zondag 31 mei 2009

Gezellig

"Hee! HEE!"
"Kijk uit je doppen, domme koe!"
"Wat DOE je, hoer?!"
"Ga aan de kant trut, ik wil er langs! Wegwezen!"
"Jeeezus, kutwijf, doe es normaal!"
"Hou op met dat geslinger, stomme slingeraap!"
"Als je niet kunt fietsen, kap er dan mee, slome! Is voor iedereen beter!"
"Neem die bocht nou es normaal!"

Jaja. Ik ben weer terug. In het altijd gezellige vrouwenpeloton.

donderdag 28 mei 2009

Saaie doos

Twee uur 's nachts, een klein kroegje in Maastricht. De Holland Sport-redactie is stomtoevallig op de crew van Brigitte Kaandorp gestuit. Dat wordt dus zuipen, lachen, nog meer zuipen en nog meer lachen.

Ik lurk aan het rietje in mijn cola light en constateer dat ik er nog echt niet aan gewend ben om niet mee te doen met beschonken worden. Het is hartstikke gezellig hoor, daar niet van. Maar als iedereen steeds uitgelatener met volle glazen bier proost en jij nog maar een spa rood bestelt, tsja...

Het kroegje sluit z'n deuren. Ik loop gapend naar buiten. Mijn collega's staan al te dansen op straat. Waar is de dichtstbijzijnde disco? Niet ver? Mooi! Ik laat de club zingend de andere kant op gaan en wandel naar de parkeergarage.

Dit is met stip een van de moeilijke momenten in mijn veranderde leven. Vroeger zou ik zijn meegegaan. Sterker nog, ik zou aangeschoten voorop hebben gelopen. "Aaah joh, één keertje de boel de boel laten kan toch wel?", maken mijn collega's 't me nog moeilijker. Maar dat ene keertje is voorbij, dat was vorige week. Nu moet ik me verantwoordelijk gedragen, aan mijn fitheid en mijn prille herstel denken. Ik heb nu andere belangen dan drank en feesten. Want zaterdag ga ik weer koersen.

Maar toch. Ik ben geen onderdeel meer van de mooie verhalen die ik morgen hoor. Zelden heb ik me zo saai gevoeld.

zondag 24 mei 2009

Kaal of kammen

Beste mannelijke wielercollega's met geschoren benen,

Ik heb een prangende vraag, waar ik al mee rondloop sinds ik wielren.

Tot waar scheert u zich?

Begrijp me niet verkeerd: ik ben groot voorstander van geschoren mannenbenen. Je ziet de spieren veel beter liggen dan door zo'n waas van haar. Mooi. Maar hoe zit het met het gedeelte dat niet zichtbaar is - althans niet als u fietst?

Scheert u alleen het stuk been dat bloot is? Dus begint boven het zongebrande randje van uw koersbroek de beharing? Of scheert u dat ook weg, omdat een bleek stuk bovenbeen met zwarte haren een - kan ik me zo voorstellen - ietwat onappetijtelijke aanblik biedt?

M
ocht dat zo zijn, waar houdt u dan op met scheren? Bij uw edele delen? Of neemt u die ook maar even mee? Want gladgeschoren benen met daarboven een bush, dat ziet er - zeg nu zelf - ook typisch uit.

Stel u doet dat, waar is dan uw grens? Het lijntje haar van schaambeen tot navel? Uw borsthaar? Mag dat blijven, of gaat dat ook maar weg als u toch bezig bent?

Ik realiseer me dat een eenduidig antwoord wellicht moeilijk te geven is, aangezien deze kwestie samenhangt met de van man tot man wisselende mate van beharing. En met smaak - wellicht. Misschien vindt u mijn vraag ook buitengewoon impertinent en strookt erop antwoorden niet met uw normen en waarden.

Maar ik wil het echt graag weten. Daarom mag u voor deze ene keer ook anoniem reageren.

