zaterdag 31 oktober 2009

Op de rollerbank

Trappen, trappen, blijven trappen. Blik strak vooruit. En vooral niet naar beneden kijken, naar die rolletjes van een halve meter breed. Want dan begin ik te slingeren en rij ik er geheid af. Leuk voor het verzamelde publiek dat me aan staat te gapen, maar toch iets minder leuk voor mij. Ik moet immers de schijn ophouden dat ik een echte wielrenner ben (haha) en dit dagelijks doet (HAHA).

Ik spiek toch even met een half oog naar beneden. Witte knokkels om het stuur. De sterke man in het blauwe bloesje die naast me staat voor het geval ik val, volgt m'n blik. "Relax maar", zegt hij zo zacht dat het publiek het niet kan horen. "Je doet het goed." Ik adem uit en probeer een beetje rond te kijken. Met een 'joh wat een eitje'-blik.

De wielrenners onder u hebben 't al begrepen: gisteren reed ik voor het eerst van m'n leven op een rollerbank. In de stand van onze sponsor
Shimano, op fietsbeurs BikeMotion. Op de rollerbank rijden is een kunstje dat je het liefst in je eentje in je garage onder de knie wilt krijgen. En níet met dozijnen ogen op je gericht. Maar soms loopt dat dus toch even zo.

Voor de niet-fietsers onder u een kleine uitleg (wielrenners mogen de komende twee alinea's even wat voor zichzelf doen):
dit is een rollerbank; een rechthoekig ding van een fietslengte lang en een halve meter breed. Je zet je fiets op de rollers en klimt er met behulp van een muur of een sterke man op.

Als je gaat trappen, beginnen de rollers onder je wielen te draaien. Bij voldoende snelheid kun je de muur of de sterke man loslaten en met beide handen aan het stuur gaan fietsen (of met losse handen voor gevorderden, dan wel met losse handen en één los been voor ver gevorderden). Je houdt jezelf in balans; belangrijkste daarbij is dat je niet per ongeluk van de rollerbank af rijdt.

Bent u er nog, wielrenners? Dan gaan we nu weer verder voor alle lezers. Want gisteren zat ik op een hypermoderne rollerbank, die het fietsen op de weg nog beter nabootst doordat de rollers zijn opgehangen in een constructie die ervoor zorgt dat je tijdens het fietsen niet alleen van links naar rechts beweegt, maar ook naar voren en naar achteren.

U had me moeten zien zweten. Eerst omdat ik het spannend vond natuurlijk, maar al snel omdat ik de smaak te pakken kreeg. Fluitend keek ik rond, mijn beschermengel in blauwe blouse hoefde niet eens meer de hele tijd bij me te blijven. Ik kon zelfs praatjes met het publiek maken. En, als klap op de vuurpijl, uit het zadel een sprintje trekken!

Wauw, dacht ik. Ik kan fietsen op een rollerbank. De oer-training aller wielrenners, dat had ik eindelijk ook onder de knie! Maar nu wilde ik er wel weer af. Eeehhh, meneren met de blauwe bloesjes...? (Afstappen, moet u weten, gaat voor niet-ver gevorderden ook met behulp van een muur of een sterke man.) Zul je net zien: alle sterke mannen waren toevallig even in gesprek, of gewoon verdwenen.

Ik zag mezelf al doorfietsen terwijl de Jaarbeurs leeg liep. Het werd stiller en stiller. De lichten gingen uit. Het werd donker buiten. En koud binnen. Ik fietste door, wachtend op de morgenstond en de eerste nieuwe bezoekers.

Pfoe. Daar dook mijn blauwe engel op.

woensdag 28 oktober 2009

IJdeltuit

Nog even over mijn roze pakje hoor. Ik vind eigenlijk dat ik normaal moet doen, maar het gevoel van gepaste trots als ik erin rond rij laat me maar moeilijk los.

Dus vooruit, ik geef het toe: ik kijk graag in alle grote ruiten waar ik voorbij rij. Gewoon, om een blik op te vangen van hoe ik eruit zie in het roze.

En ik vind het stiekem best leuk als mijn fysio zegt dat dat roze 'nou niet bepaald Marijn is', maar dat het me wel erg gaaf staat.

