maandag 30 november 2009

Nieuwe mountainbike

Keihard fietsnieuws: er komt een nieuwe mountainbike aan! Beone, full carbon, vet cool!

De mountainbike heeft geen roze bloemetjes trouwens, maar is helemaal zwart. Handig, want dat camoufleert de blubbervlekken een beetje. Plaatje:


Voor de liefhebber: hier vind je meer specificaties.

Catsuit

Het was deze week modepopjesweek. Dat begon met de Viva en zette zich zaterdag voort tijdens een gezellige shopsessie met vriendin U. en vriendin L. te A.

(Modehaters-alert: hieronder volgt een verhaal over vrouwen, shoppen en kleren. Niet-geïnteresseerde wielrenners, die doorgaans met tegenzin een winkelcentrum betreden en het liefst rokend en/of kroketten etend vóór iedere winkel op hun vrouw/vriendin wachten, mogen van mij best even iets anders gaan doen.)

Dat wielrennen geen nadelige gevolgen heeft voor je figuur, heb ik het afgelopen jaar al uitgebreid kunnen constateren. Je wordt er behoorlijk slank van.

Natuurlijk plaats ik nog steeds kanttekeningen bij sommige onderdelen van mijn lijf. En voel ik me net als elke vrouw diep ongelukkig als ik me in een pashokje met tl-licht (tl betekent eigenlijk 'alle putten genadeloos zichtbaar') in een broek probeer te worstelen waarvan de maat goed zou moeten zijn, maar dat niet is.

Maar ik mag niet mopperen en dat probeer ik ook niet te doen: het is over het algemeen een stuk leuker geworden om kleren te kopen. Ik pas bijna overal in en dat geeft een heel fijn gevoel - ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat me koud laat.


Vriendin U., vriendin L. en ik hadden alle drie een bundeltje kleding uit de rekken van modeketen E. verzameld en stonden dat te passen. U. had een prachtig rood vest aan toen ik mijn hokje uitkwam. Ik bekeek een rokje in de spiegel.

De verkoopster, die zich tot dan toe op U. had gericht, draaide zich naar mij om en begon meteen te kirren. "Wat staat je dat góed, met die lange benen en die laarsjes!" U. knikte, maar keek een beetje afkeurend naar de verkoopster. Het gekir had de aandacht van de andere verkoopsters getrokken, die nu ook een blik richting de pashokjes wierpen om te checken wat ik aan had.


De verkoopster jubelde nog harder toen ik naar buiten kwam met een lange top aan, die je - naar ik meende - best als jurkje kon gebruiken. Vriendin L. verklaarde me voor gek. "Dat doe je toch niet naar je wérk aan?! Veel te kort!" De verkoopster stopte me een legging in m'n handen en zei dat ze vond dat het best kon. Haar collegaatje, die er inmiddels bij was komen staan, beaamde dat. "Met zo'n lijntje...", zuchtte ze met een blik op mijn taille.

"Weet je wat", zei de verkoopster. "Ik heb ook nog een catsuit. Die vind je vast leuk." Nu moet ik toegeven dat ik een catsuit ge-wel-dig vind.

(Voor de modenono's onder ons: dat ding op het plaatje hier rechtsboven, dat is een catsuit. Dit trouwens ook, maar zo eentje hoef ik niet per se.)

Ik wilde er eigenlijk altijd al één, maar dan wel een stijlvolle, die je naar gala's en zo aan kunt. Met precies zo'n catsuit kwam de verkoopster aanzetten. Ik verdween in mijn hokje.


"Ze doet de catsuit aan!", hoorde ik haar naar haar collega's roepen. Ineens stonden alle verkoopsters rondom mijn hokje, te wachten tot ik naar buiten zou komen. Opgelaten stapte ik de paskamer uit. De catsuit zat goed en stond goed, zag ik. De verkoopsters zagen dat ook. "Kom, nog éven die catwalk op, dat kun je best!", kraaide een van hen, met een zwaai de winkel in. Nu kwamen rekten ook de shoppende vrouwen in de winkel nieuwsgierig hun hals.

Vriendin L. was intussen weggelopen uit het kippenhok. Vriendin U. stond in een hoekje met opgetrokken wenkbrauwen toe te kijken. Intussen kreeg ik het steeds warmer. "Ehm... weet u wat? Doet u maar inpakken en wegwezen."

Toegegeven, ik ben niet vies van het middelpunt van de belangstelling. Maar je kunt het ook overdrijven.

vrijdag 27 november 2009

Ondertussen in het tijdschriftenschap

Vanochtend in de trein heb ik even tien minuutjes naar mezelf zitten kijken - onderwijl tussen m'n wimpers door spiedend of mijn medereizigers dat niet gek zouden vinden. Niemand had het door, gelukkig.

Vanaf vandaag lig ik namelijk samen met mijn ploeggenootjes tussen de Grazia en de Libelle in de winkel. Bij gebrek aan de echte foto's (die komen nog, maakt u zich geen zorgen), hierbij een provisorische indruk van onze Viva-fotoshoot:



De reacties van mijn ouders en collega's variëren van 'wat is er met je haar gebeurd' (in het echt heb ik krullen!) via en 'onherkenbaar' (hmmm...) en 'sinds wanneer ben jij een Victoria Koblenko-kloon' (broer R.) tot 'wauw, mooi!' (oef!).

