maandag 29 juni 2009

Betrapt

Foto: de buuv van 1g

zondag 28 juni 2009

NK wielrennen in de binnentuin

Zaterdagochtend, 9.15 uur. Gapend loop ik de woonkamer in en zet mijn laptop aan.

09:19 Het weer
In Landgraaf is het bewolkt en droog. De temperatuur is reeds gestegen naar 17 graden maar de zon laat het nog even afweten.
09:21 Eerste passage
Het peloton komt in gesloten formatie voor de eerste keer langs de finish in Landgraaf. Nog zeven ronden van 15.5 kilometer ter rijden.


Het NK wielrennen voor vrouwen is nergens te zien, maar gelukkig wel te volgen via een zogenaamde liveticker - een soort twitter zeg maar. Ik pers sinaasappels en zet thee en besluit dat ik mijn geld toch maar op Marianne Vos zet. Hoewel ik 't ook mooi zou vinden als hét aanstormend talent van dit seizoen, Chantal Blaak, wint.

09:32 Twee beklimmingen
In het parkoers zitten twee beklimmingen, de Oliemolenstraat en de Kleekampsweg. De rensters hebben net de startlokatie op het Pancratuisplein in Heerlen gepasseerd en beklimmen voor de tweede keer, in een gesloten formatie, de Oliemolenstraat


Trouwens, wie er ook wint, iedereen verdient het wat mij betreft. Ik haal de krant uit de brievenbus. Michael Jackson (doet me echt helemaal niks) op de voorpagina. Vriend J. is inmiddels ook wakker. Hij eet boterhammen met chocopasta, ik met honing.

09:47 Aanval Arenda Grimberg
Arenda Grimberg heeft de aanval gekozen. Vier rensters op 50 meter in de achtervolging: Jacobien Kanis, Mascha Pijnenborg, Linda Ringlever en Marieke van Wanrooij. Peloton volgt op 15 seconden.


Go Jacobien! Een beetje Zwols chauvinisme kan geen kwaad. Intussen is vriend J. in de binnentuin. Hij zet mijn fiets in m'n tacx. Laptop erbij en trappen maar!

09:50 Hergroepering
Onder leiding van de rensters van Leontien.nl heeft het peloton weer aansluiting gekregen bij de vijf koploopsters.


Warm. Ik veeg zweet uit m'n ogen. Hoe zou het met mijn ploeggenootjes B. en K. gaan? Zitten ze nog voorin? Vast. Hoewel...

10:15 Nog vijf ronden
De rensters passeren in een lang lint voor de derde keer over de finishlijn. Met nog 77,5 kilometer te rijden bestaat het eerste peloton uit nog maar zo'n 40 rensters. Daarachter diverse groepjes van een tiental rensters.


Pffff zere kont. Dat heb je op die tacx. Een beetje heen en weer schuiven helpt nu nog wel. Straks niet meer. Maar zover zijn we nog niet. In Landgraaf wordt gedemarreerd.

10:57 Slappendel in de aanval
Iris Slappendel (Team Flexpoint) heeft een aanval geplaatst en rijdt zo'n 10 seconden voor het peloton uit.


Minibreak om m'n bidon te vullen en schouderoefeningen te doen. En om m'n pijnlijke billen even te ontspannen, uiteraard.

11:48 Kompleet peloton
Met nog anderhalve ronden te rijden is het peloton weer kompleet. Marianne Vos voert op dit moment het tempo.


Waar blijft nou de beslissende aanval? Nog maar 30 kilometer te gaan... Ik doe inmiddels aan zweetverplaatsing als ik iets probeer weg te vegen. Ik drup. Zou het in Heerlen ook zo warm zijn?

12:02 Laatste ronde
Marianne Vos (DSB-Nederland Bloeit) nog steeds solo aan de leiding. Chantal Blaak op 10 seconden achterstand. Daarachter nog acht achtervolgers. Peloton op 39 seconden.