Ik val op. Dat vinden zelfs gepukkelde scholieren die me 'cool pakje!' naroepen, bouwvakkers die zich omdraaien als ik voorbij rijd en vrachtwagenchauffeurs die me bijkans van m'n fiets doen donderen van schrik, omdat ze keihard toeteren.

Ik ben geen donkere schim meer, die zowel man als vrouw zou kunnen zijn. Door mijn roze pakkie ben ik een echt meisje. Of... zou het komen door het piepkleine staartje dat ik heb laten groeien?

maandag 26 oktober 2009

Model voor één ochtend

Linkerwang naar voren, want dat is mijn 'goede kant'. Neus een beetje omlaag, anders kijk je in een 'stopcontact'. Doen alsof je een stap zet, op hakken van twaalf centimeter. Linkerheup naar voren, rechterbeen achteloos van de grond.

Niet omvallen op die stelten. Niet neplachen. Niet bibberen vanwege de windmachine. Twee champagneglazen en een tasje nonchalant vasthouden. De fotograaf aankijken ("neusjes omlaag!") en intussen ook gezellig doen met elkaar. En er vooral natuurlijk en zelfverzekerd uitzien: "Tieten vooruit en ontspannen maar!"

Van top tot teen gestyled stond ik vanochtend samen met drie ploeggenootjes en Filemon op mijn hakken te wiebelen voor de Viva-fotograaf. Het bewijs werd weer eens geleverd: wat ben ik toch fotogeniek. Not. Ik weet nooit hoe ik kijken moet.

Veel van mijn vriendinnen hebben een echte fotolook. Zo gauw er een lens opengaat, schudden zij moeiteloos een pittige vamp-blik uit hun mouw. Als ik denk dat ik een leuk gezicht heb getrokken, sta ik steevast als een waanzinnige op de foto. Ach, ik ben gewoon leuker in het echt, denk ik dan maar.

Daar kwam ik vandaag niet mee weg, want een foto zou er komen. Van stoere wielrensters in kekke galakleding - Filemons wens, als eenmalig hoofdredacteur van de Viva.

Er is te weinig aandacht voor vrouwenwielrennen, vindt hij. En dat mag best veranderen. Helemaal mee eens! Daarvoor wil ik me maar wat graag een keer mooi laten aankleden en opmaken. En zelfs mijn haar laten straighten (voor de niet-fashiongeïnteresseerde wielrenners onder ons: dat betekent dat krullend haar met een apparaat stijl gemaakt wordt). Iedereen zei dat het ééénig stond; ik vond 't een ramp. Plat helmhaar heb ik immers al vaak genoeg.

Maar niet zeuren, de shoot was een geweldige belevenis. En de foto wordt vast cool. Vanaf 28 november in de winkel! Intussen ga ik weer lekker afzien op de fiets. Dat is toch meer wat voor mij dan afzien op van die enorme hakken.

zondag 25 oktober 2009

Zuurstokje

M'n nieuwe bijnaam is niet erg origineel, maar ik vrees dat ik zelf ook niet veel beters had kunnen verzinnen. Want hij is wel treffend: zuurstokje. Vandaag trainde ik voor het eerst in mijn roze Leontien-outfit en vriend J. heeft me in de vijf minuten dat ie me erin gezien heeft minstens tien keer zuurstok genoemd.

D'r werd gisteren bepaald niet lullig gedaan over de hoeveelheid kleding die ik in mijn achterbak mocht gooien. Ik moest er speciaal de onderste plank van mijn kast voor ontruimen. Tot gisteren trainde ik eigenlijk altijd in hetzelfde: een zwarte broek van de plaatselijke fietsenzaak en een heel oud jasje van Le Coq. Met als gevolg dat de wasmachine na iedere training draaide om alles snel weer schoon te krijgen.

Wat een luxe dat dat nu niet meer hoeft. Twee lange broeken, drie korte broeken, halflange en lange beenstukken, shirtjes, jasjes met en zonder mouwen én een thermoversie, vier paar sokken, een winterjas, een muts, een helm, halve handschoenen en hele handschoenen: jongens, ik hoef nog maar één keer per week te wassen!

En het mooiste is: dit is slechts ter overbrugging. Het echte kledingpakket komt over een paar weken. Heeft er nog iemand een Pax over?

