dinsdag 29 september 2009

Halve Zwitser

Cancellara is een schitterende renner en zijn fiets is prachtig. Dat ik dat vind, dat wist u al en kon u gisteravond met eigen ogen zien. Maar er is meer. Daar waar Gesink, Kroon, Hoogerland, Langeveld, Moerenhout en Boom van 'ons' Nederlanders zijn, voelt Cancellara een beetje van 'mij'.

In 2001 was ik namelijk een half jaar lang Zwitser. Ik woonde op een Alp, skiede of snowboardde iedere dag en stond achter de bar. Mijn rode bloedlichaampjes explodeerden daar op 2000 meter hoogte, met als gevolg dat ik terug in Nederland alleen nog maar wilde hardlopen. Ziehier: het allereerste begin van mijn huidige fietscarrière.

Als ik een Zwitserse vlag zie, moet ik altijd even glimlachen. Soms hoor ik een flard 'schwitzerdütsch' in de trein of op straat en dan krijg ik kriebels in m'n buik. Zo gauw ik bij Basel de grens passeer tijdens een vakantie, gaat DRS3 aan. En als ik dan vlak voor Bern de besneeuwde toppen zie, kom ik een beetje thuis.

Niet zo gek dus dat Cancellara en zijn gepimpte fiets mij een warm gevoel bezorgen. De Nederlanderse wielrenners doen het super hoor, maar een wereldkampioen hebben 'we' op dit moment niet. Maar ik dus wel. En hij vindt het vast niet erg dat ik zijn fiets gister even geprobeerd heb.

She Sports

Vandaag verscheen een interview met mij op She Sports, een website die vindt dat er meer aandacht voor sportvrouwen in Nederland moet komen.

maandag 28 september 2009

Precies mijn maat!


Marijn op dé fiets van Fabian Cancellara.
Morgen meer...

zondag 27 september 2009

De fiets van Cancellara

Morgen wil ik niet meer ziek zijn. Morgen wil ik naar mijn werk. Want morgen staat de tijdritfiets waarmee Fabian Cancellara donderdag wereldkampioen werd in onze studio. Die fiets wil ik best even héél voorzichtig aanraken.

Twee collega's hebben de fiets vrijdag in Mendrisio achterin een oude Volvo gegooid. Dekentje er overheen. Snel naar Nederland. De fiets staat nu bij één van deze collega's thuis. Stel je voor. De fiets van Cancellara in je woonkamer.

Ik ben helemaal niet zo'n dweperige wielerfan, maar Fabian Cancellara vind ik van uitzonderlijke klasse. Wat een prachtige renner. Wat een buitenaardse prestaties. Die zet ie neer op de fiets die ik morgen kan aanraken. Dus morgen wil ik niet meer ziek zijn.

vrijdag 25 september 2009

Snot

Als klein meisje was ik altijd verkouden. Sterker nog: tot vorig jaar liep ik iedere winter elke dag te snotteren, met om de zoveel weken een piek met keelpijn of hoesten. Ook in de zomer, bij voorkeur in echt warme periodes, kreeg het verkoudheidsvirus me vaak te pakken.

Tot een jaar geleden. Tot mijn stomme verbazing verliep de winter snotvrij, ondanks (of misschien dus wel dankzij) al mijn gefiets in kou en regen. Ook deze zomer bleef verkoudheidsloos. Heerlijk. Je zou alleen al topsporter willen worden om nooit meer verkouden te zijn! Hoewel ik in m'n achterhoofd wel wist dat het snot ooit weer zou toeslaan - dat kon toch niet anders.

En inderdaad. Eergisteren kreeg ik keelpijn. Of eigenlijk: pijn tussen neus en keel, die typische voorbode van een fijne verkoudheid. Dat was nogal wennen na een jaar. Even hoopte ik nog dat het bij keelpijn zou blijven, tot in aan één stuk door begon te niezen. En m'n neus ging lopen. En m'n oren verstopt gingen zitten en er watten in m'n hoofd kwamen. Voor de zekerheid natuurlijk even gecheckt of het geen Mexicaanse griep is. Ik kan u gerust stellen: ik heb geen koorts en ik hoef ook niet te braken. En door m'n bruine toet van het fietsen zie ik er niet eens echt zielig uit.

