zondag 30 augustus 2009

De zwetende man

Kijk, daar gaat Tom Boonen richting Witteveen, middenin het pak renners. Misschien wel op weg naar de overwinning in Emmen, het dorp van mijn jeugd. Allee Tommeke!

Keken er vanochtend ook zoveel mensen toe terwijl hij zich warm reed? Tientallen stonden gisteren samengedromd achter roodwit afzetlint, om te zien hoe hij zijn hartslag opjoeg, voor de start van zijn proloog. Tom hijgde en zwoegde. Het zweet droop in straaltjes van het puntje van zijn neus.

In de box naast Tom zat een Bouygues-renner ook op z'n fiets, met als uitzicht een muur van konten. Arme jongen. Niemand keek naar hem. Zelfs zijn mecaniciens hadden hem de rug toegekeerd. Ook zij zagen liever hoe Tom aanzette en de roller nog harder liet zoemen.

Af en toe keek Tom even op, naar alle nieuwsgierige gezichten om hem heen. Zou hij het tafereel net zo bizar vinden als ik? Een man rijdt zich warm. Wat is daar nou aan te zien? Toch was het een intrigerend schouwspel. Want niet zomaar een man, maar een groot atleet reed zich warm.

Even was hij de snelste op het TT-circuit, tot Cancellara finishte. En even leek Tom ook in Emmen te zegevieren. Daar kwam hij, rechts van de weg. Net iets te vroeg. Hij zag dat hij het niet redden zou en bolde uit, richting de meet naast de Bik Bar, waar ik vroeger wel eens een frietje at.

vrijdag 28 augustus 2009

Nooit meer verdwalen

Ik ben niet zo van het reclame maken, maar ik ben wild enthousiast over mijn nieuwe iPhone, dus ik maak eventjes een uitzondering - ondanks dat vriend J. me de hele dag mailtjes stuurt over ontploffende iPhones. Ik weet niet wat hij daar nou precies mee bedoelt te zeggen. Moet ik mijn nieuwe gadget wegdoen? Echt niet! Want!

't Is eigenlijk maar één onderdeeltje van mijn iPhone dat nu al maakt dat ik het ding niet meer wil missen. En dat is google-maps met gps. In normale mensentaal: je kunt een route uitstippelen op een kaart, met een groen speldje bij het vertrekpunt en een rood speldje bij het eindpunt.

Dat is verdomd handig als je altijd de verkeerde kant op gestuurd wordt door die ellendige fietspaddenstoelen (wat is dat toch met die dingen?) of nog steeds niet weet wat de kortste fietsroute naar je ouders of van Hilversum naar Zwolle is (ik verdwaalde altijd in Laren. Door die paddenstoelen. In Laren wil je echt niet verdwalen, geloof me).

Na het uitstippelen - en nu komt het! - zie je als je gaat fietsen een pulserend blauw bolletje bewegen over de route. Dat ben jij! Tuurlijk ken ik TomTom, en die is er ook
voor de fiets, maar ik had geen zin om daar een speciaal duur apparaat voor aan te schaffen. En nu zit het zomaar in m'n telefoon, zonder dat ik dat van tevoren wist. Wat een verrassing!

Het werkt zo goed omdat je niet alleen autoroutes kunt uitstippelen (over de snelweg fietsen mag immers nog steeds niet), maar ook wandelroutes. En dat zijn meestal wél goede fietsroutes. Ik heb tenminste nog maar één keer (tussen Laren en Blaricum notabene) meegemaakt dat ik een zandpad op gestuurd werd. Bovendien is het ding zo precies dat je het meteen ziet als je een verkeerde afslag neemt.

D'r is één nadeeltje: je iPhone in de hand houden tijdens het fietsen, is niet zo handig in het kader van noodstoppen en veilig remmen in het algemeen. Hoe ik 't apparaat het beste kan vastknuppen op m'n fiets, moet ik dus nog even uitvinden. Want aan steeds stoppen heb ik een nog grotere pesthekel dan aan fietspaddenstoelen.

donderdag 27 augustus 2009

Tingeling

Ik weet het, beste niet-wielrenners van Nederland. U vindt ons rete-irritant.

We razen als roedels hongerige wolven over 's heren wegen, elk stukje asfalt gretig verslindend. We gaan dus niet aan de kant als u eraan komt. We fietsen ook al niet netjes twee aan twee, maar in een kluwen. We slaken luide oerkreten als we er langs willen. En we lappen ook alle overige verkeersregels aan onze wielerschoentjes.