Wintertijd



Zondagmiddag 16.15 uur, de IJsselcentrale bij Zwolle.

donderdag 22 oktober 2009

Zesdaagse

Het is er bloedheet. Het ruikt er naar vette worsten, bier en uitlaatgassen. Er is altijd lawaai, van de dernymotoren, van harde muziek en van schreeuwend publiek. In de baan een orkaan van kleuren en snelheid. Het is net kermis, maar dan wél leuk.

Vorig jaar was ik er voor het eerst. Gisteren was mijn tweede keer. En ik kan met grote stelligheid zeggen: ik ben gek op de Zesdaagse.

Gisteravond was geweldig, maar mijn eerste keer was de beste. Paolo Bettini op zijn gouden fiets, Erik Zabel
op ons fietsspel... Daarom, voor alle liefhebbers, nog één keertje:

dinsdag 20 oktober 2009

Hoera voor de hondenbaasjes

Nooit gedacht dat ik dit nog eens hardop zou zeggen: hoera voor de hondenbaasjes! Want ondanks negatieve ervaringen met deze bevolkingsgroep in het verleden, moet ik toegeven dat het lijkt of de hondenbaasjes zich als enige landgenoten iets aantrekken van de campagne Nederland-wordt-steeds-asocialer-punt-nl. Hun gedrag is nochtans een stuk opgeknapt. In het bos tussen Hattem en Heerde, in ieder geval.

Ik heb een pesthekel aan honden. (Eigenlijk ben ik er als de dood voor. Toen ik nog geen twee turven hoog was, heeft de reusachtige herdershond van de buren me eens keihard in m'n gezicht geblaft. Of zoiets. In ieder geval kan ik me niet anders herinneren dan dat ik bang ben voor honden. Om dat te maskeren, doe ik net of ik ze haat.)

Want zeg nu zelf: honden zijn toch onsmakelijke dieren. Ze hijgen, blaffen, springen tegen je op, kwijlen, grommen, stinken naar hond en als je pech hebt zelfs naar natte hond, krabben je favoriete trui/lievelingsstoel/krant kapot, kauwen op je schoenen, vreten je bord/pan/koelkast leeg als je even niet kijkt, duwen hun grote neus in je kruis, zwiepen met hun staart je bloemen van de salontafel en bevuilen je huis met hun haar. En dan heb ik het nog niet eens over hun drollen gehad.


U begrijpt: ik blijf verre van honden. Maar soms kun je niet aan een confrontatie ontkomen. Als je gaat hardlopen bijvoorbeeld. Toen ik dat vroeger nog deed in het Noorderplantsoen, kwam er regelmatig een hond achter me aan om eens fijn naar mijn kuiten te happen. Al snel was ik zeer bedreven in het in één oogopslag taxeren van een tegemoetkomende viervoeter: liep 'ie een beetje te sjoggelen zonder om zich heen te kijken, dan was ie oud en der dagen zat en kon ik gewoon mijn tempo blijven houden.

Maar o wee als de hond wat darteler oogde. Als hij vrolijk om zich heen keek, met z'n staart zwiepte en z'n oortjes kwiek van links naar rechts draaide. Dan moest je oppassen. Meestal hield ik mijn pas in en begon ik te wandelen, onderwijl het baasje toeroepend: "Wilt u uw hond alstublieft even vasthouden? Ik ben een beetje bang..." Kwetsbaar opstellen helpt misschien wel, dacht ik, naïef als ik was. Maar helaas. Antwoorden varieerden van: "Ja daag, we zijn hier in het park hoor, waar bemoei jij je mee?" tot "Hij doet echt niks hoor!" Ammehoela. Hij doet niks. Daar word ik niet minder bang van.


Vanwege de herfstvakantie was het bos tussen Hattem en Heerde vandaag afgeladen met wandelaars en hun honden. En wat schetste mijn opperste verbazing? Zo'n beetje ieder hondenbaasje pakte zijn of haar dier, zonder dat ik erom vroeg, bij de halsband als ik naderde. Nu was ik niet aan het hardlopen, maar zat ik op de mountainbike. Maar honden zijn net zo dol op fietsende als op rennende kuiten, kan ik u melden. Als ze de kans krijgen. Maar die kregen ze niet!

