ook echt niet vervelend!"
Lachend werden we het erover eens dat de lijnen toch echt veroorzaakt werden door de schaduwwerking van de veel te hippe lamp. L. is niet de enige die opmerkt dat ik er nu echt afgetraind uit begin te zien. Vandaag hoorde ik 't in de sportschool ook een paar keer.
Volgens kenners ben je dan op de goede weg. Nog even en dan hoor ik misschien wel dat ik er 'slecht' uit zie. Maakt u zich geen zorgen: dat vind ik geen belediging. Sterker, dat betekent juist dat ik klaar ben voor het seizoen. Rondom getraind, geen vetje teveel, helemaal scherp. Dat is precies de bedoeling.
Nooit gedacht dat ik 'Wat zie je er slecht uit' nog eens als een compliment zou gaan beschouwen. Het zal mij benieuwen of en wanneer ik dat voor het eerst hoor zonder zo'n hippe lamp boven m'n snufferd.
De lift
Aangezien ik de laatste tijd niet veel spannenders meemaak dan wakker worden met een koortslip (GRRRR!), volgt hier een volstrekt niet fietsgerelateerd maar naar mening mening zeer hilarisch après vakantie verhaal.
Na twee dagen reizen (weet u nog?) kwamen vriend J. en ik vorige week zondag redelijk gaar thuis. We laden snel onze spullen uit de auto en zetten alles in de lift (jaja wij hebben voor een gebouw met slechts een verdieping een lift, très chic voor rennersbenen).
Op het moment dat we op 'op' drukken, begint er iets te brommen. Heel erg te brommen. J. en ik kijken elkaar bevreemd aan. De lift doet wel vaker raar. Maar gebromd heeft ie nog nooit.
We tillen onze spullen van de lift naar onze woning. Het gebrom houdt aan. Sterker, het lijkt wel verplaatst naar ons huis. Brrrrrrrrrrr! De muren van onze hal trillen van dat diepe, resonerende gebrom.
J. loopt het hele huis door om te ontdekken waar het geluid precies vandaan komt. Het kan ook wat anders dan de lift zijn, immers. Komt het uit de keuken? Nee. Stoppenkast? Alle stoppen eruit en er weer in: nee. De verwarmingsketel? Reset: nee. Zijn J.'s peperdure boxen kapot gegaan tijdens onze vakantie? Godzijdank! Nee.
Dan moet de brom toch echt uit de lift komen. Ons huis zit naast de liftschacht; we horen het ding wel vaker als het kuren heeft, dus dat wij het gebrom binnen horen kan best. Ineens lijkt het even op te houden. De brom hapert. Twee keer. En gaat vervolgens vrolijk resonerend verder. Ons houten overloopje trilt ervan. Brrrrrrrr!
J. loopt naar de buren. Of zij die brom in de lift al eerder gehoord hebben. De buurman trekt zijn wenkbrauwen op. Nee...
Verdorie, zondagmiddag, maar dat gebrom in huis houden we echt geen hele avond plus nacht vol. Hoewel... brrr * stilte * brrr * stilte * brrrrrrrrrrrrrrr! Shit.
J. belt dus maar met de extra prijzige liftenstoringslijn voor in het weekend. Jaja vooruit, ze zullen iemand sturen. Of we even geduld hebben. Ja hoor. Even.
Uitpakken dan maar. We hebben al een deel van de spullen opgeruimd, als J. zijn rugzak uit het halletje pakt. Het sonore gebrom verandert van klank. Wordt minder zwaar en doordringend. J. maakt z'n rugzak open, kijkt erin en slaat zich voor het hoofd.
"Oh nee hè. Kijk nou!" Hij diept de elektrische tandenborstel op, die verwoed draait. Brrrrrrrrrr!
"Eh, meneer van de extra prijzige liftenstoringsdienst voor in het weekend? U bent toch nog niet met een gepeperde rekening onderweg? Toch? Want u raadt het nooit: ik geloof dat we het probleem met de lift zelf al opgelost hebben..."
K-k-k-koud!
De pantykousjes werken redelijk tegen koude voeten - mijn tenen blijven in ieder geval langer warm dan zonder.
Maar heeft iemand ook een oplossing voor verkleumde handen, afstervende vingers en nagels met ijsbloemen?