Zo, genoeg geglamourgirld voor nu. Over tot de orde van de dag. Fietsen!

donderdag 26 november 2009

Fluim - the sequel

Een tijdje geleden schreef ik over snot. Weet u nog?

(Dit blogje gaat niet nog een keer zo gedetailleerd in op mijn snotterige wederwaardigheden, dus niet meteen op het kruisje rechts boven klikken, lieve tante J.! Doorgaans kan tante J. heel wat hebben, maar mijn verhaal over snot vond ze zó goor dat ze niet verder kon lezen.)

Eigenlijk had ik dat snot allemaal aan mezelf te danken, begreep ik uit de reactie van de wederhelft van @drs. Pé op mijn fluimverhaal. Hij is naast wielerliefhebber toevallig ook bewegingswetenschapper en neuroloog in opleiding. Hij kan het weten dus. Ik had last van snot, schreef ie, omdat ik geen zonnebril droeg tijdens het fietsen. Want:

Bij fietsen is de rijsnelheid zo hoog dat er door wind in je ogen een toename is van de traanproductie. De afvoer van deze tranen gaat via je neus. (In vaktermen de ductus (buis) naso (neus) lacrimalis (traan)).
Ergo; niet te hard rijden of een bril op en e.e.a. is veel minder.


Makkelijke oplossing, zou je zeggen. En toegegeven, met een zonnebril fietsen is best fijn als de zon schijnt. Maar afgelopen zomer kreeg ik er bijkans een zwangerschapsmaskertje van. IJdel als in ben, liet ik mijn bril dus maar thuis. Nu, met dit druilerige weer, maakt een zonnebril de wereld nog somberder dan ie al is. Ook niet echt fijn.

Laat ik nou toevallig afgelopen weekend een nieuwe fietsbril gekregen hebben. Met mooie lichtblauwe glazen (en een - hoe kan het ook anders - roze montuur, maar dat terzijde). Ook geschikt voor bewolkt weer.

Vandaag heb ik 'm voor het eerst uitgebreid getest, die nieuwe bril. En het klopt! Het is waar! Veel minder snot! Heerlijk! Een hoeraatje dus voor de wederhelft van drs. Pé! En draagt allen een zonnebril voortaan.

woensdag 25 november 2009

Voorheen mijn hobby: lezen

Vroeger las ik veel boeken. Wat zeg ik? Ik vrát boeken. Vooral toen ik net kon lezen. En dat kon ik nogal vroeg. Voor ik in groep drie zat, had ik de A-boekjes in de plaatselijke bieb reeds drie keer verslonden.

Op m'n elfde had ik alle jeugdboeken uit en begon ik aan de Stam van de Holenbeer-serie. Achteraf nogal pikante lectuur voor een elfjarige; ik heb er in ieder geval veel van opgestoken.

Tot mijn grote schaamte moet ik toegeven dat ik tegenwoordig bedroevend weinig lees. De krant ja, die lees ik. En dan vooral het sportkatern. Als ik eens een boek pak, is dat vaak ook werkgerelateerd. Zit ik me door de biografie van Jan Ykema heen te werken (aanrader trouwens), of door een gedetailleerde beschrijving van de Wimbledonfinale van 2008.

(En o ja, laat ik niet vergeten dat ik vorig jaar het ongelooflijk schitterende prachtboek (gaat dat kopen!!) Hardloper Huizenga van vriend J. (hij zit hier met een zweepje naast me, vandaar) maar liefst vier keer heb gelezen. Wat zeg ik, vier keer heb gespéld. Telt dat extra?)

Maar goed. Om de een of andere reden lukt het me niet om helemaal op te gaan in een roman. Het laatste boek dat ik in z'n geheel heb gelezen, is
De Welwillenden. Bepaald geen vrolijk verhaal en nog vuistdik ook. Ik deed er een jaar over. De eerste helft (voor de lezers onder ons: tot Aue neergeschoten wordt in de Kessel) las ik op wintersport. De tweede helft las ik afgelopen zomer toen we op vakantie waren.

In alle andere boeken waar ik sindsdien aan begon, blijf ik halverwege steken. De stapel naast mijn bed groeit. Van allemaal heb ik een paar bladzijden gelezen. Waarom kom ik niet verder in dat door Lulu Wang persoonlijk gesigneerde boek? Hoe komt het dat ik na één verhaal van Peter Winnen geen zin meer heb?

Veel wielrenners hebben alle tijd om te lezen, schijnt. Lekker met de beentjes omhoog en een boek op schoot. Maar ja... daar moet je wel fulltime wielrenner voor zijn, denk ik. Ik moet na een training meteen weer rennen. En als ik even lig, val ik in slaap. Vaak met een boek op schoot, dat dan weer wel.

(Vaak? Euh... correctie: af en toe. Meestal val ik in slaap met de tv op een of ander lullig programma. Ik zou willen dat ik dan een boek op schoot had. In slaap vallen is in slaap vallen, maar met een boek op schoot lijkt 't wat intelligenter.)

Vanmiddag ben ik begonnen in Open, de autobiografie van André Agassi. Maar liefst 470 pagina's dik. Moet voor maandag uit. Dat wordt dus nog wat dit weekend. Gelukkig is het goed geschreven. En ik weet dat er smeuiige dingen over drugs en pruiken gaan komen. Hopelijk houdt dat me wakker.