Mijn lot in lijdzaamheid uitzitten, da's 't enige dat erop zit. Daar waar ik vroeger in het eerste stadium van een verkoudheid nog wel eens eigenwijs ging sporten, doe ik dat nu niet. Volgens mij maak je er meer kapot mee dan je opbouwt. Intussen heb ik al twee dagen niets gedaan. Dat voelt slecht. Hopelijk breekt het snot snel écht door, dan kan ik tenminste weer op de fiets!

woensdag 23 september 2009

Daikboekelwinst

Oh ja, ik zou het bijna vergeten: dit weekend won ik de Grôte Daikboekel, de meest exclusieve koers van Nederland voor 21 mannen en 1 vrouw. Daarmee prolongeerde ik mijn titel. Vorig jaar ontsnapte ik drie kilometer voor de finish uit het peloton. Dit jaar won ik de sprint.

Het was nog tricky of ik mee mocht doen. De organisatie had protesten ontvangen, vernam ik, omtrent mijn deelname.

"Het is niet eerlijk", zegt rijder A. en lidnr. 7. "Ze rijdt veel te hard. Vorig jaar heb ik trouwens ook gezien hoe ze stiekem haar gehaktbal in een plantenbak liet verdwijnen, ja, zo kan ik het ook." Een ander lid zegt: "Ik betwijfel of ze wel echt een vrouw is. Hoe kan ze anders zo hard fietsen?"

De organisatie volhardde, waarvoor dank. Ontsnappen in de laatste kilometers was er ditmaal echter niet bij, met al die loerende mannen. Maar het was ook niet nodig. Ik ging van ver aan, hield stand en passeerde met een halve fietslengte voorsprong de meet, bovenop het brugje van Koedijk. Hoera!

dinsdag 22 september 2009

Kijk mij nou onwennig staan daar

Het voelt onwennig, zo met m'n neus helemaal vooraan bij de Leontien Ladies Ride in Den Bosch. Zevenduizend vrouwen in het startvak achter me, een meute fotografen, cameramensen en toeschouwers voor me.

Iedereen bekijkt ons nieuwsgierig. "Zijn dat ze nou?", gonst het, "de meiden van Leontiens ploeg?"
We lachen, zwaaien en poseren. (Misschien moet ik maar eens een goede fotolook instuderen voor de spiegel.) We maken praatjes met de vrouwen om ons heen.

Ik ben een boegbeeld, realiseer ik me ineens verwonderd. En dat terwijl ik alleen maar kan denken: kijk mij nou. In dit pakje. Tussen deze meiden. Ik verwacht ieder moment iemand die zegt: grapje! We hebben je gefopt. Lever die kleding nou maar weer in, hoor.


Maar het is geen grap. Van Marijn wordt het nodige verwacht, lees ik op Leontien.nl. Zij begon dit jaar pas serieus met wielrennen, nadat ze zich hardop afvroeg of het mogelijk is op latere leeftijd het wielervak nog onder de knie te krijgen. De radiojournaliste stortte zich vol overgave op deze missie en de grote stappen voorwaarts die ze in korte tijd maakte, ontgingen teammanager Michael Zijlaard niet. Hij waagde de gok door Marijn al vroeg een plek in zijn ploeg aan te bieden. (Oeps! Dat gaat toch echt over mij...)

We gaan van start (nu niet onhandig in de pedalen klikken) en fietsen richting Heeswijk Dinther (zit ik wel netjes op m'n fiets?). We delen lunchpakketjes uit (kijk, dat kan ik tenminste goed!) en fietsen weer terug naar Den Bosch. Ploeggenootje M. staat bij de finish de speaker te woord. Ze is tien jaar jonger dan ik, maar sjonge, wat doet ze dat goed, zonder gehakkel of zelfs maar één 'euh' (daar kan ik nog heel wat van leren).

Ik ben benieuwd wanneer dit soort dagen routine worden. Wat mij betreft mag dat nog wel even duren!

zondag 20 september 2009

Tweet tweet


vrijdag 18 september 2009

Het pakje

Er is een pakje voor je gekomen uit Duitsland, smste vriend J. me vanochtend. Ik zat in de trein op weg naar m'n werk. Dus wat er in dat pakje zat, zou nog even in het ongewisse blijven.

J. bleek erg nieuwsgierig, want toen ik 'm zojuist aan de telefoon had, begon hij er weer over: "Het is een heel geheimzinnig pakje, ik heb echt geen idee wat erin zit. Er staan allerlei vreemde Franse teksten op, volgens mij komt het van een of ander laboratorium."