Kwam het doordat ik netjes over de uitgepijlde mountainbikeroute reed? Of omdat ik de baasjes keurig gedag zei (je moet ze te vriend houden, immers)? Was het 't mooie weer? Hoe dan ook: ik vlóóg door het bos, mijn glimlach werd steeds breder en ik durfde zelfs af en toe mijn ogen van de hond af te halen om zijn baasje een bedankje toe te knikken. Dus nogmaals: hoera voor de hondenbaasjes. Ga zo door!

maandag 19 oktober 2009

Elf

Dit weekend was ik bij de uitverkiezing van de Flandrien van het Jaar, in Mechelen. En ineens zag ik het: Tom Boonen is een elf!



zondag 18 oktober 2009

Vliegjesdag

Wie vandaag buiten is geweest, heeft het gemerkt: het was vliegjesdag.

Langs de IJssel werden ze nog weggeblazen. Bij Kampereiland fietste ik vlug door de zwarte wolken. Langs de oever van het Ketelmeer boden mijn wimpers weerstand tegen grote zwermen. En richting Ens hield ik mijn lippen maar stijf op elkaar.

Eenmaal in het rietgebied was er echter geen ontkomen meer aan. In Sint Jansklooster hapte ik vliegjes. Bij Wanneperveen zag het zwart van de vliegjes. In Doosje vlogen de vliegjes in al mijn openstaande gaten. Richting Zwartsluis nieste ik vliegjes, in Hasselt hoestte ik vliegjes. Langs het Zwartewater fietste ik met mijn hoofd naar beneden, onhandig loerend naar eventuele tegenliggers. De vliegjes vonden intussen de gaten in m'n helm. Jeuk. Om gek van te worden.

Ik haalde net een laatste vliegje uit m'n ooghoek en dacht: laat het nu maar snel winter worden...

vrijdag 16 oktober 2009

VDB


God is terug. Al de hele week staat hij in het middelpunt van de belangstelling. Maar niet zoals ie hoopte. Hij is dood. Bij God, hoop ik.

Geen idee over wie ik het heb? Neem dan even de tijd voor deze schitterende documentaire.

woensdag 14 oktober 2009

Voor Martijn

Oh! Hoe kon ik hem vergeten! Mijn beste oud-AVRO-Radio 1-collega slash blogmaatje Martijn heeft natuurlijk helemaal gelijk wat betreft mijn post van zondag over snot:

Ik doe een suggestie: vervang die verwarrende paddestoel voor een plaatje van de .... GOOD OLD SNOTOLF!

De snotolf! Wat hebben wij gelachen toen we het bestaan van dit diertje ontdekten. 'Snotolf' werd ons nieuwe favoriete scheldwoord. We hebben heel wat af gesnotolft op het weblog dat we toen hadden, het helaas ter ziele mannetjevanderadio.nl
.

Maar ja, uit het oog uit het hart geldt kennelijk ook voor snotolfen. Dus staat er een 'verwarrende paddestoel' naast de snotpost. Hierbij herstel ik onze oude vriend in ere. Je moet 'm alleen zelf even op de plek van de paddestoel bedenken, Martijn. Maar dat kun je wel!

maandag 12 oktober 2009

Dingdingding

Heeft u dat ook wel eens, als u staand op de pedalen van uw racefiets een spoorwegovergang over rijdt (blijven zitten stuitert zo), dat u zich half dood schrikt als exact op dat moment de rode lichten beginnen te knipperen en het 'dingdingding' uw oren vult?

Dat u dan, héél even maar, visioenen krijgt van acuut neerklappende spoorbomen, recht op uw hoofd? Van plotseling algeheel spierfalen? Of van wielen die ineens in de gleuf van de rails zakken, om er nooit meer uit los te komen? Kortom: van over u heen denderende treinen?

Dat heb ik dus wel. Ik nader een spoorwegovergang daarom altijd met een mix van angst en verlangen. Want als de lichten plotseling gaan knipperen en het dingdingdingen begint, is het op de vrijgekomen adrenaline altijd wel weer lekker verder fietsen.

zondag 11 oktober 2009

Fluim

Fietsen bevordert de snotproductie. Hoe dat komt is me niet geheel duidelijk, maar dat het zo is staat wat mij betreft na bijna een jaar fanatiek fietsen vast.