Gisteren viel het me nog weer eens op hoe vervelend wij zijn. Vanwege de mooie zomeravond waren er veel groepjes soortgenoten onderweg. Ik reed alleen. De pelotonnetjes letten nergens anders op dan op zichzelf. Met als gevolg dat ik regelmatig bijkans de berm in moest, ware het niet dat ik dat meestal met een luid 'heee!' nog net wist te voorkomen.

Eén groepje had het gelukkig wel begrepen. De 'voorrijder' bleek een scheidsrechtersfluitje te hebben waar hij op blies bij elke tegenligger. Ik naderde kennelijk iets sneller dan verwacht, dus hij blies pas toen ik al naast de groep was, waar ik zo van schrok dat ik bijna van mijn fiets donderde.

Afijn. Ik probeer me over het algemeen zo netjes mogelijk te gedragen, in het belang van de normen en de waarden en zo. Maar met één ding worstel ik toch wel. Dat is de bel. Zoals alle wedstrijdfietsers, heb ik geen bel. Dat mag niet. Ik heb er ook niet eentje liggen om op m'n fiets te klussen als ik ga trainen. Want ik ken mezelf goed genoeg: die vergeet ik dan toch iedere keer.

Een brul geven als ik een echtpaar op leeftijd achterop kom, vind ik een beetje lomp. Zomaar inhalen zorgt voor hartverzakkingen is mijn ervaring, want op mijn stille fiets hoor je me niet aankomen en ben ik er dus zomaar.

Alternatief: 'tingeling' roepen. Dat doe ik meestal. Ik begin al van ver, want ik ben er vlug en dan heeft het vaak niet meer zo snelle echtpaar nog even de tijd om om te kijken, te overleggen wie er in de remmen knijpt en uiteindelijk aan de kant te gaan.

Mijn vriendelijk bedoelde pogingen om zo soepel mogelijk te passeren worden me niet altijd in dank afgenomen. "Schreeuw niet zo!", krijg ik regelmatig toegevoegd. Vaak ook wordt mijn 'tingeling' niet gehoord, hoe hard ik ook tingel, waardoor ik enorm moet dralen achter het paartje tot er ruimte is om te passeren (en dát vind ik dus rete-irritant als wielrenner zijnde). Of er wordt me alsnog toegevoegd dat ik 'een bel moet nemen, vervelende wielrenner!'

En dat terwijl ik altijd netjes 'dank u wel' zeg bij het inhalen. Zucht. Beste niet-wielrenners van Nederland, vertel mij eens, hoe moet het dan?

dinsdag 25 augustus 2009

Zeer plaatselijke opklaring

Zand verzamelde zich rondom 't drinktuutje van mijn bidon, de bilnaad werd ouderwets zeiknat van het opspattende water en mijn wasmachine met z'n buik vol modderkleren knarste er nadien lekker op los.

Ja, zo voelde dat, trainen in de regen. Ik was het bijna vergeten.

Gelukkig vond ik na 'n half uurtje trappen door de druilerige ochtend een plaatselijke opklaring boven de Lemelerberg. De straten waren er wel nat, dus van onderen kreeg ik de volle laag, maar van boven niet meer. Niks zo vervelend als regen in je oog.

Ik reed over de Lemelerberg, er omheen en nog een keer er overheen. De opklaring leek zich uit te breiden. Ik reed een groter rondje om de Lemelerberg. Het bleef droog. Toen ik mijn derde en grootste regenloze ronde reed, was ik ervan overtuigd dat ik 't tot thuis droog zou houden.

Helaas. Terug over het dijkje van Dalfsen naar Zwolle regende het weer.

zondag 23 augustus 2009

Jojo

In twee weken tijd ben ik vier kilo aangekomen. En ook weer vier kilo afgevallen. Raadselachtig.

Toen ik mijn schouder blesseerde, dacht ik dat er wel wat kilootjes bij zouden komen. Geen sprake van. Ondanks dat ik veel minder bewoog, waren de uren op de Tacx kennelijk voldoende om nagenoeg op wedstrijdgewicht te blijven.