Wielrennen, pakje uit het buitenland, laboratorium... Ineens begreep ik J.'s nieuwsgierigheid. Ik hield me van de domme. "Het is best een groot pak. Zal ik het open maken?", klonk hij gretig door de telefoon. Nou ja, als je per se wilt, doe maar dan...

Ik hoorde gerommel aan de andere kant van de lijn. "Ik zie nog geen infuuszak, hoor!" riep J. tussen het geknisper door. "Wacht even, het is... een Flip...!?" Ja, die had ik besteld voor je verjaardag. Wist ik veel dat 't ding uit Duitsland zou komen. Alvast gefeliciteerd, dan maar...

woensdag 16 september 2009

In de Peperbus

Het wordt bijna gewoon: ik stond weer eens in de krant...

Dit keer in de Peperbus, de lokale krant van Zwolle.

Ik vind het nog steeds raar mezelf op zo'n pagina te zien, met het verhaal dat mijn afgelopen jaar samenvat.

Maar wel leuk raar!

- Klik op de foto om de tekst te lezen -

dinsdag 15 september 2009

Dromen

Over dingen die ik zoal op de fiets tegenkom gesproken. Vlakbij waar ik woon staat het 'Huis der verloren dromen'. Het pand ziet er vrolijk lila uit, maar van de naam word ik altijd een beetje treurig.

Wat moet er gebeurd zijn wil iemand zijn dromen verliezen? Dromen zijn voor mij de motor waarop ik draai. Ik heb er dit jaar een heel mooie nieuwe droom bij gekregen en ik draai als nooit tevoren.

Het lijkt me vreselijk om geen dromen te hebben, en nog erger om je dromen te verliezen. Dromen zijn misschien niet altijd realistisch, maar daar zijn het dromen voor. En je kunt ze desgewenst bijstellen, of een nieuwe verzinnen als de ouwe je vervelen.

Vriend J. ziet het anders: in dit huis worden alle verloren dromen verzameld. Mooie gedachte. Zo kijk ik er voortaan ook maar tegenaan, als ik langs dit prachtige pand fiets. Droom verloren? U kunt 'm afhalen aan de Walstraat in Zwolle.

zondag 13 september 2009

Maïsveld

Tussen Vilsteren en Ommen staat een maïsveld. Het is geen normaal maïsveld. Dat zag ik omdat ik er de laatste tijd een paar keer langs fietste. Er staan bordjes bij elk pad, met namen erop. Kijk maar:


'Ronaldinho' is natuurlijk fout gespeld. Maar ja: maïskwekers. Die kun je dat niet kwalijk nemen.

Benieuwd wat voor maïs dit precies moet worden.

zaterdag 12 september 2009

Topvrouwen

Sinds ik zelf wielren, vraag ik me steeds vaker af: waarom is er zo weinig aandacht voor vrouwenwielrennen? Waarom wordt het Nederlands Kampioenschap voor vrouwen in anderhalve minuut samengevat door Studio Sport en het NK voor mannen live uitgezonden?

Begrijp me niet verkeerd: wat mij betreft hoeft er echt geen middag lang vrouwenwielrennen op tv. Maar íets meer balans zou alleszins redelijk zijn - zéker gezien de prestaties van de Nederlandse wielrensters.

Ik spreek toevallig nogal eens sportjournalisten, en hun eerste reactie is vaak: het is niet interessant, want wees nou eerlijk: vrouwen weten niks van ploegentactiek en kunnen toch ook niet echt hard fietsen; het is niet spannend genoeg want Marianne Vos wint altijd; of: er is geen traditie zoals in andere sporten.

Wat een onzin! Dan heb je je dus nog nooit echt verdiept in het vrouwenwielrennen van de afgelopen jaren en wéét je niet eens wat voor kwaliteit Nederland in huis heeft. We horen bij de wereldtop. Iedereen kent Marianne Vos natuurlijk, maar er rijden ook Nederlandse meiden bij bepaald niet misselijke internationale ploegen als Cervélo, Columbia en Selle Italia.

Hun prestaties zijn navenant. Kirsten Wild is een van de beste sprintsters ter wereld. En Ellen van Dijk heeft een waanzinnige tijdrit in de benen. Om er geheel willekeurig maar eens twee te noemen. Maar je mag al van geluk spreken als je een overwinning van een van deze dames in een kortje in de krant leest.