(Excuus lezers, vandaag even geen elegante post, maar eentje over snot. Want ook vrouwen hebben daar last van. Echt. En dat moeten ze kwijt. Net als mannen. In een vrouwenpeloton wordt net zo veel gesnoten, gerocheld en gespuugd als in een mannenpeloton. Serieus. Bent u ook weer uit die droom geholpen.)

Aanvankelijk snoof ik het snot nog zachtjes weer op, zeker als ik in een groep fietste. De mannen met wie ik reed snoten links en rechts om zich heen dat het een aard had, maar ik vond dat voor mezelf niet kunnen. Als vrouw. Ik vond het vies en niet ladylike. Toch?

(Voor de niet-wielrenners onder ons: wielrenners snuiten hun neus zonder zakdoek. Ze duwen één neusgat dicht en blazen de fluim door het andere gat naar buiten. Soms snuiten ze ook eenvoudigweg met de gehele neus open. De meeste toerrijders zorgen ervoor dat ze over niemand heen snotteren. Maar tijdens de koers let niemand daar op en krijg je geregeld een fluim op je truitje. Of in je gezicht. Gelukkig staat er bij de finish altijd iemand met een nat washandje. Da's niet alleen voor stof en modder, zoals u nu wel zult begrijpen.)

Inmiddels ben ik opgehouden met net doen alsof ik geen last heb van snot. Ik vind snot uitsnuiten nog steeds niet ladylike, maar je moet er toch iets mee. Want eenmaal een snottebel in je neus, altijd een snottebel in je neus. Je kunt snorken wat je wilt, het ding druipt na iedere snuf acuut weer naar buiten. Dus kun je hem maar beter lozen.

Afgelopen jaar ben ik een expert in snot snuiten geworden. Want als je het niet goed doet, heb je een snotstraat op je jasje, je zadel, je fiets, of het ergst: op je wang. Vaak heb je dat pas door als er iemand naast je komt fietsen, en dat zijn met afgrijzen gevulde ogen dan telkens naar je wang dwalen. Dat wil je niet. Vandaar.

Goed snuiten doet men als volgt. Let allereerst op de windrichting. Bij zijwind: snuit met de wind mee. U weet wat er gebeurt als u tegen de wind in plast. Voor snot geldt hetzelfde. Rijdt u in een groep, laat u dan afzakken, zodat u niemand lastig valt met uw fluimen. (Bovendien valt het gesnotter dan minder op, wat - zoals u begrijpt - in mijn geval goed uitkomt.)

Een echt lekkere fluim snuit men 'bovenlangs'. Voor een goede visualisatie kunt u het beste even meedoen. Ga in de fietshouding zitten. Voor een snottebel in uw rechter neusgat duwt u met uw linker wijsvinger (één van uw andere vingers mag natuurlijk ook, naar believen) uw linker neusgat dicht. Uw linker elleboog bevindt zich daarbij ter hoogte van uw borst. U draait uw hoofd naar rechts en trekt uw rechter schouder een beetje in. Met een korte, krachtige stoot snuit u het snot over uw schouder naar achteren.

Snot uitsnuiten doet men met overtuiging. Snuft u een beetje lafhartig, dan ontstaat er een sliert en heeft u alsnog een slijmspoor op uw mouw en/of wang. Bij een snottebel in uw linker neusgat herhaalt u bovenstaande procedure, maar dan precies andersom. Vanzelfsprekend.

Wilt u zich liever wat onopvallender van uw snot ontdoen (zoals ik), dan snuit u bij voorkeur 'onderlangs'. Dat gaat als volgt, wederom in het geval van snot in uw rechter neusgat: knijp uw linker neusgat ditmaal dicht met uw réchterhand. Uw elleboog steekt daarbij omhoog. Draai uw hoofd naar rechts en snuit de fluim onder uw rechter oksel door richting het asfalt.