Nu moet u weten: mijn lichaam is het afgelopen jaar flink veranderd. Toen ik in december ineens zes keer per week ging trainen, werd ik heel geleidelijk lichter, tot er dit voorjaar zo'n vijf kilo minder Marijn was overgebleven. Terwijl ik intussen at als een bootwerker.

Op sommige plekken was echt veel Marijn verdwenen. Op andere plekken zat ineens juist méér Marijn. Fascinerend vond ik het, leven in zo'n veranderend lijf - een lichaam waar ik me bovendien veel bewuster van was geworden sinds ik zoveel trainde. Elke verandering merkte ik.

Zo ook nu. Ik ging weer trainen, iedere dag een stukje verder. En iedere dag kwam ik een beetje aan. Dat is toch onlogisch? Ik at echt niet veel meer, of zo. Nu verdwijnen die kilo's ineens weer, ongeveer in hetzelfde tempo als waarmee ze erbij kwamen.

Waar ik nou zo benieuwd naar ben: wat dacht mijn lichaam? Iets van: Help! We gaan weer trainen! Vasthouden die voedingsstoffen, zoveel mogelijk! Zoiets moet het wel geweest zijn. Kan dat? Of hield ik vocht vast (mooie vrouwensmoes, schijnt), had het te maken met hormonen, of een combinatie van dit alles?

Ik dacht dat ik mijn lichaam redelijk had leren kennen het afgelopen half jaar. Maar mijn lijf blijft vooralsnog een raadsel. Een fascinerend raadsel, dat wel.

zaterdag 22 augustus 2009

Graatje

D'r steekt een stukje prijskaartjesdraad uit m'n schouder. Of, voor de vissers onder ons: een stukje vissnoer. Eigenlijk steken er zelfs twee stukjes uit. Met een knoopje onderaan, dat precies op m'n huid zit.*

Het is nog een overblijfsel van de operatie, het uiteinde van een oplosbare hechting, die er 'vanzelf afvalt'. Jaja. Wanneer dan? Het zit er al drie weken en het vertoont geen tekenen van los willen laten.

Maar het mag wat mij betreft nu echt wel weg.

Eraan trekken helpt niet. Voor een schaar is het draadje te klein. Ik heb over zo'n nagelknippertje nagedacht, maar dat durf ik niet zo goed. Voor je het weet knip ik een stuk uit mijn net genezen arm.

Misschien moet ik wat geduldiger zijn. Maar hoe lang dan nog?

(Vriend J. vindt dat ik de dokter moet bellen.)

*Klik op foto voor details.

vrijdag 21 augustus 2009

Hoge nood

Soms zou ik toch echt liever een kerel zijn. Als ik op m'n racefiets zit en moet plassen bijvoorbeeld.

Man: stoppen, fiets aan de ene hand, met de andere hand een beetje trekken aan de broek en hop, plas in het gras. Klaar, verder.

Vrouw: shit... wat nu? Er rijden hier wel erg veel auto's. En er zijn nogal weinig bosjes om me in te verstoppen. Ooh verdorie, ik heb ook nog
zo'n hansopje aan, dan moet ik dus echt álles uittrekken. Hm. Maar even verderop kijken.

Ah, meer bosjes. Maar ik moet er wel een eindje in lopen om niet gezien te worden. Waar laat ik mijn fiets dan? Niet zomaar aan de kant van de weg, terwijl ik verderop met mijn broek op m'n enkels... Verder maar weer.

Een bezinestation, gered! Hoewel. Geen wc te bekennen. Misschien hou ik het wel vol tot thuis. Dat zadel houdt de boel wel tegen. En als ik er niet aan denk, voel ik het vast niet.

Dat gaat goed tot je even moet stoppen, bijvoorbeeld voor een stoplicht, vlak bij huis. Want als je óp je zadel al nodig moet, dan kunt u zich ongetwijfeld voorstellen wat er gebeurt als je afstapt.

Thuis aangekomen gaat het slot van de schuur ook altijd extra moeilijk open in dit soort situaties. En de lieve hulp-in-de-huishouding wil natuurlijk éérst graag weten waar je allemaal geweest ben voor je naar het toilet gaat.

Maar ach. Als ik dan eenmaal geweest ben, thuis, lekker op mijn eigen schone potje, dan is het leed al lang weer vergeten. En ben ik vooral blij dat ik kennelijk genoeg gedronken heb onderweg. Alles beter dan de hoofdpijn die je daarvan krijgt.

woensdag 19 augustus 2009

Warmweerfietser

Jongens, het begint er zowaar weer op te lijken. Bijna drie uur duurtraining, dat noem ik het oude ritme aardig oppakken.