En anders... hoop ik maar dat mijn eindredacteur het maandag net zo fijn vindt als ik dat ik lekker geslapen heb.

dinsdag 24 november 2009

Koek

Toen ik zondagavond thuis kwam van mijn trainingsweekend, lag het bovenop de keukenkastjes helemaal vol met Hapklaar. De Appie haalt je lievelingsfietsvoedsel uit de schappen, zei vriend J. Dus hij had nog maar eens flink ingeslagen.

Jammer hoor. Tuurlijk, er zijn ook Snelle Jelles. En Bammetjes. (Waarom heeft sommig eten van die achterlijke namen?) Maar Hapklaar is van volkorenmeel. En met echte suiker, in plaats van glucosesiroop. Gezonder dus.

Dat wordt, als deze voorraad op is, maar weer voorgesneden ontbijtkoek kopen. U weet wel, van die lange units op een kartonnetje waar de koekrand altijd aan blijft plakken. En daar kan ik dus niet tegen! Als ik ontbijtkoek eet, wil ik ook het randje! Aán de koek, dus niet vanaf het kartonnetje geschraapt!

Maar dat is nog niet eens het lastigst van die ontbijtkoek. De Bammetjes, Snelle Jelles en Hapklaar zijn ondanks handschoenen en/of modderige handen goed uit te pakken. Gewoon een kwestie van weten waar je de verpakking open moet trekken en de rest met je tanden doen.

Zo niet de voorgesneden ontbijtkoek. Ook al scheid je de plakjes netjes voor je ze in een boterhamzakje doet, onderweg kleven ze altijd weer aan elkaar. En dus moet je ze dan met je gehandschoende dan wel moddervingers steevast opnieuw scheiden: koek aan je handschoen of zand in je mond dus. Bah.

Goed, ik kan natuurlijk ook voor ieder plakje een apart zakje nemen. Maar dat gaat me wat te ver, vooral omdat die plakjes zeker een keer zo klein zijn als hun grote broers met de belachelijke namen. Dat is wel heel veel plastic voor erg weinig ontbijtkoek.

Dus lieve meneer de kruidenier, mag de Hapklaar toch blijven? Daar doet u menig wielrenner, of in ieder geval mij, een groot plezier mee.

zondag 22 november 2009

Food!

Soms kan ik op de fiets alleen maar aan eten denken. Aan een kom hete kippensoep. De lasagne van mijn vader, met zelfgemaakte rode saus, spinazie en veel kaas.

Mijn vaders pannenkoeken! Hij bakt ze altijd van versgemalen volkorenmeel van de molen, die midden in het dorp staat. De warme appeltaart van mijn moeder, met een krokant randje van buiten en van die grote brokken lekker klef deeg van binnen.

Vooral als ik lang train en ik het in het laatste half uurtje een beetje koud begin te krijgen heb ik daar last van. Zaterdag was zo'n dag. We hadden het eerste trainingskamp met de ploeg en logeerden in het Van der Valk-hotel in Akersloot. 's Ochtends gingen we hardlopen en 's middags fietsen.

We hoefden nog maar tien minuutjes en daar was ie ineens: de man met de hamer. Of liever: de man met het dienblad met dampende gerechten. Hij reed bij wijze van spreken net iets te hard voor me uit met zijn kostelijk geurende voedsel. Wat kunnen tien minuten dan lang duren!

Soms heb ik zo'n honger als ik thuis kom, dat ik er moeite met praten van krijg. Hele zinnen formuleren lukt bijna niet. Ik krijg de woorden er pas uit in ruil voor wat eten erin. O wee als er dan teveel lekkere, maar ongezonde dingen in huis zijn. Meestal kan ik me goed inhouden - en dat moet, als topsporter. Gezond eten! Maar op zo'n moment...

Gelukkig had ik mijn honger van zaterdag voorzien. Op mijn hotelkamer lag een boterham met appelstroop te wachten. Watertandend zat ik op de fiets. Ik rook 'm al bijna. Wat kan zo iets eenvoudigs dan lekker zijn. Het broodje smaakte bijna als die warme appeltaart van mijn moeder. Niet veel later mochten we aan tafel.

Bij Van der Valk denk ik altijd aan van die rvs-schaaltjes met appelmoes met een rood vlekje in het midden, van de chemische kers die er steevast op ligt. Dat hebben ze vast al honderd jaar niet meer; ik heb het in ieder geval nergens gezien. Zeker niet bij ons op tafel. Wij wielrensters kregen van de kok een special treatment.

Terwijl de mensen om ons heen hun borden vol laadden met eten van het buffet, kregen wij pasta met kip. Of een zalmmoot met warme groente. Zonder vette sauzen en ander ongezond garnituur. De sorbets met slagroom en chocoladesaus gingen ook aan onze neuzen voorbij. Wij kregen vers fruit met yoghurt.

Het mag u saai in de oren klinken, beste niet-wielrenners. U denkt vast: kom op Marijn, een lekker ongezond snackje mag toch wel als je zoveel hebt getraind? Dat mag ook, maar met mate.