Voilà. Een bescheiden bijdrage van een ervaringsdeskundige die niet te beroerd is haar kennis te delen met wielrenners die hun snot doorgaans in hun - ik zeg maar iets totaal willekeurigs - oog laten belanden.

vrijdag 9 oktober 2009

Swingen met die heupen

Iedere keer voel ik me een beetje voor gek zitten, als ik in het oefenhok van de fysio losjes met mijn heupen vloeiende rondjes of achtjes probeer te draaien.

Vanochtend zat ik ook echt te kijk, met drie nieuwsgierige dames in mijn nek die nauwgezet controleerden of ik wel binnen de groene lijnen bleef. Ik werd er zenuwachtig van.

Sinds kort doe ik rompstabiliteitsoefeningen. Goed voor wielrenners, schijnt. Je traint de korte spieren in je rug, waardoor je stabieler op je fiets zit en die houding langer volhoudt. Veel fietsers doen hun rompstabiliteitsoefeningen op een skippybal, maar mijn fysio kwam met de flexchair.

Hij zette me op een soort zadel, met een flexibele poot eronder. Voor m'n neus hing een computerscherm. Daarop stond een groene strook, met daaromheen een geel en daar weer omheen een rood randje.

Met mijn heupen kon ik een blauw balletje aansturen. De opdracht: beweeg je heupen zo dat het blauwe balletje heen-en-weer gaat. Blijf daarbij te allen tijde binnen de groene strook. (Snapt u het nog?). De computer registreerde hoe netjes ik dat deed.

Na de verticale strook volgde een horizontale strook. Daarna kreeg ik een rondje voor mijn snufferd. Vervolgens ovalen. En tot slot - ik raakte er een beetje in paniek van - achtjes.
Ik kan u melden: ik bleek een typische Hollandse stijfheupige stuntelaar. (Had ik ooit maar salsales genomen!) Hoe meer ik erbij nadacht, hoe minder ik mijn heupen kon 'loslaten'. Ik maakte alleen maar geelrode vierkantjes...

Inmiddels zijn we drie weken verder en ik vind het verbazingwekkend wat je heupen (of eigenlijk de rugspiertjes daar beneden) in korte tijd kunnen leren. Rondjes, ovalen, achtjes; ik kan ze allemaal. Ik swing het blauwe balletje lekker soepel door de groene strook.

Tenzij er drie dames staan te kijken, zoals vanochtend. Dan blokkeren mijn heupen en stuitert het blauwe balletje ineens weer in schokkerige hoeken over het scherm. Maar ja. Ik zal toch aan toeschouwers moeten wennen. Want die staan tijdens een wedstrijd ook wel eens langs de kant. Hoop ik.

woensdag 7 oktober 2009

Er staat een fiets in de gang

Zeg, blijven die fietsen de hele winter hier in huis staan, vroeg vriend J. me zojuist. Mijn racefiets en m'n mountainbike staan al een week lekker warm in de gang.

Meestal staat alleen m'n racefiets er. Nu, met de mountainbike erbij, is het wel erg vol. Daar heeft J. gelijk in. Maar het is zo handig, mijn fietsen meteen voor het grijpen. Als ik ze in de schuur wil stallen, moet ik ze aan een haak hangen. En als ik wil fietsen, moet ik ze van die haak afhalen. Altijd een lastig klusje voor iemand die buiten het fietsen om toch best lui is aangelegd.

Bovendien drogen net schoongemaakte fietsen beter in de gang dan in onze cv-loze schuur. Mooi materiaal wil je goed houden, niet toch? Nou dan.

Intussen weet ik dat ik me gelukkig moet prijzen met het feit dat ik een fietsende vrouw ben met een flexibele man - als het op tweewielers in de gang stallen aankomt tenminste. Ik zou de vrouwen niet graag de kost geven die hun kerel met fiets en al - "Ben je gek, je fiets hier in húís?!" - de deur uitsmijten.

Voor de zekerheid gaat de mountainbike zometeen toch maar aan de haak in de schuur. Dan mag de racefiets vast nog wel even in de gang blijven staan.

dinsdag 6 oktober 2009

Memorabel schoudernieuws

Vandaag een klein, maar voor mij zeer memorabel nieuwtje: vannacht heb ik voor het eerst sinds begin juni weer op mijn linkerschouder geslapen!