De bordjessprints (wielrenners doen graag een wedstrijdje zo gauw er een plaatsnaambord opduikt, ze noemen dat dan een 'bordjessprintje') liet ik nog aan me voorbij gaan, maar dat kwam voornamelijk omdat ik niet op zat te letten (en omdat wielrenster J. en schaatser R. toch véél te snel zijn).

Wel heet hoor om te fietsen, vond de buurvrouw toen ze me in m'n wielerpakje een boterham zag verorberen in de tuin. Nou, dat vind ik eigenlijk niet. Sterker nog, ik ben gek op fietsen met deze temperaturen. Wat mij betreft mag de winter afgeschaft worden - tenzij het écht koud is, met ijs en sneeuw en tintelend blauwe luchten. Maar dat geprut met nattigheid, pekel en snijdende motregenwind: laat maar.

Doe mij maar zon en warmte. Ik geniet van het filmpje zweet dat tijdens het fietsen op m'n handen verschijnt, en van het zout op m'n wangen, dat zo lekker schuurt als je er met je vingers over wrijft.

Dus Erwin Kroll, dit wordt toch wel een hittegolfje hè? Alsjeblieft?

maandag 17 augustus 2009

Joggingpakslons

Ik ben zo'n sporter aan het worden die de hele dag in joggingpak rondloopt. Met m'n haar in de war, onopgemaakt en ongewassen tot ik ga trainen.

Want ja. Omdat we nog niet uitzenden, werk ik vooral - oh luxe - vanuit huis. 's Ochtends ben ik een paar uurtjes bezig. 's Middags ga ik trainen: fietsen en zwemmen.

Waarom zou ik me vóór mijn training douchen als ik dat erna ook al doe? 't Is ook wel zo snel: opstaan, joggingbroekje en pc aan en aan de slag.

M'n haar föhnen, waxen en stylen vind ik een beetje zonde van de tijd en de moeite als er een paar uur later een helm overheen gaat. Bovendien is er toch niemand die me 's ochtends achter m'n laptop ziet zitten. Als de postbode langs komt, zet ik wel een petje op. Net zo makkelijk.

Opmaken? Dan moet ik dat er allemaal weer af wassen als ik ga zwemmen, anders zie ik er na één duik uit als een American footballer. Ook niet de bedoeling.

De laatste tijd ga ik zelfs wel eens onopgemaakt de deur uit. Een brief posten, of een boodschap doen. Vroeger (lees: vorig zomer) leek me dat een gruwel. Want stel je voor dat ik een bekende tegen zou komen. Trouwens: ook onbekenden trad ik liever niet met een kaal smoeltje tegemoet.

Kennelijk heeft het wielrennen me minder ijdel gemaakt. Voelt best lekker. Maar maakt u zich geen zorgen: meer vrouwelijkheid lever ik niet in. Naar m'n werk en andere openbare gelegenheden ga ik nog steeds (mooi woord) 'representatief'. En mocht u me op enig moment toch betrappen op okselhaar of doorlopende wenkbrauwen, zeg het dan gerust.

zondag 16 augustus 2009

Mijn moeder

Mijn moeder houdt niet van sport. Voetbal háát ze: "Mag dat groene vlak uit?! Dat domme gehol achter zo'n bal aan!" Wielrennen kon haar tot voor kort ook bepaald niet bekoren: "Dat stomme gefiets achter mekaar aan. En dat dan de héle dag!"

Tot ze ineens naast mijn vader op de bank plofte tijdens de Touretappe naar Verbier. Want, ontdekte ze, je ziet ook erg veel van het landschap tijdens zo'n televisieuitzending. En laat mijn moeder nou toevallig dol op Zwitserland zijn.

Kennelijk maakten niet alleen de bergen, maar ook ene Alberto Contador indruk op mijn moeder. Want een week later kwam m'n vader 's middags thuis en stond tot zijn immense verbazing de tv aan. Zat m'n moeder zomaar in d'r eentje naar de Tour te kijken.