Now we're talking! Kom op Chantal, wat zou het mooi zijn als je bij Marianne komt... Dat zou nog eens een finale zijn.

12:10 20 seconden
Vos loopt steeds verder uit op Blaak. Voorsprong 20 seconden. Daarachter een groepje van vier rensters met sowieso Martine Bras.


Jammer, dat gaat Chantal niet redden. Wat is Vos toch sterk. In d'r eentje uitlopen op het peloton. Respect hoor. Ik neem weer een break voor schouderoefeningen en een banaan, maar ben razendsnel terug - al is de ontknoping inmiddels geen verrassing meer.

12:27 Nog éen ronde over de baan
Marianne Vos komt over de finish en mag nog éen ronde rijden over de baan in Landgraaf
12:28 Marianne Vos Nederlands Kampioen
Met de handen in de lucht komt Vos over de meet en prolongeert haar nationale titel.


Toch fijn om er zo een heel klein beetje bij te zijn. Douchen!

vrijdag 26 juni 2009

Ongeluksgetal

Nummer 57 is het nummer waarmee ik drie weken geleden viel.

Waarom zit dat ongeluksgetal nog steeds aan m'n fiets? Het kost slechts twee knipjes om 'm eraf te halen. Waarom doe ik dat niet?

Raar.

donderdag 25 juni 2009

Dag, Mont Ventoux

M'n arm kan al weer van alles. De fysiotherapeut is meer dan tevreden; ik genees razendsnel. "Als het zo doorgaat, kun je misschien wel meteen al op de racefiets als het ijzerwerk er eenmaal uit is!", zei hij vanochtend enthousiast.

Da's fijn. Maar de draadjes gaan er pas na onze zomervakantie uit. M'n ongeschonden handje zwaait steeds meer 'dag' naar de Mont Ventoux, die ik in de laatste week van de Tour zou beklimmen. Ook de rest van de vakantiefietstochtjes met vriend J. kan ik wel op mijn buik schrijven. Ik wist dit natuurlijk al een poosje, maar stiekem hoopte, droomde, bad ik... Het acceptatieproces duurt lang. Zeker dat van de Ventoux.

Dan maar de Tacx mee op vakantie (goed idee van vriend J.!). Lekker freewheelen voor onze Italiaanse agriturismo, met de meewarige blikken van andere vakantiegangers in m'n rug. Maakt mij niks uit. Zo gauw m'n schouder weer op de racefiets kan, moet de rest van m'n lichaam ook in conditie zijn.

(Intussen blijf ik natuurlijk hopen op een wondertje, dat begrijpt u.)

woensdag 24 juni 2009

Girl next door

"Let jij even op R., dan kijk ik of er toevallig nog een stitchcutter in de auto ligt", zei buurvrouw K. terwijl ze baby R.'s mondje afveegde. R. lag vrolijk te trappelen en te lachen. Heel wat beter dan z'n zusje J., die me vanochtend een hartverzakking bezorgde door haar handjes bijna tussen de spaken van mijn achterwiel te steken, toen ik in de binnentuin aan het fietsen was.

"Nee, geen stitchcutter in de auto. Maar wel een mesje en een pincet. Daarmee lukt het ook." Buurvrouw K. kwam weer naast me op de bank zitten en gaf R. nog een hapje banenenprut. Toen trok ze een heel klein, vlijmscherp mesje uit de verpakking en begon aan m'n schouder.

"Eerst moet ik het knoopje een beetje omhoog trekken..." Ze deed maar, ik keek wel even de andere kant op. Gelukkig zorgde R. met z'n gekke bekken voor genoeg afleiding toen het gepluk begon. "Ben halverwege!" meldde K. inmiddels, terwijl ik dacht dat ze nog steeds met het knoopje bezig was. Binnen twee minuten was het klusje geklaard. Hechting eruit.

Best handig, een chirurg als buurvrouw.

dinsdag 23 juni 2009

Kijk mam, zonder handen!