Gezond eten is o zo belangrijk na een dag hard trainen. En de kok had behoorlijk z'n best gedaan. Want de zalmmoot met het kleine krokante randje en de lekkere malse binnenkant, kan ik u vertellen, ligt voortaan ook op het dienblad van de man met de hamer. Net als de biefstuk van vriend J. van vanavond, overigens.

donderdag 19 november 2009

Stiekem in training

Wist u dat er een Wereldkampioenschap vouwfietsen bestaat? Nee? Ik wel! Mijn vouwfiets en ik zijn stiekem in training, getuige dit snapshot dat vriend J. op een onbewaakt moment maakte.

woensdag 18 november 2009

Spoorvorming

Met dit weer en de bladblaaspraktijken zoals ik gisteren beschreef kun je er vergif op innemen dat je na iedere fietstocht met vieze billen thuis komt.

(Voor de niet-wielrenners onder ons: een racefiets heeft in principe geen spatborden. Water en troep op de weg worden tijdens het fietsen gelanceerd en komen op je kuiten respectievelijk je billen terecht. Vooral op de kont vormt zich na verloop van tijd een smal spoor, precies over de bilnaad, dat zich tot aan de nek kan uitstrekken - afhankelijk van het fietstempo.)

Toen ik nog in het zwart fietste, maakte dat allemaal niet zoveel uit. Op zwart zie je de drek niet echt. Maar op mijn roze pakje tekent dat smerige modderspoor zich zeer duidelijk af. IJdel als ik ben vind ik dat er eigenlijk niet uit zien.

Het spoor gaat er bovendien lastig uit. Want de modder op de weg is vaak vermengd met rubber en olie. Lastige vlekken; dat kan iedereen die wel eens een wasje draait u vertellen.

Als het regent, worden de problemen nog een beetje groter. Niet qua viezigheid, maar wel qua natte bende. Zand en water, dat schuurt. Zeker op de tere bil- en bovenbeenhuid. Daar krijg je nare plekjes van. Helemaal als er ook nog een beetje van die fijne bijtende pekel op de weg ligt.

(Nu moet u niet denken dat ik al de hele herfst onder de uitslag zit. Integendeel. Ik wil dat graag voorkomen - zie volgende alinea. Want voor je het weet ben je met talkpoeder en dergelijke in de weer en dat is in mijn geval zóóó 1979.)

Dus. Ter voorkoming van onuitwasbare spoorvorming in mijn mooie roze kledij en ter preventie van nare plekjes op de tere vrouwenhuid heb ik toch maar een spatbordje gekocht. Alleen voor m'n achterwiel. Niet stoer, wel praktisch.

dinsdag 17 november 2009

Bladblaasocialen

Geachte heren bladblazers,

Oké. Ik begrijp best dat u geen bladeren op uw paadjes en in uw tuintjes wilt. Keurig aangeharkt staat beter dan zo'n dofbruine deken. Bovendien, wat zullen de buren wel niet denken als u uw tuin niet netjes houdt?

Ik snap ook heus dat gemak de mens dient. Dus elke zichzelf respecterende tuinbezitter heeft tegenwoordig, net als u, een consumenten-bladblazer.

(Er zijn ook bedrijfs-bladblazers. Daar ziet u al die mannetjes van de gemeente de laatste dagen continu mee lopen. In van die gele of oranje hesjes en met zo'n grote koptelefoon op - niet met muziek, maar tegen de herrie van het apparaat op hun rug. De mannetjes blazen alle gevallen bladeren op een grote hoop onder een boom. Die hoop wordt daarna verwijderd. Denk ik. In ieder geval ligt de hoop er een dag later meestal niet meer.)

Uw consumenten-bladblazer gebruikt u in deze tijd van het jaar vast wel een keer of drie. Dat kost u een kleine vijfendertig euro per blaasbeurt, want voor een eenvoudig modelletje betaalt u pak 'm beet een eurootje of honderd. Toegegeven, dat is wel wat duurder dan een ouderwetse bezem en een bladhark, maar u leeft niet meer in 1980. En dat wilt u ook graag aan uw buren laten zien. Toch?

Bovendien gaat het met zo'n blazer veel sneller, als u uw lapje grond van vijf bij vijf wilt ontdoen van dat vervelende bladafval. Bladeren vallen niet voor niets van de bomen, dat weet u ook wel. Ze hoeven u echt niet te vertellen dat het humus wordt, waar volgend voorjaar uw bloemetjes weer op kunnen groeien. Maar ach, met een beetje kunstmest lukt dat ook best.

Dat u de vogels en egels in uw tuin wegjaagt met de teringherrie van die blazer en dat u uzelf vergiftigt met de uitlaatgassen van dat stinkmotortje, een kniesoor die daarop let. Die dieren komen deze winter vanzelf wel terug als ze honger hebben. En een beetje uitlaatgassen meer of minder in uw longen, dat maakt in deze tijden van fijnstof en CO2-uitstoot echt geen verschil.

U merkt: ik begrijp als geen ander dat u in de herfst af en toe even lekker gaat staan bladblazen. Extra gezellig als de buurman ook meedoet. Zij aan zij knetteren en stinken, da's dubbel zo leuk. Hup, de bladeren zijn zó over de grens van uw erf gejaagd. Kwijt is kwijt. Toch? Hoogste tijd voor koffie met een sprits bij moeder de vrouw, dus.