En ze keek naar Andere Tijden Sport, over de Mont Ventoux. "Leuk joh, met van die mooie oude beelden van Eddy Merckx en Hennie Kuiper..." Ze zei het heel achteloos, maar mijn moeder die die twee namen hardop uitspreekt, dat is echt revolutionair, dat kan ik u wel vertellen.

Toen moest ze natuurlijk ook de hele etappe naar de top van de Ventoux zien. Ze wilde zien hoe vriend J. geleden had, zei ze, tijdens zijn beklimming enige dagen eerder. Jaja. Ze kon me nog meer vertellen. Mijn moeder begon wielrennen gewoon leuk te vinden.

En sinds haar bezoek aan de Gouden Pijl in Emmen, weet ik het zeker. "Ze was niet bij de dranghekken weg te slaan!", grinnikte mijn vader. "Nou", meesmuilde mijn moeder. "Ik wilde gewoon Robert Gesink zien. Contador was er ook. En de broertjes Schleck." Ik stond perplex.

Eigenlijk is er maar één conclusie mogelijk: ondanks dat ze het eng vindt wat ik doe en het ook niet altijd begrijpt, wil mijn moeder wel weten waar ik mee bezig ben. Ik ben gewoon geïnteresseerd in wat mijn dochter doet, smste ze vanochtend. Dus zette ze haar levenslange aversie opzij en ging ze kijken. Ik kreeg er een brok van in mijn keel.

vrijdag 14 augustus 2009

Zwemmen

De chirurg zei dat zwemmen goed was voor mijn schouder. Dus ging ik zwemmen.

Ik ben nu vier keer geweest en ik moet zeggen: het bevalt me voor geen meter. Ik word door alles en iedereen ingehaald, zelfs tijdens het bejaardenuurtje 's ochtends vroeg.


Ik zink inmiddels niet meer, zoals aan het begin van de week. Maar daardoor heb ik wel weer aandacht over om die grijze hoofden langszij te zien komen.

Toch is het de ontberingen waard. Na de tweede keer zwemmen kon ik ineens weer met beide handen m'n haar wassen. En vanochtend lukte het me mijn arm bijna helemaal omhoog te strekken. Joh, nog een weekje, en ik spuit als een speedboat door het water.

woensdag 12 augustus 2009

Omgekeerde wereld

Voor m'n werk moet ik wel eens naar sportevenementen, om daar contact te leggen met potentiële gasten. Vanavond was ik bij het Peperbus Profspektakel in, lekker makkelijk, mijn eigen stad.

Eerst koersten de vrouwen. Zelf niet kunnen rijden in het criterium dat voor je deur langs komt, dat is zuur. Daar om de vijf minuten aan herinnerd worden door vrienden, buren, kennissen en fietsmaatjes, is dubbel zuur. De finish moest ik ook nog aan mijn neus voorbij laten gaan - maar dat Marianne Vos zou zegevieren was al overduidelijk - , omdat ik naar de permanence van de mannen moest. Kenny van Hummel, die wilde ik even spreken.

Sjonge, wat deden die mannen lang over omkleden. Het leken wel wijven. Alleen maar kwekken en uren bezig met hun rugnummer en bijbehorende speldjes. Eindelijk kwam Kenny de kleedkamer uit. Ik heb altijd wat moeite om dan op mensen af te stappen die mij niet kennen - ze zijn tenslotte gekomen om hun ding te doen, niet om met mij te praten.

Even diep ademhalen, hoi, heb je een minuutje... Ja hoor, Kenny had wel even tijd. "Hoe is het met je?", vroeg hij terwijl hij m'n hand schudde. Altijd vriendelijk, als mensen dat bij een eerste kennismaking vragen. "Goed, maar veel belangrijker: hoe is het met jou? En met je been?", vroeg ik. Daar was ik tenslotte voor gekomen. Ik bestudeerde zijn knie, die er niet slecht uitzag. Kenny zei dat het goed ging, om meteen te vervolgen: "En met jouw schouder? Is het ijzerdraad eruit?" Ik keek 'm stomverbaasd aan. Hoe wist hij...? Oh. Hij had natuurlijk naar de Avondetappe gekeken.

Ik bloosde ervan. En tijdens het wandelingetje terug naar het parcours moest ik een paar keer hardop grinniken. Wat een bizarre omgekeerde wereld, dit.

zondag 9 augustus 2009

Harig beest

Nog even over m'n schouder, hoor. Naast dat er een best litteken op zit en ie dus nogal dun geworden is, gebeuren er ook andere - rare - dingen.