Voor de volledigheid volgt hier nog even het schouder-foto-archief:

zondag 4 oktober 2009

Eén wijn is geen wijn

Als ik gisteren tijdens de bruiloft van vriendin M. op Vlieland net zoveel gedronken had als dat ik erover gepraat heb, dan was ik een week lang lazarus geweest. Toegegeven: ik heb niet helemaal droog gestaan. Uiteraard heb ik meegetoast op het bruidspaar. En de champagne heb ik vervolgens niet weggegooid.

Daarna mocht ik van mezelf nog één wijntje bij het eten. Toen dat glas leeg was, had ik het wel even een moeilijk. Want zo hee, wat smaakte die wijn lekker en wat had ik zin in meer. Maar ik ken mezelf: dan volgt er nog eentje, en nog eentje, en... dat is nu precies wat tegenwoordig bepaald niet meer de bedoeling is.

De andere bruiloftsgangers vonden het een fascinerend gespreksonderwerp: niet drinken, en of dat moeilijk is. Men was eensgezind: dat is niet te doen. Toch had ik er - op dat ene zwakke moment na - geen enkele moeite mee.

Ik doe het tenslotte ergens voor. En daarbij: drinken hoeft niet meer zo nodig. In mijn studententijd heb ik me vaak genoeg een delirium gezopen. Ik weet precies hoe dat voelt. Eigenlijk is het wel grappig om iedereen om je heen zat te zien worden, terwijl jij nuchter blijft. Op 't moment dat het irritant wordt, moet je gewoon zorgen dat je in je nest ligt.

Het enige waar ik me wel een beetje zorgen over maakte, was of ik niet saai werd zonder drank. Maar ach. De rest was gelukkig zo aangeschoten, dat herinnerden ze zich vanochtend toch niet meer.

vrijdag 2 oktober 2009

Hardlopen

"Weet je nog dat Marijn gewoon ging hardlopen als wij kwamen eten?" "Oh ja, hahaha!" Vriendin L. en vriendin U. roddelen even over me, met mij erbij.

"Ik moet een stuk rennen, zei ze dan. En weg was ze." "Dan liep ze een half uur keihard door het Noorderplantsoen heen en weer en kwam ze kletsnat van het zweet thuis. Waren wij intussen maar op de bank geploft om wat te kletsen." U. en L. kijken me grijnzend aan.

Van dit voorval kan ik me dus niks herinneren. Het moet een jaar of zes geleden zijn gebeurd, toen we nog studeerden. U. en L. confronteerden me er deze zomer mee, om te illustreren hoe fanatiek ik toen al was, en dat het ze daarom niks verbaasde dat ik het als wielrenster wilde gaan proberen.

Ik was perplex. Ging ik hardlopen als er gasten waren? Wat lomp. Waren jullie dan veel te vroeg of zo, vroeg ik nog. Nee, dat waren ze niet, ze waren er gewoon op de afgesproken tijd. Maar ze vonden het helemaal niet erg hoor, dat ik ging rennen. Echt niet. Maar toch. Wie doet nou zoiets? Sindsdien halen ze het verhaal bij elke gelegenheid op, omdat ik er het schaamrood van op m'n kaken krijg.

Ditmaal begonnen ze erover omdat ik vertelde dat ik voor het eerst sinds die tijd weer aan het hardlopen ben. Ik weet dat wielrenners niet allemaal even gecharmeerd zijn van rennen, maar ik ben van plan het deze winter veel te doen. Als het regent en koud is, loop ik liever anderhalf uur om m'n basisconditie op te bouwen dan dat ik drie uur zit te kleumen op m'n fiets.

Ik ben inmiddels al een paar keer geweest. De eerste keer ging ik natuurlijk meteen veel te hard van start, en dat heb ik geweten: drie dagen spierpijn. Sindsdien bouw ik het netjes op, met (heel on-Marijns) kleine stukjes wandelen tussendoor. Zo kunnen m'n benen rustig wennen aan de nieuwe beweging. Na het hardlopen stap ik op de Tacx, om ook de fietsspieren soepel te houden.


Na een paar keer rennen weet ik weer precies wat ik er zes jaar geleden zo lekker aan vond. Maar het blijft bizar dat ik me niet kan herinneren dat de idiotie er toen kennelijk ook al goed in zat.