Dat uw bladeren op het fietspad zijn terechtgekomen, wat boeit dat? Niks. De sporadische wielrenster die langs komt, rijdt maar lekker door die bult heen. Ze moet gewoon een beetje voorzichtig doen. Met een beetje geluk glijdt ze dan niet uit in de glibberige bende. Haar fiets en haar roze pakje zijn toch al goor door het hersftweer. Wat bladertroep meer of minder maakt ook in dat opzicht geen verschil.

Ja hoor heren. Goed bezig. Knetter maar lekker door. Stelletje bladblaasocialen.

maandag 16 november 2009

Girl power

Echt technisch onderlegd ben ik niet als het op fietsen maken aankomt, maar de basics heb ik onder de knie.

Ik kan een band vervangen (zowel binnen als buiten), nieuwe remblokjes monteren, bepalen of m'n balhoofd goed vastzit en m'n fiets tot in de puntjes schoonhouden kan ik ook. Voor overige zaken ga ik naar de fietsenmaker. Die wil ook brood op de plank, immers. Zo flauw om dan zelf te gaan leren hoe je je fiets helemaal in- en uit elkaar haalt.

Voor de kleine klusjes heb je ook gereedschap nodig, dacht
broer R. kennelijk. En wat geef je aan een fietsende zuurstok? Juist!

zondag 15 november 2009

Stem op Chantal!

Even reclame maken hoor. Aanstaand ploeggenootje Chantal Blaak is genomineerd voor Rotterdams Sportvrouw van het Jaar.

Totaal terecht, vind ik: ze werd afgelopen seizoen Europees kampioene bij de beloftes, na een indrukwekkende solo van 50 kilometer. Op het Nederlands kampioenschap eindigde ze als tweede, achter Marianne Vos. Chantal zorgde er verder voor dat haar roze tubes veelvuldig op tv te zien waren tijdens het Wereldkampioenschap in Mendrisio. En ze is ook nog eens genomineerd voor de titel Wielrenster van het Jaar.

Stem op Chantal! Dat kan hier.

Gewikied

Zaterdagmiddag, half vier. Broer R.smst:

http://nl.wikipedia.org/
wiki/Marijn_de_Vries
:-P

Ik open de link midden in de Hema (driewerf hoera voor de instant nieuwsgierigheidsbevredigende iPhone) en lees tot mijn stomme verbazing een wikipedia over mezelf.

WTF? Heb jij dat gemaakt? sms ik terug. Mijn broer woont op het internet namelijk, dat maakt hem dus acuut verdachte nummer één. Tuurlijk niet! antwoordt hij meteen.

Sjeezus. Wie dan? Wie dacht er op zeker moment: hee, laat ik eens een wiki over Marijn de Vries maken? En wie oh wie heeft zo zitten spitten dat hij/zij zelfs mijn doopnaam, die ik doorgaans angstvallig verborgen hou, boven water heeft gekregen?

Raadselachtig. Maar ook vleiend.

Het schijnt trouwens dat men je weer van wikipedia verwijdert als je niet 'relevant genoeg' blijkt. Ik beloof bij deze plechtig hard te werken aan mijn relevantie.

vrijdag 13 november 2009

Foetsie

Dus. Enkelbanden foetsie.

Toch wel vreemd, bij nader inzien. Zeker omdat ze al jaren verdwenen schijnen te zijn, en ik daar al beachvolleyballend, skiënd, tikkertje spelend, snowboardend, hardlopend en schaatsend nooit wat van gemerkt heb.

Een mens kan kennelijk best zonder. Maar ik had ze liever nog gehad.

donderdag 12 november 2009

Dikke enkel

Shit. Dikke enkel. Sinds zaterdag. Iedere dag gaat ie een beetje meer pijn doen in plaats van minder. Dus gisteren toch maar even naar de fysio.

(U moet weten: met de kleine enkelklachtjes die ik nu heb, was ik een jaar geleden nooit van m'n leven naar een fysio gegaan. Gaat vanzelf weer over. Maar nu ik iedere dag train, moet ik ook bij kleine pijntjes voorzichtig zijn. En niet dom doordoen, wat wel soort van mijn valkuil is.)

"Je hebt hier ook bijna geen enkelbanden meer", constateerde mijn fysio met opgetrokken wenkbrauwen, na het nauwkeurig bevoelen van mijn rechterbeen. "Geen wonder dat je je enkel blesseert tijdens het hardlopen. Het is eerder bijzonder dat je nu pas last krijgt!"


Nu pas, nu pas?! Aan de vooravond van de Zevenheuvelenloop, verdorie! Waar ik zo goed voor aan het trainen was! Überhaupt mijn fijne alternatieve training-voor-als-het-regent naar de maan!

(Wat zei de fysio verder ook al weer? Oh ja: geen enkelbanden meer. Dat moet door mijn vroegere leven als volleyballer, waarin ik mijn enkelbanden wel eens scheurde, komen. Raar.)


"We kijken het nog even aan", zei de fysio. "Als het niet gaat, tape ik 'm in. Intussen niet hardlopen. Fietsen kan wel." Ik fronste en vroeg: "Maar wanneer gaat het niet, dan?" "Je weet zelf ook wel wanneer het niet gaat!", zei de fysio streng.