Alvast hartelijk dank,

Marijn

p.s. Ik zie uw reacties graag vóór donderdag tegemoet. Dan laat ik weer van mij horen - tot die tijd zit ik met mijn collega's in Limburg.

zaterdag 23 mei 2009

Etalages kijken

Met een stijve nek van het opzij loeren vraag ik me af: waarom zijn alle etalageruiten zo kort? Zo kan een mens toch nooit goed zien hoe 'ie op z'n nieuwe fiets zit...

donderdag 21 mei 2009

Lange benen

"Allee, uwen benen zijn echt te lang hoor", zei het mannetje in België. Hij streek met z'n hand door z'n dunne haar. "Het kán niet kloppen. Kom nog eens staan." Voor de derde keer mat hij ze op. M'n benen bleven toch echt 89,5 centimeter. Met een diepe denkrimpel boog hij zich opnieuw over mijn gegevens.

"Ik heb hier nog nooit een dame gehad met zulke lange benen." Hij trok een la open met de gegevens van alle profwielrensters die hij onder handen had gehad. Heel
Leontien.nl. De Belgische toppers. Alle Red Sun-vrouwen. Het klopte. Mijn benen waren het langst.

Het mannetje uit België mompelde, keek naar mijn frame, rekende nog eens en zei toen met een zucht: "Maar het gaat lukken hoor. Zeker en vast." Ik haalde opgelucht adem. Toch niet voor niets 350 kilometer gereden met dit frame achterin de auto.

Mijn nieuwe bolide is nu helemaal op maat. Schitterend. Maar dat ik met mijn 1 meter 76 voor meer dan de helft uit benen besta, is toch wel een typische ontdekking.

dinsdag 19 mei 2009

Nieuwe bolide

Dit is 'm!



Voor de kenners: full carbon, volledig dura-ace afgemonteerd. Wielen komen nog - daarover later meer technische info. In het echt is 'ie nog veel mooier dan op de foto.

Hij ligt nu in stukken op het logeerbed. Frame, kabels, ketting, stuurlintje (wit natuurlijk): alles ligt nog los. Iedere keer als ik langs het logeerbed loop, moet ik 'm even aanraken. Overmorgen gaan de onderdelen mee naar België, naar een mannetje dat me helemaal perfect op deze nieuwe bolide gaat zetten.

Donderdagavond staat mijn fiets volledig opgebouwd in de schuur. Wacht, nee! In de woonkamer. Kan ik er zoveel naar kijken als ik wil. Vriend J. is er toch niet...

zondag 17 mei 2009

Rake klappen

K1-vechten heftig? Mwoah, vonden collega J. en ik, toen we gisteravond in de ArenA zaten*. We hadden heel wat meer rake klappen en bloederige verwondingen verwacht. Maar bij een gescheurde wenkbrauw werd een partij al gestaakt.

Tsss. En dat heet spectaculair te zijn? Een keer flink vallen met je fiets of een stick tegen je hoofd met hockey en je bent een stuk zwaarder toegetakeld. Het viel ons een beetje tegen.

Tot
Sem Schilt en Badr Hari in de ring kwamen. De ArenA stond als één man op. Kippenvel. Hier ging wat gebeuren. Hari had hoog van de toren geblazen. Maar zo makkelijk zou hij de drievoudige wereldkampioen toch niet tegen de grond werken?

De partij duurde nog geen minuut. Toen had Badr Hari de reus uit Zuidlaren met twee rake klappen op z'n hoofd
tegen de vlakte geslagen. 133 kilo down, de ArenA dreunde ervan. Indrukwekkend. Bij deze beloofd: ik doe nooit meer smalend over K1.