Geen ploegentactiek? Vroeger misschien. Maar de internationale vrouwenploegen weten inmiddels ook dat er geen wedstrijden gewonnen worden zonder ploegentactiek. Ze offeren zich net zo graag als hun mannelijke collega's op voor de winst van een ploeggenoot.

Vrouwen fietsen niet zo hard als mannen. Natuurlijk niet. Vrouwen schaatsen ook minder hard, sprinten minder snel en meppen met minder kracht tegen een tennisbal. Doen we daar ooit moeilijk over? Nee, die sporten staan volop in de belangstelling.

En hoezo de top te smal? Marianne Vos wint veel, ja. Dat lijkt mij trouwens eerder iets om trots op te zijn dan een argument om vrouwenwielrennen niet interessant te noemen. Sven Kramer wint toch ook alles? Doen we daar moeilijk over? Vos zegeviert overigens niet overal. Grote etappekoersen, klassiekers of wereldbekerwedstrijden wint ze vaker niet dan wel. Maar dan hoor je er niks over. Bovendien: schaatsen is ook al decennialang een grotendeels Nederlands onderonsje. Daar is de smalle top toch ook geen argument om er geen aandacht aan te besteden?

Zeven Nederlandse vrouwen gaan er naar de wegwedstrijd van het WK in Mendrisio, eind september. Zeven! Daar kunnen de mannen nog een puntje aan zuigen. En ik maar denken dat wij Nederlanders opportunistisch genoeg zijn om bij plotseling succes, zie de waterpolovrouwen op de Olympische Spelen, ineens groot fan te zijn. Maar waar lees je de portretten van deze wielrensters? Waar zijn de interviews op tv?

Wat zou ik graag eens góede argumenten horen waarom vrouwenwielrennen de aandacht niet waard is. Ik kan zelf eigenlijk maar één reden verzinnen: het conservatisme van de Nederlandse sportpers.

donderdag 10 september 2009

Het gaat beginnen

Wauw, het wordt nu echt!

Gister kreeg ik een telefoontje: wat is de maat van je schoenen (39), je helm (M), je wielerschoentjes (40) en je gewone kleding ("Euuuhhh... Hoe valt het? Hoe zit het? Wat denk jij?" - het gebruikelijke vrouwen&kleding geleuter). Vandaag werden me per mail nog wat maten gevraagd, voor nog meer kleding.

De planning van de trainingsweken en -weekenden in binnen- en buitenland voor het komende half jaar is in de maak. Evenals de planning voor promotie-activiteiten: een dagdeel op Bike Motion en meedoen aan de Ladies Ride in Den Bosch.

Leuk leuk leuk! Ik ben zo benieuwd hoe het komende jaar gaat worden!

dinsdag 8 september 2009

Uitkleden

Ik weet niet meer hoe ik me moet uitkleden.

Door mijn schouderblessure kon ik mijn linkerarm ruim twee maanden lang niet omhoog doen. Een shirtje aan-, maar vooral uittrekken was een hele operatie. Dat deed ik als volgt - probeer het even te visualiseren voor een beter beeld: bij een wijde hals of een hemdje trok ik eerst m'n rechterelleboog met daar achteraan de hele arm door het mouwgat naar beneden, vervolgens trok ik het shirt van rechts naar links over m'n hoofd, en zo kon het rustig van m'n gekwetste schouder afglijden.

Of, als het shirtje te strak was om m'n elleboog door het mouwgat te wurmen, grabbelde ik met m'n gezonde arm op m'n rug tot ik de onderrand van het shirt te pakken had en trok ik het ding van achter naar voren over m'n hoofd. Deze manier van uitkleden vond ik niet fijn, want het was vaak pijnlijk. Helaas kwam ik er iedere keer pas bij het uitkleden achter dat het toch zo moest, want iets aantrekken lukte meestal wel.

Inmiddels kan ik mijn linkerarm weer bijna volledig omhoog strekken. Aankleden gaat dus heel goed. En bij uitkleden zou je dat ook verwachten. Maar dat blijft een probleem. In twee maanden tijd ben ik namelijk vergeten hoe ik voorheen mijn shirtjes uittrok. En dus sta ik iedere avond enorm te hannesen.