Hij had gelijk. Na twee uur in de sportschool stopte ik maar. En straks lig ik weer gezellig bij de fysio op de bank, voor het tapeje.

dinsdag 10 november 2009

Sjokdag

Het was sjokdag vandaag. En dan heb ik 't niet over de vijf wandelaars met hun honden die ik in drie uur tijd in de druipende bossen tegenkwam. Nee, ik heb het over de plusminus achtendertig soldaten (er liepen er vast meer, maar die kwam ik niet tegen) die ik over de Veluwe zag sjokken. Want meer dan sjokken - bijvoorbeeld wandelen, of zelfs marcheren - kon ik niet van hun voortbewegen maken.

Volledig bepakt, met rugzak en geweer, sjokten de zeiknatte soldaten in hun doorweekte uniformen door de pisregen. Soms eentje alleen, maar meestal groepjes van drie, vier zwijgende jongens. De mondhoeken gingen even omhoog als ik langs kwam op m'n mountainbike: ah, nog iemand die net zo nat was als zij, en bovendien nog zwart van de modder ook.

Volgens mij is het Defensiehumor: soldaten lange marsen laten maken op druilerige dagen als deze. Want alleen op zeikdagen zie ik ze rondsjokken door mijn fietsgebied. De rest van het jaar blijven ze binnen hun 'Schietterein, levensgevaarlijk!'-territorium, om lekker met losse flodders op elkaar te schieten en rond te karren in een tank.

De toch al zware bepakking gaat op sjokdag dubbel zoveel wegen door de regen. De banden van de rugzak beginnen te schuren, de natte broekspijpen schrijnen op de dijen. De handen zijn zo rood en verkleumd, dat ze het geweer nauwelijks nog vast kunnen houden. Waterdichte kistjes blijken toch niet zo vochtbestedig als gedacht, dus: blaren. Stuurs sjokken de soldaten voort. Opgeven is geen optie, want opgeven betekent: ongeschikt.

Ik ben niet echt militaristisch ingesteld (de vraag we überhaupt een leger moeten hebben en of dat dan ook nog eens in Afghanistan moet zitten is interessant, maar voert hier wat ver; ik beschouw dat nu dus maar even als voldongen feit), maar de filosofie achter sjokdag begrijp ik wel. Ook ik had het zwaar in het bos: koud, nat, modder; intussen gekweld door de gedachte dat niet alleen jij, maar ook die beestachtig gore fiets nog schoon moet als je thuiskomt. Het was oh zo verleidelijk om om te draaien, naar huis te peddelen, de fiets met modder en al de schuur in te gooien en tegen de verwarming aan te kruipen. Maar als ik dat zou doen: ongeschikt (als wielrenner dan hè).

Ik had dus geen medelijden. Want op sjokdag kweek je mentaliteit.

zaterdag 7 november 2009

Raar koordje

Wie kan mij vertellen hoe het komt dat het koordje van mijn trainingsbroek tijdens het hardlopen langzaam door het linkergaatje naar binnen kruipt, en door het rechtergaatje weer naar buiten komt? Zodat de linkerhelft van het koordje, als ik even niet oplet, in het linkergaatje is verdwenen, en er een lange sliert uit het rechtergaatje hangt? Altijd!

Om de zoveel meter loop ik onhandig aan het het koordje te sjorren, want als ie eenmaal door het linkergaatje is verdwenen, pruts 'm dan nog maar eens terug. Jajaja, een dikkere knoop in het koordje helpt daartegen, ik weet het, maar op de een of andere manier verdwijnt die knoop ook altijd op mysterieuze wijze.

En eigenlijk wil ik niet weten hoe ik het kan voorkomen. Ik wil weten hoe het komt. Ik ben me er zeer van bewust dat mijn probleem vergeleken met het mondiale armoedevraagstuk geen reet voorstelt, maar toch. Waarom verdwijnt niet de rechterkant van het koordje in mijn broek en wordt de linkerkant steeds langer? Ik begrijp er niks van. Iemand?

Bankpatat

Ik lig al de hele dag op de bank. Nooit geweten dat dat zo lekker kon zijn.

Collega J. verzuchtte gisteren tijdens de lunch: "Zo hee, wat heb ik zin om op de bank te liggen!" Hij is tophockeyer bij Pinoké en had afgelopen week hard getraind. "Als ik straks thuis kom ga ik zó lekker op mijn bank liggen. Dan val ik in slaap op de bank. Morgenochtend word ik wakker op de bank. Dan ga ik ontbijten en daarna ga ik weer op de bank liggen. Mmmm..."

Nooit gedacht dat ik precies hetzelfde verlangen zou kunnen hebben. 'Vroeger' (een jaar geleden) was ik in het weekend altijd ongedurig. Zoveel vrije tijd, daar moet je wat mee doen! Winkelen, een stad bekijken, sporten, koffie drinken met vriendinnen, naar m'n ouders, de kroeg in of naar een feestje; ik wilde dat allemaal in die twee vrije dagen, en het liefst nog alles tegelijk ook. Nooit, echt nóóit zou ik erover piekeren een hele dag op de bank te verlummelen.

Het allerfijnste is: ik heb me vandaag nog geen moment schuldig gevoeld vanwege mijn luie gedrag. Vanochtend las ik het namelijk nog weer eens in de krant: topsporters zijn van nature lui. En rusten is ook trainen, krijg ik de laatste tijd vaak te horen. Dus ik gun het mezelf, na een drukke week hard werken en trainen. Ik hoef even een dag niks. Heerlijk hoor. Ben benieuwd of J. net zo lekker op de bank ligt als ik.