Wind door m'n haar, zon op m'n wangen en Wir sind Helden in m'n oren. Nul meter opgeschoten. Maakt niet uit, buiten fietsen is buiten fietsen!

maandag 22 juni 2009

Slapen

Ik heb van die dagen dat ik de hele dag wel slapen kan. Vandaag is zo eentje.

Komt dat door de narcose? Is dat normaal? Of komt het omdat ik, buiten een beetje hometrainen, niet zoveel te doen heb (ik heb zomervakantie)? Ben ik gewoon een aartslui nest aan het worden?

Ik vind overdag slapen zonde van de tijd en het mooie weer. Maar ik kan geen weerstand bieden tegen mijn bed of de bank. En dus lag ik bijna de hele middag te ronken. Moet ik me daar zorgen over maken? Volgens deskundigen (moeders, schoonmoeders en tantes) niet.
"Dan heb je dat kennelijk nodig", zeggen ze steevast. Maar hoe meer ik slaap, hoe meer slaap ik krijg, lijkt het wel.

In combinatie met het geestdodende fietsen op de hometrainer beland ik langzamerhand in een soort tijdloosheid. En schrik ik me dood als de dag ineens weer om is. "En? Wat heb je vandaag gedaan", vraagt vriend J. me straks bij thuiskomst. "Niets..." "Echt helemaal niets? Dat kan toch niet?"


Dat kan inderdaad niet. Ook al kan ik me niet volop bewegen, ik moet toch maar wat meer gaan ondernemen. En was gedoseerder slapen. Want dit is ook niks.

zaterdag 20 juni 2009

Het Nieuwste Schavot

Je moet wat, als je je thuis zit te vervelen...

Volkskrant, zaterdag 20 juni 2009
We hadden er trouwens nog eentje bedacht. Raadsel: deze Nederlandse wielrenner traint graag in de Algarve. Oplossing: Robert Portugesink.

'O eieren'

In de trein van Zwolle naar Amsterdam las ik gisteren het verhaal 'Regen in mijn ogen' van Thijs Zonneveld, uit De Muur van maart 2008. Ik was op weg naar de presentatie van Thijs' eerste roman.

Ik ken veel van zijn verhalen, maar dit kende ik nog niet. Het gaat over Thijs' seizoen bij een
Chinese wielerploeg. Hilarisch, ontroerend en uiteraard een echte botsing van culturen, zoals een ontmoeting tussen Chinezen en Nederlanders betaamt.

Het zal ongetwijfeld door mijn recente ervaringen komen, want één Chinese spreuk moest ik toch even een paar keer herlezen om 'm nooit meer te vergeten.

'O eieren, vecht niet met de stenen.'

Het is de wielerwijsheid van de moeder van een van Thijs' Chinese ploeggenoten. Ook in China kunnen moeders niet tegen vallende kinderen. Een fijne gedachte: moeders zijn overal hetzelfde.

woensdag 17 juni 2009

Fiets skills

Ik kan natuurlijk ook op cursus bij deze gast...

Harde leerschool

Natuurlijk hoor ik het liefst dat het 'domme pech' is dat ik twee keer achter elkaar hard tegen het asfalt ben gegaan. De afgelopen tijd verschool ik me daar ook graag achter. Maar het knaagde.

De wielerkenners in mijn omgeving kwam ik liever niet onder ogen. Want hun meewarige blikken zeiden me wat ik zelf stiekem ook wel wist: domme pech? Zeker. Maar ook: onervarenheid.

Niets om je voor te schamen, eigenlijk.
Dat deed ik wel. Ik wilde niet onervaren zijn. Ik wilde het meteen kunnen, eiste het onmogelijke van mezelf. Ik dacht: de andere meiden in het peloton kunnen het toch ook? Daarbij even voorbijgaand aan het feit dat zij al jaren koersen, en ik nog maar drie maanden.

Het is niet zo gek dat je dan nog niet zo ervaren op het zadel zit. Sterker nog: het zou een wonder zijn als je in die korte tijd al een eenheid met je fiets vormt. Dat je op stoeprandjes kunt rijden. Over obstakels heen kunt springen. En zonder te remmen de bocht door vliegt.