Ik weet dat mannen de rugwaartse grabbelbeweging prefereren bij het uittrekken van bovenkleding. Van achter naar voren sjorren ze trui of t-shirt over hun hoofd. Vrouwen kruisen over het algemeen hun armen voor de borst langs naar beneden, pakken de boord van hun shirt en trekken het omhoog en dan van voor naar achter over hun hoofd.

Juist daar zit nu de crux. Deed ik dat ook zo? Ik weet het echt niet meer. Kruiste ik dan mijn linkerarm over mijn rechterarm, of mijn rechter over mijn linker? Geen van beide voelt natuurlijk. Trok ik het hele shirtje tegelijk omhoog, of eerst de achter- of de voorkant? Geen flauw idee. Ik krijg m'n kleren wel uit hoor, maakt u zich geen zorgen. Maar ik wil dat zo graag doen als ik altijd deed. En daar kom ik maar niet achter.

zondag 6 september 2009

Spuug

Het scheelde vandaag niet veel of ik had iemand fysiek geweld aangedaan. Dat kwam zo.

Samen met
collega B. en ruim zeshonderd andere renners reed ik de Henk Lubberding Classic. Ik wilde weer eens in een peloton rijden. En hier beginnen leek me veilig: tijdens de negentig kilometer neutralisatie (rustig aan) kon ik eerst weer wennen in een grote groep, en als ik me goed voelde zou ik de laatste vijfendertig kilometer meekoersen.

Het bewegen in het peloton ging al snel weer oké. Ik kreeg vertrouwen en voelde me goed. Dus toen de wedstrijd werd vrijgegeven, wilde ik graag even testen of ik nog snelheid in m'n benen had. Gewoon om te voelen hoe het zou gaan, want voor een goede klassering zat ik toch veel te ver achterin het reusachtige peloton.


Het waaide. Er vormden zich dus waaiertjes. Mijn waaier draaide keurig: iedereen deed mee en we hadden er een aardig tempo in. Ik hou daarvan, als het zo fijn draait.


Plots kwam er een kerel van kop af die er om een of andere reden vóór mij tussen wilde. Hij had me gezien en zag ook dat er geen ruimte was. Maar dat interesseerde hem kennelijk niet: hij prakte zijn fiets er zó tussen. Voor de niet-wielrenners onder ons: iemand op die manier afsnijden is dus echt
not done, zeker niet in vriendschappelijke toertochten als deze. Ik moest vol in de remmen en riep: "Hee mafkees, doe es niet zo raar!"

De man draaide zich om, keek me aan, en spuugde. De klodder kwam deels in m'n gezicht en deels op m'n shirt. Langzaam droop het naar beneden. Ik was perplex. Wie doet nou zoiets? Mijn verbazing en boosheid waren zo groot, dat ik vergat zijn rugnummer te onthouden. Ik kwam uit het zadel en ging er als een speer vandoor. Bij dit soort types wil ik niet in de buurt blijven. Niemand uit de waaier volgde.

Het is maar goed dat ik in dit soort situaties nogal secundair reageer. Anders waren er vast ongelukken gebeurd. Want sjongejonge zeg. Je zult er maar mee getrouwd zijn.

zaterdag 5 september 2009

Nieuwsgierigheid levensgevaarlijk

Omdat de Dellen nu eenmaal mijn favo trainingsgebied is, kom ik ze bijna iedere dag tegen: de borden met
SCHIETTERREIN LEVENSGEVAARLIJK
En als ik ze niet op de fiets zie, dan zie ik ze wel vanuit de trein. Want bovenaan de Knobbel staan heuse kazernes met echte soldaten die in de Veluwse modder schijnen te oefenen voor Uruzgan.

SCHIETTERREIN LEVENSGEVAARLIJK. Dat moet je nou net op een bord zetten bij een terrein waar eigenlijk geen reet gebeurt. Ik hoor of zie er namelijk zelden iets. Daar word ik dus waanzinnig nieuwsgierig van. Wat voor staatsgeheims vindt er op dat stuk grond plaats, dat pottenkijkers worden weggejaagd met dergelijke waarschuwingen? De soldaten die me af en toe tegemoet sjokken over de Dellenweg lijken me niet 'levensgevaarlijk'. Bovendien schieten ze met losse flodders op elkaar. Ook niet 'levensgevaarlijk'.