Mijn handen leken vandaag ondanks twee paar handschoenen wel ijssculpturen: diepgevroren klauwen die maar in de stuurstand bléven staan.
En dan heb ik nog niet eens lang gefietst.
Henschotermeer
De satellietwagens van de NOS en RTV Utrecht stonden te ronken, camera's flitsten en er liepen tientallen met plopkappen en opschrijfboekjes bewapende mannen en vrouwen rond. Even leek het of er meer cameraploegen, fotografen, radioverslaggevers en schrijvende journalisten dan schaatsers uitgerukt waren, maar toen we om half elf eenmaal het ijs betraden bleek het daar ook lekker druk. De eerste officiële, goedgekeurde natuurijstoertocht van Nederland. En wij waren erbij! Ze hadden er het maximale uitgesleept, daar op het Henschotermeer bij Woudenberg - even het middelpunt van Nederland. Op een klein recreatieplasje was een in elkaar gekrulde baan van twee kilometer geveegd. Het krioelde van de schaatsers. Desondanks was er prima te rijden.Het ijs was niet slecht, al kon de veegmeneer er bijna niet tegenop vegen, verschenen er her en der diepe scheuren en reden er rare snuiters op vreemdsoortige priksleeën voor je voeten.Na twintig rondjes geschaatst te hebben en in elke bocht drie keer gefotografeerd te zijn was het ook wel weer mooi geweest. Uiteraard hadden we gestempeld, want we wilden een medaille. Als bewijs.
Voor hen die toch nog twijfelen: kijk naar de nieuwsbulletins vanavond. Ik ben die schaatsster met de roze Leontien.nl-muts.
Interessante ontdekkingen in Zwitserland
De ideale vervangende training is langlaufen. De skating-variant, wel te verstaan. Een combinatie tussen skiën en schaatsen zeg maar.
Wat is dat zwaar! De eerste dag viel ik al na anderhalf uur dood neer. Ik kon geen pap meer zeggen. Daar moet wel bij aangetekend dat het op dat moment sneeuwde, zoveel zelfs dat ik mijn langlaufski's bijna niet meer boven de sneeuw uit kon tillen.
Mijn armspieren zijn een stuk minder ontwikkeld dan mijn beenspieren. Na twee dagen langlaufen vielen m'n armen er zowat af.
Bij omhoog langlaufen val je zomaar op je snufferd. Als je ski's onvoldoende V zijn.
Zelfs op slechts 1200 meter merk je aan je pols het hoogteverschil. Mijn hartslag schoot moeiteloos omhoog. Of kwam dat nou door dat intensieve langlaufen?
De Tagessuppe smaakt veel lekkerder na een ochtend langlaufen dan na een ochtend skiën.
Besneeuwde bossen zijn prachtig. Zeker als je er op langlaufski's doorheen zoeft. Je ziet veel meer dan op gewone ski's. En je komt veel minder mensen tegen. Tel daarbij op de cadans van het langlaufen en ziedaar: de unieke meditatie.
Dorpjes langs de langlaufloipe zijn veel pittoresker dan die langs de skipiste.
Hardlopen gaat ook prima over de langlaufloipe. Het is een stuk leuker dan de loopband van de plaatselijke fitness. Goede intervaltraining ook, want veel korte steile klimmetjes. En als je 's ochtends om half acht al gaat, loop je de langlaufers niet in de weg. Sterker nog, je komt helemaal niemand tegen. Bovendien zie je het langzaam licht worden.
Ik ben niet goed in spoorzoeken. Was dat nou de hoefafdruk van een hert, daar op de loipe? Een konijn? Een vos? Of gewoon een ordinaire hond?
En de meest interessante ontdekking: ook op de Veluwe kan gelanglaufd worden! Fietsmaatje Jos deed het al voor de kerst.
Nu nog uitzoeken waar ik in Zwolle een langlaufuitrusting kan huren.
De hel? Oostenrijk!
We draaien de snelweg af. Alarmlichten voor ons: file. Shit, nu al?
We zijn een half uur geleden vertrokken uit ons vakantiedorpje Scuol en zojuist de grens tussen Zwitserland en Oostenrijk gepasseerd. Slechts zeventig kilometer te gaan tot de Duitse autobahn. Acht uurtjes rijden nog naar huis. Als de file niet te lang is.