Ik moet nog veel leren met die fiets van me.
Daar ga ik aan werken, de komende maanden. De aanbevelingen vliegen me om de oren: crossen deze winter, goed voor je fietsvaardigheid. Nee: baanwielrennen, want dan moet je vanwege het ontbreken van een rem alles sturend oplossen.

Intussen ben ik zelf ook op onderzoek, want liever zit ik al vóór de winter wat zekerder op m'n fiets. Een
techniek- en bochtentraining? Mentale hulp, om over de angst om te vallen heen te komen - die nu waarschijnlijk alleen maar groter is geworden? Tips zijn van harte welkom, lezers, jullie zijn immers allen wielerkenner. Anders lazen jullie dit weblog niet.

Wielrennen leer je niet zachtzinnig. Daar is het de sport niet naar. Ik zal vast weer vallen. Met de pijn kan ik wel omgaan. Maar het lange herstellen hangt me de keel uit. Mogen het de volgende keer dus alsjeblieft gewoon een paar schaafwonden zijn?

dinsdag 16 juni 2009

Jaap & ik

zondag 14 juni 2009

Belevenissen in het ziekenhuis

Donderdag, 13.10 uur. Vriend J. en ik zijn op weg naar het ziekenhuis. Daar word ik om 'half 2' verwacht 'bij de opname balie', staat er op mijn kaartje geschreven. Telefoon. Het ziekenhuis. "Dag mevrouw De Vries, waar blijft u?" Huh? "We zijn onderweg, maar ik hoef me toch pas om half twee te melden?" "Nee hoor, u werd om half twaalf al verwacht. Tijdstip van de operatie is half twee."

Shit! Dan moet ik dus over een kwartier al onder het mes! Vriend J. begint te rennen om eerder bij onze parkeerplaats te zijn. "Maar hoe kan dat? Op mijn kaartje staat half twee!", zeg ik een beetje paniekerig tegen de mevrouw van het ziekenhuis. "In ons computersysteem staat half twaalf. Nou", zucht ze, "kom maar zo snel mogelijk dan, het loopt vast wel een beetje uit op de ok."

We scheuren naar het ziekenhuis en bij de opnamebalie laat ik zien dat er toch echt half twee op mijn kaartje staat. "Had u niet wat eerder kunnen bellen? Als ik er om half twaalf moest zijn, dan is het best laat om om tien over één te informeren waar ik blijf, toch?", vraag ik de mevrouw die me incheckt. Ik ben nog steeds een beetje in paniek. "Als u een klacht heeft", antwoordt ze met haar meest ambtelijke stem, "moet u niet bij mij zijn. Die dient u maar boven in." Een klacht? Ammehoela. Ik heb wel wat anders aan m'n hoofd dan een klacht indienen. Mijn schouder wordt zo dadelijk open gesneden.

De dames op verpleegafdeling B2 stellen me gerust. "Komt allemaal goed, het loopt behoorlijk uit vandaag en anders schuiven we een beetje met de operaties." Noteert u dat duidelijk dan, ik wil namelijk geen afgezet been in plaats van een gerepareerde schouder. Dat zeg ik natuurlijk niet hardop. Ik kan gewoon niet zo goed tegen mezelf weerloos overleveren.

Vriend J. geeft me een kus en dan word ik richting ok gereden. "We bellen u zodra ze wakker is", belooft de verpleegkundige hem. J. zwaait naar me. Doet twee stappen richting uitgang en zwaait dan nog een keer. En nog een keer. Tot hij uit het zicht is. Tot straks...

"Eerst wordt de zenuw in je arm verdoofd", had de anesthesist me gisteren uitgelegd. "Dat gaat via een wellicht wat pijnlijke prik in de nek en een nog iets vervelender stroomstootje: als de schouder en arm beginnen te schokken, is de juiste zenuw gevonden. Maar dat ongemak weegt ruim op tegen de pijn die je onverdoofd zou hebben - een schouderoperatie is namelijk een nogal gevoelige ingreep. Daarna komt de algehele narcose."