Misschien moet je er wel onwijs uitkijken voor tanks, op dat schietterrein. Ik zie in ieder geval wel altijd de nodige tanksporen. Maar een tank maakt toch superveel herrie? Die hoor je dus aankomen. Bepaald niet 'levensgevaarlijk', zou je zeggen. Misschien zijn er in het kader van 'verras en overwin' tegenwoordig wel hybride tanks, die je niet hoort als ze dertig rijden, net als hybride auto's. Die milieuvriendelijke krengen duiken vanuit het niets naast je op. Hartverlammend. En die worden zomaar toegestaan op woonerven met luidruchtig spelende kinderen. Schande! Maar dat terzijde.

Slechts af en toe hoor ik tijdens het fietsen een doffe knal in de verte. Eén keer zag ik, toen ik 's avonds op de Dellen fietste, een lichtkogel opvlammen. En heel soms neem ik vanuit de trein groepjes ronddravende mannen waar. Verder ziet het 'schietterrein' eruit als een schitterend stukje niemandsland, een lustoord voor herten en everzwijnen. Er worden tenminste nooit kadavers van dit 'levensgevaarlijke' stukje Veluwe afgevoerd.

Het wordt weer herfst, mountainbikeseizoen. Misschien toch maar eens een kijkje nemen...?

vrijdag 4 september 2009

Alice in Wonderland

D'r kwam vandaag een lezersvraag binnen, van wielrenner Sven.

Je bent bezig met een onderzoek of je nog topsporter kunt worden op je 30ste. Maar wanneer is wat jou betreft deze missie geslaagd? Wanneer ben je topsporter? Wat moet je daarvoor bereikt hebben? Een contract bij een team? Nummer 1 van Nederland worden?

Over deze vragen heb ik natuurlijk veel nagedacht. Mijn experiment richtte zich aanvankelijk op de vraag of je nog topsporter kunt worden als je al 30 bent. Ik denk dat ik daar na negen maanden serieus wielrennen wel 'ja' op kan zeggen. Je zou dus kunnen zeggen: missie geslaagd, fiets aan de wilgen, ga maar weer normaal doen.

Maar ik kreeg de smaak te pakken. Dus het experiment gaat verder. Met mijn contract bij Leontien.nl voor komend seizoen is aan alle voorwaarden voldaan om te kijken hoever ik nog kan komen.

Ik wielren nog te kort om nu al te weten wat ik in mijn mars heb. Ik weet niet precies hoe sterk ik ben of nog kan worden, en welke prestaties ik kan neerzetten.

Natuurlijk kan ik zeggen dat ik ervan droom nummer 1 van Nederland te worden, of dat ik naar de Olympische Spelen van 2012 wil. Maar dat zijn geen realistische doelen. Want voor hetzelfde geld presteer ik komend seizoen niks.

Wat ik in ieder geval wil is wielrenner worden, in plaats van iemand die hard kan fietsen. En dan eens kijken of ik goede uitslagen kan rijden. Pas als dat lukt, denk ik iets te kunnen zeggen over wat ik graag bereiken zou.

Afgelopen jaar voelde ik me een soort Alice in Wonderland. Ik kreeg een leven dat ik tot vorig zomer totaal niet voor mogelijk had gehouden. Ik stuiterde van hoogtepunten naar dieptepunten en weer terug. Het goede nieuws is: het avontuur gaat verder! En van avonturen weet je, als je er middenin zit, nooit waar ze eindigen of hoe ze aflopen. Toch?

dinsdag 1 september 2009

Baaldag

Verdorie wat is het toch balen om aan de kant te staan als er mooie koersen gereden worden. De Holland Ladies Tour is vandaag begonnen zonder mij.

Zes etappes door heel Nederland. Het toetje: Limburg, met zes keer de Cauberg. Het zou mijn eerste grote etappekoers geworden zijn, ware het niet dat ik een schouder heb die nog niet meewerkt.


Het gaat goed hoor, ik train weer volop. Pijn heb ik nauwelijks meer. Maar m'n schouder is nog dun en broos. Eén tikje en hij is weer kapot. Natuurlijk is de kans dat je valt niet zo heel groot, maar ik wil het risico niet nemen. Je zult net zien.

Volgend seizoen topfit in de start, dan maar. En nu... fantaseren over koersen als ik in m'n uppie over de Veluwe fiets. En alles volgen via
internet, natuurlijk. Succes meiden!