* Nu ik geblesseerd ben, hou ik me maar onledig met andere sporten. Ook leuk.

vrijdag 15 mei 2009

Onzeker

"Je had meteen na je val moeten komen. Dan was je nu al veel verder uit de lappenmand", zegt de sportmasseur en hij plant zijn vingers stevig in mijn kuiten. Ik hap naar lucht. "Hoe blauw je ook bent, er valt altijd wel wat te masseren. Dan verdwijnen de afvallenstoffen sneller uit je lichaam."

Het klinkt logisch. Net als alle opmerkingen en tips van de afgelopen twee weken. Rust houden. Nee, bewegen! Zodat het bloed blijft stromen en de blauwe plekken en bulten sneller verdwijnen. Maar let op: eerst goed herstellen. Niet forceren. Maar ook niet te lang stilzitten. En vooral: luister naar je lichaam!

Maar wanneer ben je genoeg hersteld om weer wat te gaan doen? Wanneer is de stijfheid nog van de val en wanneer komt het van het lange stilzitten? Ik word er onzeker van. Want zo goed ken ik mijn sportlichaam nog niet om te weten hoe het reageert in dit soort situaties. Net als voor het wielrennen geldt ook voor het vallen dat je het zelf uit moet vinden. Niemand vertelt je hoe je het herstel 't beste aan kunt pakken.

Intussen heeft de massage wel geholpen. En heb ik gisteravond een dik uur pijnvrij gefietst. Op een heel licht verzetje, dat wel. Maar het herstel lijkt toch echt ingezet. Hopelijk slinkt dat ei op mijn dij nu eindelijk ook eens.

woensdag 13 mei 2009

Vliegenlijkjes

Niet gewonnen, die Tegel.

Dus over tot de orde van de dag: fietsen. Dat heb ik weer gedaan. En dat is maar goed ook, want voor een niet fietsende Marijn loopt u niet warm. Gezien de doodse stilte in de comments van de afgelopen dagen houdt u niet van blogs over andere onderwerpen dan wielrennen. Goed dan.

Mijn fiets was gerepareerd, maar niet schoon. Er zaten nog ettelijke dozijnen vliegjes tegen mijn frame, stuur en zadelpen geplet (tip: zet je fiets nooit bovenop een auto). Met zo'n lijkenbak wil ik niet rijden natuurlijk. Pas na twintig minuten poetsen had ik alle stoffelijke overschotjes verwijderd.

Wat stijf klom ik op m'n fiets. Heel voorzichtig stak ik van wal. Met de wind mee. Dat ging best goed, het draaide allemaal steeds soepeler. De kramp in m'n bovenbenen die ik bij het in de pedalen klikken voelde opkomen, verdween. Haaaa heerlijk.

Bij het bordje Wezep draaide ik om. Negen kilometer op de teller, bij thuiskomst dus achttien. Rustig opbouwen was m'n voornemen, en dit leek me een aardig eerste tochtje. Wind tegen terug, maar ik was inmiddels warm gefietst, dus dat moest lukken.

Mispoes. Tussen de huizen ging het nog goed. Maar toen ik de wind vol in m'n gezicht kreeg en toch echt wat meer kracht moest zetten, begonnen m'n bovenbenen hevig te protesteren. Kramp. Tussen Hattemerbroek en de IJsselbrug (= drie kilometer) moest ik wel drie keer pauzeren. Pfff. Dat herstellen gaat langzaam, zeg.

maandag 11 mei 2009

Vervangend tijdverdrijf

Nooit geweten dat benen zoveel verschillende kleuren kunnen aannemen. Onder m'n broek is het een bont palet. Nog steeds niet gefietst. Morgen misschien.

Daarom, lieve lezer, als vervangend tijdverdrijf (en ter meerdere eer en glorie van mezelf in deze bittere, wielerloze tijden), hierbij de radiodocumentaire waarmee ik genomineerd ben voor De Tegel.

Luister & huiver.

