donderdag 30 april 2009

Koersen op koninginnedag

"Kom ooooop! Doorrijuuuuh!" Een groepje jongens had zich met bier en wat dies meer zij op het dak van een van de winkels in het centrum van Geldrop geposteerd. Met uitzicht op de straat daaronder, waar wij om de paar minuten doorheen denderden.

De koers duurde een kleine twee uur. In die twee uur werden de jongens steeds zatter. Ik was geconcentreerd, maar hier kon je niet omheen. Zo hard joelden ze. "Schatjuuuus! Fietsuuuh!" Ieder rondje opnieuw. Ze gooiden hun bier nog net niet naar beneden. Ik heb in ieder geval geen druppels gevoeld.

Wat een lol in Geldrop. En wat raar om na de koers in de auto te stappen en te horen over het drama in Apeldoorn. Voor de start had ik al wel flarden opgevangen over 'auto in het publiek' en 'gestoorde gek'. Veel aandacht schonk ik er niet aan, want het was koers!

De wereld staat dan wel eventjes stil als ik een wedstrijd rijd, maar dat is natuurlijk niet zo. Na de beelden op tv vraag ik me af of het wel zo netjes was om gewoon door te feesten en te fietsen. 't Voelt raar, achteraf.

dinsdag 28 april 2009

Bloed proeven

Laatst las ik in de UK, de krant van de Rijksuniversiteit Groningen, een stuk over roeiers die zó hard trainen dat ze bloed proeven. Hun longblaasjes knappen door de inspanning. Dat gaat bloeden en dat proef je. Kan helemaal geen kwaad volgens de sportarts, las ik in het kadertje eronder. Jaja.

Sinds vanavond weet ik hoe dat bloed smaakt. En ook dat ik 't wel eens eerder heb geproefd - ik herkende de smaak. Wat gingen de A's hard tijdens de
zomeravondcompetitie in de Hooge Enk. Ik moest er na een rondje al af. Ook de andere twee vrouwen die meereden konden het tempo niet aan.

De smaak van bloed zakte gelukkig snel. Het inspanningshoestje houdt nu al een poosje aan, maar is morgen vast ook over. Gezond hoor, dat sporten.

zondag 26 april 2009

Het rondreizende circus

Het gehucht 's Heerenbroek bij Borsele lijkt net een grote camping. Rond de kerk en de lokale kroegen zijn campers, bussen en ploegleidersauto's neergestreken. Racefietsen staan keurig op een rij ernaast en een set tuinstoelen maakt ieder kampementje compleet.

In de stoelen zitten de rensters, languit onderuitgezakt in het zonnetje. Ze kletsen wat en spelden hun rugnummers op hun koerstrui. Ze hebben nauwelijks oog voor de hectiek om hen heen. Mannen die met de fietsen in de weer zijn: nummerplaatjes moeten aan zadelpennen, de bandenspanning gecontroleerd en de oortjes getest. Mannen die met elkaar in de weer zijn: er wordt druk overlegd tussen ploegleiders, mecaniciens en verzorgers. En mannen die met de vrouwen in de weer zijn: alle benen worden gemasseerd, op verzoek ook ruggen, en iedereen krijgt een zorgvuldig samengesteld zakje eten en drinken voor tijdens de koers.

Wat een luxe. Want ik ben natuurlijk ook zo'n renster die lui in een tuinstoel hangt. Ik hoef alleen maar een voor een m'n benen uit te steken en ze worden zorgvuldig met spierverwarmende olie ingesmeerd.

Dan begint de koers. Die is zwaar. Het waait windkracht 5 over de kale dijkjes van Zeeland. Pas na een uur krijg ik een beetje door hoe ik mezelf goed in de waaier kan wurmen en niet constant op de kant zit, met m'n kop in de wind. Maar dan is het peloton al gebroken en de voorste groep weg. Helaas pindakaas, 59ste.

Na de finish strijken de rensters weer neer in de tuinstoelen. Nu hebben ze echt nergens oog voor. Ze zijn stuk. De mannen ontfermen zich opnieuw over de fietsen, de voeding en de verzorging.

M'n gezicht wordt voorzichtig schoongemaakt met een wegwerpwashandje, net als m'n benen, waarop vliegjes en stof in de olie zijn blijven kleven. Ik ga douchen. Als ik een half uur later terug kom, is 's Heerenbroek weer een rustig dorpje. De hectiek is verdwenen, de camping is opgebroken. Op naar volgend weekend, naar camping Wervershoof.

zaterdag 25 april 2009

Fans! En wat voor!