(Natuurlijk heb ik wel getraind, maar dat snapt u wel hè?)

Update: ik hoor net dat collega J. doorgaans ook nog eens náákt op de bank ligt. Hij wil weten of ik dat ook heb gedaan. Antwoord: nee.

vrijdag 6 november 2009

Spelletje

Onze slaapkamer fungeert niet alleen als onderkomen voor de echtelijke sponde. Er staat ook een fiets (verrassend). Die staat in mijn Tacx. En de Tacx staat weer voor de tv.

Vanochtend wilde ik even uitrijden na het hardlopen. Maar vriend J. zat achter zijn computer, die ook in onze slaapkamer staat, te werken. Dus of ik de tv maar liever niet aan wilde zetten. In verband met zijn concentratie en zo.

Saai.

Gelukkig had ik een tijdje terug al een remedie gevonden om mezelf tijdens het uitfietsen te vermaken, in geval van niet boeiende tv-programma's. Ik zat dus stilletjes wat te trappen, toen vriend J., die kennelijk medelijden kreeg met mijn geestdodende tijdverdrijf, ineens van achter zijn computer zei: "Zet de tv maar aan hoor." "Oh nee, hoeft niet", antwoordde ik.

Vriend J. keek om en schoot in de lach. "Wat doe JIJ nou? Een computerspelletje tijdens het fietsen?!" Eeeuuh ja, dat deed ik dus. Mijn favo iPhone-spelletje. "Kan toch best, als ik alleen maar een beetje uit hoef te fietsen?", voerde ik ter verdediging aan.

Maar ik hoefde me helemaal niet te verdedigen. Vriend J. lachte alleen maar, heel hard. En hij maakte een foto, van die idiote vriendin van hem.

donderdag 5 november 2009

Marijn op de radio (herh.)

Ja ja ja, Marijn duikt weer eens op in de media.

Vrijdagavond om 21.00 uur wordt mijn radiodocumentaire over hoe-het-allemaal-zo-gekomen-is herhaald op Radio 6. Het real life-verhaal van mijn eerste seizoen in het vrouwenpeloton, met de stemmen van Marianne Vos en Leontien van Moorsel. Uiteraard ontbreekt de spectaculaire valpartij niet.

(Op Radio wát zei je?! Op Radio 6, in het programma De Avonden. Niet te horen via de gewone radio tenzij u kabel heeft, maar vooral goed te volgen via internet.)

Rechts van dit stukje staat een link naar de bewuste docu, die in juli voor het eerst werd uitgezonden. Dus het kan maarzo dat u 'm al lang en breed heeft gehoord. Of u kunt hem nu, as we speak, gaan beluisteren. Waarom val ik u dan toch lastig met de herhaling op Radio 6?

Omdat er een update komt! Want er is van alles gebeurd na de reeds aangehaalde spectaculaire valpartij. Na afloop van de documentaire zal ik daar live op Radio 6 alles over vertellen. Dus heeft u tijd, vrijdag om 21.00 uur? Tune in!

woensdag 4 november 2009

Geel, rood, oranje. En roze.

De Veluwe heeft een nieuw tapijt: geel, rood, oranje. Vanochtend fietste ik dus mijn eigen Ronde van de Vallende Bladeren. Op sommige plekken kon ik het fietspad niet eens meer zien. De blaadjes wervelden om me heen, bleven aan m'n frame plakken en op m'n jas.

Af en toe regende het een beetje. Ik had wind tegen: de druppels waaiden recht in m'n gezicht. Heel soms kwam ik een andere levende ziel tegen, dik ingepakt in een regenpak of een poncho. Welke idioot gaat er dan ook nu op een racefiets rondrijden, dacht ik.

Tot ik in de verte een roze stipje ontwaarde. Hè? Dat leek wel... nog een zuurstok? Het roze stipje werd groter. Dat kon maar één iemand zijn. Namelijk die andere aan de rand van de Veluwe wonende roze mafkees, die ook iedere dag op de fiets stapt, weer of geen weer. Inderdaad, het was
ploeggenootje A., op 'r crossfiets.

Lachend kneep ze in haar remmen. "Ik dacht al, wat is dat nou voor roze wannabe?", grapte ze. We waren elkaar nooit eerder tegen gekomen, terwijl we allebei toch zeker een paar keer per week op de Veluwe fietsen. We kletsten even. Twee wandelende oudjes met rollator bekeken ons nieuwsgierig.

"Heb je het een beetje droog gehouden?", vroeg A. "Tot nog toe wel, op een paar druppels na", antwoordde ik. We begonnen te bibberen. Verder maar weer. "Doei, volgende keer gaan we samen trainen!" "Goed idee, en hopelijk fiets je om de buien heen!"

Ik klikte in m'n pedalen. Abrupt begon het te plenzen.

dinsdag 3 november 2009

Dutch Bloggies

Krijg nou wat... Zit ik een beetje in de statistieken van mijn site te snuffelen, kom ik ineens verwijzingen vanaf de website Dutch Bloggies tegen.

Klikkerdeklik en wat ontdek ik? Ik sta op de longlist voor een Dutch Bloggie 2009! In de categorie 'Beste Gezondheid en Sport Weblog'. Hoe kan dat nou?!