De anesthesist - een ander dan gister - loopt bedrijvig om me heen. Ik krijg een infuus en een hartmonitor. Ai, hoge hartslag. Hoezo gespannen? D'r wordt iets in m'n arm gespoten. Ik word draaierig. "Daar ga je", zegt de anesthesist. Maar mijn arm dan...?

We rijden. Dat is 't eerste dat ik merk als ik wakker word. Dan pijn. Au. Auauau. Ik word geparkeerd. Kennelijk lag ik te kreunen, want een man met een blauw mutsje buigt zich over me heen: "We zijn de verdoving in uw arm vergeten. Kom, even overeind." AU! Zijn ze gek geworden?! Ik word omhoog gehesen tot ik zit, met mijn benen over de rand van het bed.

Ben ik nou zo'n mietje? Ik ben de enige in deze uitslaapzaal die hardop kermt. Alles is nog blurrie. Slaperig en pijn. Prik in m'n nek. Ik hijg. Mijn arm begint te schokken. Gelukkig, die zenuw hebben ze snel te pakken. Auauauau. Ik lig weer. De pijn verdwijnt. Pfoe.

Op afdeling B2 is geen vriend J. Ik dommel. Hij zal zo wel komen. Een uurtje later hoor ik zijn stem op de gang: "Ik werd maar niet gebeld. Dus ik dacht: ik ga zelf maar eens kijken." Daar is ie! Gelukkig... "Oh oeps", antwoordt de verpleegkundige. "Helemaal vergeten u te bellen. Zo druk hier, enzo, jaja blabla, u weet wel toch?"

De verpleegkundige komt met vriend J. mee naar mijn bed. Mooi. Kan ik tenminste eindelijk om een glaasje water vragen. Ze showt J. de pleister op m'n schouder. Er hangt een slangetje uit met daaraan een fles waar een beetje bloed in zit: een drain. Goh. Was me nog niet eens opgevallen. Wel fijn dat J. nu naast me zit en m'n hand streelt. Ik dommel weer een beetje.

De arts-assistent staat aan mijn voeteneind. Deze krullenbol had ik nog niet eerder gezien. Maar hij mij (of althans: mijn schouder) wel, want hij heeft geholpen bij de reparatie. "Weet u zeker dat u er nooit eerder op gevallen bent", vraagt hij. "Uw schouder zag er anatomisch namelijk nogal anders uit dan bij andere mensen." Eerder gevallen? Niet dat ik weet. Dat zou ik toch gemerkt hebben? "Het kostte wat meer moeite dan normaal, maar het is gelukt hoor", vervolgt hij. "U mag naar huis."

De verpleegkundige helpt me met het ontslag en met mijn verdoofde gummie-arm. Raar warm ding aan mijn lijf dat er niet bij lijkt te horen. Ze slaat de deken terug. Daar ligt de drain. "Oei", zegt ze. "Is de arts vergeten die eruit te halen? Hm, even bellen, want dat mag ik niet zomaar zonder toestemming doen." De krullenbol is naar huis. Natuurlijk. Dan maar zonder toestemming de drain eruit.

De volgende ochtend, 9.30 uur. Telefoon. De chirurg. "Goedemorgen mevrouw De Vries. Hoe is het nu? Veel pijn?" Dat is attent. Hoewel. "Is er gisteren voor u vertrok nog een röntgenfoto gemaakt? Nee? Dat had wel gemoeten. Is mijn collega dan kennelijk vergeten."

vrijdag 12 juni 2009

Gerepareerd

operatie geslaagd # ik moest wel kotsen daarna # met die rare gummie-arm die helemaal verdoofd was # nu doet m'n arm het weer # ze hebben er wel mee gehannest want ik heb spierpijn # en de wond doet ook pijn # het kan altijd erger: Cadel Evans heeft z'n sleutelbeen vijf keer gebroken # las ik net in Wieler Magazine

vanavond uitzending van mijn radiodocu # 21 uur Radio 6, luister hier # of luister hier terug

donderdag 11 juni 2009

Scalpel, graag

In het holst van de nacht (vanochtend om zes uur) zat ik al op een boterham te kauwen. Daarna ben ik maar weer gaan slapen. Ik mag nu nog een half uurtje thee drinken. Verder mag ik niks meer.