Morgenavond is de uitreiking. U kunt het zelfs live volgen! Mocht u dat willen natuurlijk. Hopelijk is het ei op m'n linkerdij niet al te goed te zien onder m'n jurkje...

zaterdag 9 mei 2009

Pas op de plaats

Dus ik ging gisteren rustig aan wat meer bewegen, zoals de sportarts voorschreef. Lopen. En fietsen, op m'n stadsfiets. Echt heel kleine stukjes. Maar bij iedere inspanning van meer dan drie minuten trokken de spieren in mijn bovenbenen zich samen tot een harde bal. Au. Zacht uitgedrukt.

Uit mijn telefoontje naar de afdeling sportgeneeskunde bleek dat dit 'zeker niet normaal was' en ik (uiteraard) 'meteen weer veel te veel wilde'. "Je moet echt nog even héél rustig aan doen en dit weekend zéker niet gaan fietsen."

Shit. Zacht uitgedrukt.

donderdag 7 mei 2009

Ei

"Zo, dat is me nog eens een hematoom!", roept de sportarts enthousiast als ik mijn broek laat zakken. Hij bedoelt het ei op mijn linkerdij. Dat is inderdaad nogal een zwelling, met iedere dag uitdijend paars, groen en geel er omheen. Hij duwt er voorzichtig op. De bult golft een beetje. "Vocht", constateert hij. Hij bevoelt de spieren er omheen. En zegt dan: "Ik denk niet dat er een breuk is hoor. Maar je bent zo hard terecht gekomen. Dus laat voor de zekerheid toch maar even een foto van je bekken maken."

De wachtkamer van de röntgenafdeling zit stampvol. Ik pak een Elle en plof neer. Om me heen zitten mensen te mopperen dat het zo lang duurt en dat al die patiënten die in bedden liggen steeds voorgaan, verdorie. Ze zitten al minstens een uur te wachten en er wordt niemand opgeroepen. Oké, denk ik, dan ga ik die Elle maar eens fijn van voor tot achter uitpluizen.

"Mevrouw Adema, meneer Verkerk en meneer Van der Zande?" Een verpleegkundige kijkt over haar klembord heen de wachtkamer in. Onrustig geschuifel en gemompel. Drie mensen in één keer? Dat schiet op! Vijf minuten later is de verpleegkundige er weer: "Meneer Visser, mevrouw Van Dongen en mevrouw De Vries." De wachtkamer is in één klap bijna leeg.

Ik loop achter de verpleegster aan. Die loodst eerst meneer Visser een hokje in, met aan beide kanten een deur. "Doe uw broek maar uit, dan kom ik zo vanaf de andere kant bij u." De deur ernaast is voor mevrouw Van Dongen. En in het hokje daar weer naast mag ik. Ik krijg dezelfde instructies als mijn twee voorgangers. M'n spijkerbroek hang ik aan een haak en gedwee ga ik op het koude krukje zitten.

Intussen hoor ik de deur van het hokje naast me open gaan. Meneer Visser is aan de beurt. Kennelijk zit de röntgenruimte meteen hierachter, want ik kan alles woord voor woord volgen. "Gaat u maar op uw rug liggen. Met uw tenen naar elkaar toe. Zo ja." En klaar is de foto. Meneer Visser verdwijnt weer in het hokje naast mij. Ik hoor de deur van mevrouw Van Dongen open gaan. "Ja, met uw tenen naar elkaar toe", klinkt het nog een keer. Dan ben ik aan de beurt. Nog voordat de verpleegster goed en wel is begonnen aan haar uitleg, lig ik al met mijn tenen naar elkaar toe op de tafel. 't Is me een fraai staaltje lopende bandwerk, hier in het ziekenhuis.