Aanvankelijk rijdt het nog langzaam door. Dan staan we ineens minuten lang stil. We rijden weer een poosje langzaam. En staan dan opnieuw stil.
Na een uur in de file rijden we nog maar een paar meter per keer. En staan we wel tien of soms twintig minuten muurvast op onze plek. De motor gaat uit, natuurlijk. Het wordt koud in de auto.
Wat is er toch aan de hand? Waarom staan we zo lang stil? Staat er ergens een stoplicht, of is er een ongeluk gebeurd? De Oostenrijkse radio braakt in plaats van filemeldingen slechts gruwelijke muziek uit.
Mijn benen deden al een beetje pijn toen we in de auto stapten. Na het joggen over de langlaufloipe tussen half acht en negen vanochtend was er geen gelegenheid tot uitfietsen. De plaatselijke fitness was nog niet open.
Van al het stilzitten gaan mijn benen steeds meer pijn doen. Af en toe stap ik even uit om wat rond te strompelen. Dit is niet goed voor rennersbenen..., maalt het door mijn hoofd.
We staan inmiddels twee uur in de file en zijn nog geen vijftien kilometer opgeschoten. Hoe lang gaat dit nog door? "Tot de grens", voorspelt vriend J. "Dat kan toch niet!?", huiver ik. "Dat is nog ruim vijftig kilometer! Met dit tempo zijn we daar vanavond om acht uur nog niet!"
Ik moet plassen. Al die priemende ogen vanuit andere auto's bevallen me voor geen meter. Ik stort bijna in een ravijn als ik eindelijk een plekje heb gevonden waar ik ongezien een geel kuiltje in de sneeuw kan maken.
We staan een half uur lang stil voor een bedrijf dat grafstenen maakt. "Ik ga er eentje uitzoeken", zucht J. "En dan ga ik er meteen onder liggen." Omdraaien? Geen optie. Wie weet wat je dan aantreft. En misschien is de file wel zó afgelopen. Na deze bocht. Of de volgende. Of die daarna.
Het is intussen gaan sneeuwen. En vergeet het maar dat iemand op het idee komt de weg schoon te maken. Wat een kutland.
Als je drie uur in een praktisch stilstaande file staat (heet dat dan nog wel file?), kun je je niet voorstellen dat je het nóg vier uur zult uithouden. Ik kan u zeggen: je houdt het uit. Hoe, dat weet ik achteraf ook niet meer.
Wel weet ik dat ik, heen en weer draaiend op mijn stoel of buiten langs de file wandelend, eindeloos vaak heb gedacht dat ik mijn benen niet zo mag martelen. En dat ik, als het nu niet snel gaat rijden, twéé dagen in de auto zit - waardoor ik een trainingsdag mis. Hoewel ik dan moeiteloos een rustdag en een trainingsdag kan omwisselen, raak ik van die gedachte toch lichtelijk in paniek.
Om half acht 's avonds passeren we de Oostenrijks-Duitse grens. Doorrijden? Nee, want bij Stuttgart stuiten we wéér op een file. We zijn het kotsbeu en bellen een hotel. Bij aankomst blijkt de door ons gereserveerde tweepersoonskamer vergeven. Er zijn alleen nog twee eenpersoonskamers. Vooruit maar. Kan er ook nog wel bij.
Als we onze tassen uit de auto willen pakken, stuiten we op een Nederlander met een glas wijn in een busje. "Alleen even kijken hoe koud het is", wuift hij met dubbele tong naar een thermometertje op het dashbord. Min acht.
J. blaast wat file-stoom af. De man kijkt ons bevreemd aan. "Wisten jullie dat niet? De zaterdag na de jaarwisseling staat het in Oostenrijk altijd muurvast. Dan gaan de Duitsers naar huis. Samstag reisetag, sonntag ruhetag, montag arbeiten. Zo doen ze dat, onze oosterburen. Dat ze de hele dag vast staan, weten ze allemaal. Jullie niet? Tsk."
Kennelijk zijn wij zo'n beetje de enige Nederlanders die daar niet van op de hoogte waren. Sukkels die wij zijn. Want dan waren we natuurlijk nooit, maar dan ook nóóit op zaterdag door Oostenrijk gaan rijden. En niet alleen om mijn rennersbenen te sparen.
Wat een hel.