Laat maar komen, die scalpel. Ik ben d'r klaar voor. Want dat ik uren nodig heb om mezelf te wassen, bevalt me niet. Dat ik maar één kant van m'n haar in vorm kan krijgen, bevalt me nog minder. Dat de haartjes onder m'n oksels hun kans schoon zien, bevalt me het allerminst. En dan heb ik 't nog niet eens over alle dingen die ik niet kan die er echt toe doen.

Gaan jullie intussen de weblogs van vriend Botte en vriendin Astrid maar eens lezen de komende dagen. Hebben jullie ook fijn wat te doen terwijl ik me laat opereren, vanmiddag tegen tweeën.

Ik voelde me zeer vereerd toen ik deze week ontdekte dat Botte en Astrid allebei een stukje over me geschreven hadden. Verder schrijven ze niet over wielrennen. Wel over wijsneusjes van dochters en fotomodellen in de dop. Over buurtsuperbeslommeringen en stiekem tóch over wielrennen. En waag het niet te lachen om Bottes naam...

En niet vergeten te luisteren hè, morgenavond om 21.00 uur! Of op elk willekeurig moment via deze site.

dinsdag 9 juni 2009

Op de radio

Echt een geluk bij een ongeluk dat ik een poos geleden al besloten had dit keer een editor in te huren om mijn radiodocumentaire in elkaar te zetten. Monteren kan ik wel. Maar nu, met één hand, was dat een drama geworden. Dus zat ik er gister naast toen mijn wav'jes aan elkaar geplakt werden. Dat ging prima.

Het afgelopen half jaar heb ik radio-opnames gemaakt van mijn wieleravonturen. De uitzenddatum, vrijdag 12 juni, stond al een tijd vast. Hoe de documentaire zou aflopen, was voor mij tot deze week ook een verrassing - het moest wel een beetje real life worden, dus ik liet de dingen gebeuren en registreerde dat. Ik hoopte te kunnen eindigen met het bericht dat ik mag deelnemen aan
het NK. Maar helaas... Voor het dramatische effect is dit slot natuurlijk vele malen beter.

Zin om te luisteren? Tune dan op vrijdagavond om 21.00 uur in op Radio 6, De Avonden, en alles komt goed. Radio 6 is hier te vinden. Of blijf dit log volgen. Want daar komt de docu ook op, voor terugluisteraars.

zondag 7 juni 2009

Het Nederlands Kampioenschap...

... op zaterdag 27 juni in Heerlen gaat aan mijn neus voorbij (zie hier de startlijst). K*tvalpartij.


Bron: www.knwu.nl

vrijdag 5 juni 2009

De val

Hier ging het nog goed. Heel goed zelfs, de Knobbel omhoog. Bekend terrein immers. Vijftien kilometer later lag ik languit. Gek eigenlijk. Zo fiets je nog vooraan. Het volgende moment is 't boem - au.

Het is een kwestie van duizendsten van seconden. Toch is dat tijd genoeg om je af te vragen waarom je valt, hoe je gaat neerkomen, waar je tot stilstand gaat komen en wanneer je overeind zal komen.

Dit hadden mijn woorden kunnen zijn, ware het niet dat ik ze nooit zo mooi had kunnen opschrijven als Pedro Horillo, de Filosoof van Bilbao - van wie ze afkomstig zijn. Zo is het precies. Dit is vallen. Dat heeft Horillo zelf ook weer zeer letterlijk ondervonden
tijdens de Giro.