Van de website van de Omloop van Borsele:
Vanmiddag was er een opvallende gast bij de Omloop van Borsele. Journalist en presentator Wilfried de Jong stond bij de start. Maar waarom?


Wilfried schreef er zelf ook een leuk stukje over, op z'n weblog.

vrijdag 24 april 2009

Kerncentrales en de Russen

Kerncentrales en Russen associeer ik toch met heel andere dingen dan wielrennen. Dat zal wel aan mij liggen, want het gaat prima samen, blijkt uit een keurig persberichtje over de Omloop van Borsele:

Bij de Elite-Vrouwen heeft het Russische Nationale Team zich aangemeld. Het is voor het eerst dat bij de vrouwen een Russische selectie aan de start zal staan bij de Omloop van Borsele.

Ach, het zal wel goed gaan morgen, met die Russinnen. Want vóór we van start gaan worden we gezegd gezegend met weiwater wijwater. Een geruststellende gedachte.

donderdag 23 april 2009

Pannenkoek met appel en banaan

Op mijn verzoek was vriendin U., vergezeld door haar zoon Max, afgelopen zaterdag wielerverslaggever in de Ronde van Gelderland. Dat resulteerde in een geweldig verslag de doorkomst in een van de dorpjes op de IJsseldijk.

Luister hier!

Al sinds december maak ik zo nu en dan radio-opnames van mijn wielerwederwaardigheden. Dat moet resulteren in een radiodocumentaire, die op vrijdag 22 mei uitgezonden wordt in het VPRO-programma De Avonden. Daarover tegen die tijd meer...

woensdag 22 april 2009

In de VPRO-gids

zondag 19 april 2009

De wielrenner in mij

Wanneer hou je op mens te zijn en word je wielrenner? In een valpartij. Liggen er meiden om je heen te kermen van de pijn? Jammer dan, laat maar liggen. Je moet verder. Zo snel mogelijk. Alleen dan kun je nog bij de rensters die vóór de valpartij zaten aanhaken.

Mijn eerste valpartij was tijdens een zomeravondwedstrijdje langs de A28, bij Zwolle Noord. Ik kon nog remmen en lag er net niet bij. Maar op het asfalt lagen wel gewonde mensen, dat was meteen te zien. Mijn eerste reactie was: helpen! Toen ik weer opkeek was het peloton natuurlijk verdwenen. De straf, voor de helpende hand.

Inmiddels aarzel ik geen moment meer als ik achter of in een valpartij zit. Fiets nog oké? Zelf nog heel? Prima, door! Dit weekend, in de Ronde van Gelderland, lag ik er zelf tussen. Ernstig was het niet, want ik viel bovenop iemand. Ook zoiets: lekker zacht, met mij was daardoor niks aan de hand. Kwam dat even goed uit!

Het beeld van het meisje dat naast me gevallen was, liet me de rest van de koers niet meer los. Ze lag doodstil onder haar fiets. Blonde haren op het asfalt; ze lag met haar gezicht op straat. Ogen gesloten. Ze zag er bijna vredig uit, in al die hectiek. Ik keek nog één keer. Ze zou toch niet...? En toen reed ik weg.*

Zo ver ben ik dus al. Ik laat anderen creperen. Eerlijk gezegd weet ik niet precies of en hoe ik dat voor mezelf kan verantwoorden. Voorlopig maar even niet meer in de buurt van een valpartij zitten lijkt me het verstandigst.

*Met een groepje probeerden we het peloton te achterhalen. Het mocht niet baten. Op 100 kilometer, vlak na de Posbank, hadden we een achterstand van meer dan 4 minuten. De regel is dat je dan uit de koers wordt genomen. Van de 200 rensters haalden er 50 de meet. Het blonde meisje leeft nog. Gelukkig.

donderdag 16 april 2009

Blauwe plekken

Ik heb de laatste tijd steeds blauwe plekken op m'n onderarm. Nu heb ik die nogal snel. Bij ieder kneepje of stootje is het raak. Dus ik lette er aanvankelijk niet zo op.

Maar ze bleven er maar zitten. Of er kwamen steeds nieuwe, dat kan ook. Toch best raar, zeker omdat ik ineens op béide onderarmen een blauwe plek spotte, op precies dezelfde plaats. Vanochtend tijdens een duurtraining heb ik eindelijk uitgevist hoe ik aan die blauwe plekken kom.