Geen breuk, gelukkig. Ook geen schade aan pezen en banden. Wel veel kneuzingen. En er zit nog wat vocht in de knie waarop ik gevallen ben. Als dat eruit is, "ik denk over een dag of twee", mag ik weer rustig gaan trainen. Blauw, geel, groen en paars zal ik nog wel even blijven. Vooral dat ei op m'n dij. "Dat gaat uitzakken", voorspelt de sportarts. "Over twee weken zit het tot aan je kuit, let maar op." Mooi is dat. Maar vooruit. Het had veel erger kunnen zijn.

dinsdag 5 mei 2009

Het Andere Wielrennen

Vriend J. is iedere wedstrijd weer bang dat ik val. Hij zit thuis te wachten op mijn smsje of telefoontje. Is ze overeind gebleven of niet? Dit weekend voelde hij het onheil al naderen, want het duurde wel erg lang voor ik wat van me liet horen.

Als reactie op mijn niet altijd even fortuinlijke avonturen heeft hij zijn weblog omgedoopt tot Job fietst ook - Het Andere Wielrennen. Dus voor iedereen die houdt van "de schoonheid van het Vechtdal, mediteren op stapelwolken en steeds verder wegzakkende gemiddelde snelheden": gaat dat lezen!

maandag 4 mei 2009

Gelukkig hebben we de foto's nog...





















zondag 3 mei 2009

De ambulance

"Je kunt hier een beetje duizelig van worden, Marijn", zei de ambulancebroeder, terwijl hij een morfine-achtige pijnstiller in mijn arm spoot. Whooooaaaaa. De wereld draaide. Ik kon niet stoppen met rillen. De Rode Kruis-mevrouw streelde m'n haar. Ik werd uit de Eerste Hulp-bus gereden, naar de ambulance. Ik zweef.

Het gezicht van ploeggenoot L. dook op. Ze was ook gevallen en had last van haar hoofd. Nee, ze wilde niet mee naar het ziekenhuis, hoorde ik haar zeggen. "Veel te veel gedoe." Toen zag ze mij. Haar ogen werden groot van schrik. Dat kon ik me voorstellen, want ik voelde me nogal spacy, met van die draaiende ogen. Zo zou ik er ook wel uitzien. Op dat moment wist ik nog niet eens dat ik een mooi schaafwondje op m'n kin had - altijd goed voor een extra dramatische aanblik. Ik wilde L. gerust stellen, maar had even weinig woorden paraat.

Die kwamen pas toen we al lang en breed onderweg waren naar 't ziekenhuis in Hoorn. Ik wist nog precies wat er gebeurd was. Op
de Kwelweg bij Medemblik trilde bij iemand de bidon uit de houder. Ik zag het ding op de klinkers stuiteren. Het meisje voor me schrok zo, dat ze de bidon niet ontweek, maar er pardoes over uitgleed. Ik kon geen kant meer op en werd gelanceerd over de vallende fietser. Een fraaie buikschuiver.

Onze ploegleiderswagen stond meteen naast me. Verzorger R. gaf een beuk op m'n stuur, om 'm recht te buigen. Dat lukte een beetje. "Gaan, meid!", riep R., terwijl hij me op weg duwde. Oei. Dat deed pijn allemaal. M'n elleboog bloedde, m'n knie werd dik. Door, bewegen. Dan viel de zwelling misschien mee. Maar bij het
Gemaal van Lely ging het echt niet meer.

Niks gebroken, gelukkig. Wel een gat in m'n elleboog (geplakt), een joekel van 'n knie (drukverband), handschoentjes aan flarden (gelukkig droeg ik die!), een tand door de lip (zwelling is al weer geslonken), een ei op m'n dij en ettelijke blauwe plekken en schaafwonden, van scheenbeen tot kin (ik zie er fraai uit).


De arts-assistent liet aan duidelijkheid niets te wensen over: krukken halen, deze week been omhoog en dan voor controle naar 't ziekenhuis. Ik duim dat het meevalt. Dat ik over een week weer fietsen mag. En dat ik niet teveel wedstrijden mis.

Geluk bij een ongeluk: er stond juist een rustweek op 't programma. Maar zo letterlijk had dat voor mij nu ook weer niet gehoeven.