Soms voel je zelfs het breken van je botten. Je merkt dat je stukken huid verliest en je voelt de hitte van de brandwond, verhevigd door het bloed dat als bij toverslag overal tevoorschijn komt.

Ik stond op en wist al voordat mijn vingers m'n linkerschouder raakten dat het fout zat. Ik wist het gewoon. Niet omdat het pijn deed, helemaal niet zelfs. In m'n schouder voelde ik nog niks. De vingers van m'n rechterhand streken over m'n shirt en bleven haken achter de verwachte bobbel, het omhoogstekende bot.

Dit alles mag pijnlijk lijken, het is niets vergeleken met de pijn die je kort daarna voelt als je je lichaam inspecteert en de werkelijk omvang van de schade vaststelt.

De pijn kwam kort daarna, in steeds heftiger golven. Pas na drie uur, in het ziekenhuis, kwam de ergste golf. Precies op het moment dat de artsen op de eerste hulp overdrachtsvergadering hadden, waardoor ik een uur moest wachten.

Ik sloot m'n ogen en dacht aan een warm bad. Aan mooi weer en zon op m'n huid. Aan wintersport in de verse sneeuw. Aan slagroomtaart, ijs, dropjes en andere lekkere dingen. Aan de armen van vriend J. om me heen. Het hielp een beetje. Wat pas echt hielp was het shot morfine in m'n bovenbeen, toen de arts-assistent eindelijk officieel geconstateerd had wat ik al lang wist.

Heel erg bedankt voor al jullie hartverwarmende reacties. Dat doet goed. Donderdag word ik gerepareerd, met plaatjes en ijzerdraad.

woensdag 3 juni 2009

Megakluns

Ik tik dit met één hand. Want ik ben weer gevallen, vandaag in de Parel van de Veluwe. Sleutelbeen gebroken. Of eigenlijk: luxatie van het ac gewricht. Waarschijnlijk word ik geopereerd.

Het doet pijn, maar ik schaam me vooral. Wat een kluns ben ik. Zo vaak vallen is toch niet normaal?

Misschien heb ik wel helemaal niks te zoeken het wielerpeloton. Ik vraag me serieus af of ik hier wel mee moet doorgaan.

maandag 1 juni 2009

Witte koersbroeken

Heren wielrenners, er moet me nog iets van het hart.

Wáárom witte koersbroeken?

En dan heb ik het vooral over koersbroeken van niet al te beste kwaliteit, of koersbroeken waar door het vele dragen reeds enige sleet op zit. Want toegegeven: vandaag heb ik ook een paar goeie gezien, van lekkere dikke stof. Die zijn mooi. Erg mooi zelfs, vaak.

Door dikke stof zie je niks. Door dunne stof wel. Ook om vrouwenbillen vind ik zulke koersbroeken niet mooi, want eerlijk gezegd hoef ik van mijn mederensters ook de bilspleet niet te zien doorschemeren.

Maar bij mannen... We hebben het met een groepje dames na het districtskampioenschap Oost eens haarfijn geanalyseerd, gezeten op een kleedje aan het parcours. De eliterenners reden zich warm, voor een deel gehuld in die, u raadt het al, witte broeken. Vandaar.

Als u wel eens achter iemand met een dunne witte koersbroek (of, dat kan ook: met een witte baan over de kont) heeft gereden, dan weet u toch waarom u zelf nooit zo'n broek aan moet trekken? Of kijkt u wél graag tegen bilspleten aan? Als je een beetje pech hebt en de drager van de broek wat zweterig en/of ongeschoren is, dan zie je zelfs al die zwarte haren stuk voor stuk zitten. Ik weet niet hoe u daarover denkt, maar ik vind dat over het algemeen behoorlijk getver hoor.

Dus check thuis in de kast nog even uw witte koersbroeken alsmede broeken met witte details op de kont. Is de stof nog dik genoeg? Dan mogen ze aan. Anders: weggooien. Zo snel mogelijk. Of nooit voor mij gaan fietsen. Dat kan ook.