Van de Dutch Bloggies had ik wel eens gehoord, maar hoe en wat precies, geen idee. Gelukkig weten mijn op het internet wonende broers dat wel: het is een belangrijke prijs voor de beste weblogs van Nederland.

Broer R. smst:
VET C.O.O.L. en zo hoort dat!
Moet ik me al suf gaan stemmen?

En broer M. stuurt:
Hahahaha wtf? Ik zie :D hoe cool :D

Het is volgens hen, kortom, best wel major. Intussen heb ik ontdekt dat iemand van u, lieve lezers, mijn weblog kennelijk zo de moeite waard vindt, dat hij/zij mij heeft genomineerd. Nou zeg! Heel erg bedankt!

Maar hoe nu verder, eigenlijk? Competitief ingesteld als ik ben, wil ik natuurlijk winnen. Gaan er mensen stemmen (doet u wel toch)? Is er een jury die ik moet bewerken (en woont die op fietsafstand)? Of moet ik gewoon heel veel leuke stukjes blijven schrijven tot de bekendmaking op 1 december (dat sowieso, en daarna ook nog, graag)? Iemand enig idee hoe dit werkt?

In afwachting van uw tips ga ik maar eens trainen. Op het programma: krachttraining met weinig gewicht en veel herhalingen, hardlopen, fietsen en rompstabiliteitsoefeningen. Ben ik wel even zoet mee.

maandag 2 november 2009

Waarom...

"Waarom mat je je lichaam zo af? Waarom vind je het normaal om zo mager te worden? Waarom accepteert vriend J. dat gewielren van jou? En waarom accepteren je vriendinnen zomaar dat je de komende jaren minder tijd voor ze hebt? Je draagt niks bij aan de maatschappij en je verdient er niks mee. Je doet dit alleen ter meerdere eer en glorie van jezelf. Wat een egoïsme."*

Met mijn mond vol tanden staarde ik mijn ex-collega's (die mij alleen kennen als nog-geen-wielrenner) aan. Ik was op een borrel ter gelegenheid van het afscheid van een van hen. "Eeeuuuhhh, ja, omdat ik het leuk vind?!", vonden ze bepaald geen goede reden. Ook 'ontdekken hoe ver ik nog komen kan', 'het beste uit mezelf halen' en zelfs 'bewijsdrang' waren geen goede argumenten voor de afslag die ik op mijn levenspad had genomen.


Ze bleven het maar herhalen: "Wáár-óm dóe je dit?" Het woord 'waarom' werd steeds harder over tafel geschreeuwd, omdat mijn ex-collega's al ettelijke wijntjes genuttigd hadden, terwijl ik uiteraard aan de - "waarom vind je het normaal om helemaal geen alcohol meer te drinken?!" - rivella zat.

Ik haalde adem en probeerde het nog een keer uit te leggen. "Stel je voor: je ontdekt ineens dat je iets best behoorlijk kan. Dan wil je toch kijken wat je eruit kunt halen? Ik wel in ieder geval. Ik wil op alle vlakken kijken hoever ik komen kan, dat is de aard van het beestje. Dat hebben jullie al gemerkt toen ik nog met jullie werkte. Ik heb besloten om dit een paar jaar te doen, en nu ga ik er dus ook helemaal voor..."

"Besloten? Besloten? Dat vind ik nou typisch iets voor vrouwen!", riep ex-collega N. er doorheen. Hij begon een verhandeling over zijn echtgenote die ook besloten had nog een vierjarige studie te gaan doen, in twee jaar, in de avonduren, met twee kleine kinderen aan haar rokken. "Dat besluit ze dan en dan doet ze ook maar gewoon dom door, zonder er tussendoor over na te denken of het wel een goede beslissing was."

Het was een fijn reflectiemomentje, die borrel met mijn ex-collega's. Ik sta er niet iedere dag bij stil dat ik heel egoïstisch bezig ben en misschien wel vrienden kwijt ga raken. Is wel eens goed om over na te denken. En ik heb kennelijk ook nog geen goed antwoord op de waarom-vraag.

Hoewel. "Omdat ik het leuk vind", lijkt me bij nader inzien toch aardig adequaat. Maar waar dat 'm precies in zit, kan ik niet uitleggen. Dat is een gevoel, daar zijn geen woorden voor. Ik stap iedere dag met ontzettend veel plezier op de fiets om te trainen, ik vind het écht leuk om mezelf af te matten en ik ben heel benieuwd waar mijn fysieke en mentale grenzen liggen.

Waarom doet iemand wat hij doet? Meestal uit gewoonte, denk ik. En ook uit plezier, hoop ik - hoewel de meeste mensen weinig lol in hun werk hebben, schijnt. Draagt een journalist zoveel meer bij aan de maatschappij dan een wielrenner? Ik weet het niet.

Wat ik wel weet: als je zelf gelukkig bent, straal je dat uit. Daarmee maak je de mensen in je omgeving ook een beetje gelukkiger. Dus lieve ex-collega's, bij deze kom ik er graag nog even op terug: ik ben gelukkig. Is dat genoeg reden om te doen wat ik doe?

*Uiteraard is dit een licht gechargeerde weergave van de discussie. Mijn ex-collega's vinden het naast raar ook waanzinnig cool wat ik doe. Dat u niet denkt dat ik op een kwaadaardige manier verbaal afgemaakt werd. Ze zijn vooral gek op discussiëren op het scherpst van de snede.