Zo zitten m'n schouder en bovenarm vol héél kleine pukkeltjes. Dat is het parasympathisch zenuwstelsel (weet u nog, van biologie, vroeger?), heeft de fysiotherapeut me uitgelegd.

En verder is er op m'n bovenarm veel meer haar gekomen. Daar heb ik het nog niet met mijn fysio over gehad, maar dat zal ook het parasympathisch zenuwstelsel wel zijn.

De haartjes zijn gelukkig blond, zodat je ze bijna niet ziet. Maar vriend J. noemt me inmiddels wel 'harig beest'.

zaterdag 8 augustus 2009

De buurman is gewaarschuwd

Let op, buurman: morgen is de Leontien Ladies Ride in Zwolle. Leg je oordoppen klaar, of ga vroeg naar bed zodat je niet hoeft uit te slapen.

De eerste Ladies Ride in onze woonplaats, twee jaar geleden, kan ik me nog levendig herinneren. Niet omdat ik toen zo met fietsen bezig was. Maar omdat buurman K. volledig uit z'n dak ging, vanwege het rumoer dat hem ruw uit zijn slaap rukte.

Ik schreef daar toen onderstaande column over. Toen ik die zojuist teruglas, realiseerde ik me opnieuw hoezeer mijn leven is veranderd en hoe snel dat is gegaan. Twee jaar geleden had ik bij wijze van spreken nog nooit van Leontien gehoord, laat staan een racefiets van dichtbij gezien. En nu... afijn, u kent het verhaal. Ik denk het bijna iedere dag: wat mij overkomt, ongelooflijk toch?

Klik op de column voor groter.

donderdag 6 augustus 2009

Memorabele dag

Vandaag was een bijzondere dag. Voor het eerst in zeven weken heb ik weer op de weg gefietst. Zonder terugtraprem en met twee handjes aan het stuur in plaats van één. Op m'n mountainbike, dat wel. Dat zit toch net iets meer rechtop dan een racefiets. Remmen is wat makkelijker. En je gaat minder hard. Wel zo veilig.

Ik heb weken uitgekeken naar dit ritje. Daar zou ik enorm van gaan genieten. De wind door m'n haar, de zon... etcetera: u kent de clichés wel. Maar eigenlijk was ik alleen maar bezig met mijn schouder.

Want ging dat allemaal wel goed daar links van m'n oor? Ik fietste niet geheel pijnvrij en vooral niet soepel. Maar waren het de stijve spieren die ik voelde, of - niet de bedoeling - het gewricht? Na een half uurtje was ik al weer thuis. Het bleken de spieren te zijn, want na een drankje had ik nergens last meer van.


Morgen nog maar eens proberen. Hopelijk kan ik er dan wat meer van genieten.

woensdag 5 augustus 2009

Sportverdwazing

Wilt u mij alstublieft waarschuwen als ik ook zo raar ga doen ten behoeve van de topsport en overwinningen? Dank.



Nog even dit: er staat dan wel 'very funny', maar dit is natuurlijk helemaal niet grappig. Eigenlijk. Toch?

dinsdag 4 augustus 2009

Babykriebels

Ik heb de laatste week helemaal de babykriebels. Komt vast omdat ik op m'n luie krent zit te herstellen - op de fiets leg ik die klepperende eierstokken normaalgesproken zó het zwijgen op. Het lijkt ook wel of iedereen, maar dan ook echt iedereen in mijn omgeving aan het zwangeren, baren, bevruchten en moederen/vaderen is.

S. en E. van hiernaast zijn voor het eerst zwanger. Ze stralen zoals alleen kersverse aanstaande ouders-van-een-eerste dat kunnen. Vriendin A. vertoeft reeds voor de derde keer kotsmisselijk op een roze wolk. En oud-kroegmaatje K. kreeg dit weekend zijn tweede zoon.

Buurmeisje J. van bijna twee leert intussen fietsen op de gang en zegt sinds dit weekend mijn naam. Nou, dan smelt je wel hoor, als zo'n ukkie met een diepe denkrimpel haar mondje in allerlei bochten wringt. Zondag zei ze nog 'pijn', nu heet ik al 'jaaajein'. Haar broertje R. van zes maanden ligt intussen zó schattig in z'n wipstoeltje naar
Bumba te kijken dat je mij werkelijk van m'n stoel kunt opdweilen.

