Op de rollerbank
Ik spiek toch even met een half oog naar beneden. Witte knokkels om het stuur. De sterke man in het blauwe bloesje die naast me staat voor het geval ik val, volgt m'n blik. "Relax maar", zegt hij zo zacht dat het publiek het niet kan horen. "Je doet het goed." Ik adem uit en probeer een beetje rond te kijken. Met een 'joh wat een eitje'-blik.
De wielrenners onder u hebben 't al begrepen: gisteren reed ik voor het eerst van m'n leven op een rollerbank. In de stand van onze sponsor Shimano, op fietsbeurs BikeMotion. Op de rollerbank rijden is een kunstje dat je het liefst in je eentje in je garage onder de knie wilt krijgen. En níet met dozijnen ogen op je gericht. Maar soms loopt dat dus toch even zo.
Voor de niet-fietsers onder u een kleine uitleg (wielrenners mogen de komende twee alinea's even wat voor zichzelf doen): dit is een rollerbank; een rechthoekig ding van een fietslengte lang en een halve meter breed. Je zet je fiets op de rollers en klimt er met behulp van een muur of een sterke man op.
Als je gaat trappen, beginnen de rollers onder je wielen te draaien. Bij voldoende snelheid kun je de muur of de sterke man loslaten en met beide handen aan het stuur gaan fietsen (of met losse handen voor gevorderden, dan wel met losse handen en één los been voor ver gevorderden). Je houdt jezelf in balans; belangrijkste daarbij is dat je niet per ongeluk van de rollerbank af rijdt.
Bent u er nog, wielrenners? Dan gaan we nu weer verder voor alle lezers. Want gisteren zat ik op een hypermoderne rollerbank, die het fietsen op de weg nog beter nabootst doordat de rollers zijn opgehangen in een constructie die ervoor zorgt dat je tijdens het fietsen niet alleen van links naar rechts beweegt, maar ook naar voren en naar achteren.
U had me moeten zien zweten. Eerst omdat ik het spannend vond natuurlijk, maar al snel omdat ik de smaak te pakken kreeg. Fluitend keek ik rond, mijn beschermengel in blauwe blouse hoefde niet eens meer de hele tijd bij me te blijven. Ik kon zelfs praatjes met het publiek maken. En, als klap op de vuurpijl, uit het zadel een sprintje trekken!
Wauw, dacht ik. Ik kan fietsen op een rollerbank. De oer-training aller wielrenners, dat had ik eindelijk ook onder de knie! Maar nu wilde ik er wel weer af. Eeehhh, meneren met de blauwe bloesjes...? (Afstappen, moet u weten, gaat voor niet-ver gevorderden ook met behulp van een muur of een sterke man.) Zul je net zien: alle sterke mannen waren toevallig even in gesprek, of gewoon verdwenen.
Ik zag mezelf al doorfietsen terwijl de Jaarbeurs leeg liep. Het werd stiller en stiller. De lichten gingen uit. Het werd donker buiten. En koud binnen. Ik fietste door, wachtend op de morgenstond en de eerste nieuwe bezoekers.
Pfoe. Daar dook mijn blauwe engel op.