En als klap op de vuurpijl is daar nog oud-collega A., die tot voor kort comazuipen als hobby had en vorig jaar rond deze tijd nog regelmatig hartstochelijk 'Ik haat kinderen!' over de redactie brulde. Zij slingert nu ineens teksten als 'Voel ik getrappel in mijn buik...?' het web op.

Noodgedwongen breng ik dus veel meer tijd in mijn favo ik-wil-er-zelf-ook-eentje-om-al-deze-geweldige-dingen-voor-te-kopen kinderwinkel door dan goed voor me is. Gelukkig gaat er op het moment dat ik echt begin te verweken altijd wel zo'n kleintje janken of drenzen en denk ik opgelucht: voor mij toch nog maar even niet!

zondag 2 augustus 2009

Schouderfoto 4

Aangezien ik u al weken met schouderfoto's op de hoogte houd van mijn genezingsproces, hierbij foto 4 in de serie.*

U ziet hier dag 2 na operatie 2, tien minuten na het verwijderen van de grote pleister - die duidelijk wat hobbeltjes en steepjes heeft achtergelaten. Zo te zien heeft de chirurg maar de helft van de jaap opnieuw open gemaakt en hoera! Geen rails. Daar lijkt het tenminste ten zeerste op.

Ook geen hechting, geloof ik. 'Oplosbaar' noemde de chirurg het materiaal ditmaal. Volgens mij heeft ie het gewoon geplakt en wat hechtpleistertjes gebruikt. Prima.

Gevoelsstatus: de spieren zijn minder stijf en pijnlijk dan gisteren. Er zit meer beweging in. En dat terwijl ik vandaag pijnstillervrij ben, terwijl ik gisteren nog 4000 mg paracetamol slikte. De linkerschouder is na zes weken inactiviteit wel kleiner dan de rechter, net als het hele gebied er omheen. Zelfs de linkerborst heeft te lijden. Schijnen veel vrouwen overigens ook zonder blessures last van te hebben, dus ik word vast niet nagewezen op straat. En! Het gaat weer over.

*Archief: foto 1, foto 2, foto 3.

Mijn eigen paspop

Naast wielrenster ben ik natuurlijk ook een vrouw die graag shopt. Maar dat lukt al zes weken niet zo goed, vanwege die stomme schouder. Ja, shoppen gaat natuurlijk wel, maar je met één arm die niet omhoog kan in kleding wurmen is niet echt een pretje. Dat beperk ik het liefst tot een keer per dag.

Gisteren liepen we even in de stad, en zoals dat dan gaat - vooral op momenten dat je om wat voor reden ook niets kunt kopen (geen geld, geen tijd, geblesseerd): ik zag een leuk topje op een paspop. In de uitverkoop. Het was er nog in mijn maat ook, tenminste, in de maat die normaal mijn maat is. Maar dat weet je nooit natuurlijk, als je niet past. Ik hield het topje voor me en keek in de spiegel, maar werd niet veel wijzer. "Hoe valt ie?", vroeg ik de verkoopster. "Tja, niet zo groot", zei ze. Daar had ik wat aan. Not.

Ik liet de pleister op m'n schouder zien en legde uit dat passen een beetje lastig ging, momenteel. "Nou, dan vragen we toch gewoon of iemand het topje even voor jou past", zei de verkoopster en ze trok kordaat het gordijn van een van de pashokjes open. Het verbaasde meisje achter het doek kreeg het topje in haar handen geduwd. "Wil jij wel even passen, toch?"

Ik bekeek het meisje keurend: ze was kleiner en smaller dan ik, maar had grotere (hoe zeg je dat nou netjes? Buste en boezem klinkt zo oubollig, dus toch maar:) borsten, dus dat zou ongeveer overeen moeten komen qua maat. Het meisje verdween weer in het hokje en verscheen even later met mijn topje aan. Stond goed. Inpakken en wegwezen.

Van shoppen vind ik dat aan- en uittrekken van al m'n kleren ook ongeblesseerd het minst geslaagde onderdeel. Zo'n persoonlijke passer vind ik dus sowieso wel een goed idee. Personal shoppers heb je al, dus waarom niet? Toch maar es zoeken op marktplaats, trefwoorden: personal paspop.