De laatste tijd durf ik tijdens wedstrijden steeds vaker en langer onderin de beugels te rijden. Goed voor de snelheid, minder handig voor het overzicht. Daarom vond ik 't aanvankelijk nogal eng.

Na de bocht, in een demarrage of tijdens een sprint zet ik aan. Dan ga ik staan op de pedalen, om kracht te zetten. M'n lichaam komt daarbij naar voren. Dientengevolge stoten mijn onderarmen tegen het stuk stuur boven m'n handen. Voilà, de oorzaak van de blauwe plekken.

Met het vinden van de oplossing drong zich meteen een nieuwe vraag op. Is het normaal om je armen op die plek te stoten? Moet ik gewoon wat eelt kweken daar? Of hebben we hier te maken met een schromelijk gebrek aan techniek?

dinsdag 14 april 2009

Terlet bij tegenwind

Het parcours verkennen. Dat hoort ook bij wielrennen. Dus reden fietsmaatje P. en ik vandaag de Ronde van Gelderland. Zaterdag fiets ik die als wedstrijd, mijn eerste écht grote koers: 140 kilometer winderige IJsseldijkjes en beklimmingen op de Posbank. Met alle internationale toppers aan de start.

P. bleek een uitstekende wegkapitein. Het routeschema (zie plaatje, zo ziet dat eruit) had 'ie keurig onder het kilometertellertje op z'n stuur geklemd. Het bleef allemaal nog zitten ook. Ik hoefde dus alleen maar te trappen en te sturen, want P. riep wel waar we links of rechts moesten. Ideaal.

De N345 was druk. Auto's en vrachtwagens raasden met veel lawaai voorbij. Stel je voor, dacht ik. Zaterdag is het hier helemaal stil. Geen auto te bekennen. Dan ligt dit strakke asfalt klaar voor ons. Nu reden P. en ik ernaast, op een door boomwortels ondermijnd fietspad. Ik keek naar de provinciale weg naast me en hoorde in gedachten de honderden bandjes er al overheen zoemen.

Op de Zijpenberg ben je nog niet boven als je denkt dat je er al bent. Niet te hard van de Emmapyramide af. Voor je 't weet vlieg je uit de haarspeldbocht; m'n achterwiel slipte nu al weg. Nooit geweten dat Arnhem op sommige plekken net San Francisco lijkt. Terlet bij wind tegen wordt een hel.

"Ben je er klaar voor?", vroeg P. toen we Apeldoorn weer inreden. Ik knikte. Laat maar komen.

zaterdag 11 april 2009

Zes envelopjes

Zo zien je armen eruit als je een koers in het scherpe voorjaarszonnetje rijdt. Benen dito. Maar dat terzijde.

Het industrieterrein van Zuidbroek bood ideale gelegenheid om de sprintkwaliteiten eens te testen. Er waren veel premiesprints (= tijdens een criterium (= rondje om de kerk, of in dit geval om de bedrijfspanden) worden in sommige rondjes geldprijzen toegekend aan de renners die als eerste over de finish komen). Aanvankelijk had ik niet zo door wanneer er nu precies gesprint moest worden. Tot ploeggenoot M. zei dat ik goed op de bel moest letten. Als die gaat, moet je in de volgende ronde sprinten.

De bel ging. M. riep: "Nu gaan Marijn!" Ik ging. En kwam als derde over de finish. Hee! Dat kon dus ook! De bel ging weer. Ik sprintte nog een keer. Eerste! Je benen gingen er pijn van doen, maar dit was wel leuk! Nog twee keer zette ik aan na de bel. Het criterium liep op z'n einde. Ik finishte als vijftiende.

De man bij wie ik m'n startnummer inleverde zei: "Ah, nummer 51! Er ligt hier een hele stapel voor je." Hij bladerde. Eén envelopje. Nog één. En nog één. En nog... zes uiteindelijk. Want ik was blijkbaar ook nog derde geworden in het sprintklassement. Met het stapeltje in m'n handen stond ik een beetje stom te grijnzen naar ploeggenoot M. Ze lachte. "Zie je nou wel dat je moest gaan?"

vrijdag 10 april 2009

Toffee-ijs

"Jij komt ook overal, met dat wielrennen", lachte vriendin A. terwijl ze haar laarzen dicht ritste.

Fietsmaatje X. en ik hadden net bij haar aangebeld. We wilden een ijsje eten in Kampen, waar zij woont, als beloning voor onze inspanningen in het Friese Goënga (lokale uitspraak: Goaiïngea). Daar hadden we deelgenomen aan het
Open Fries Kampioenschap.

Ja, je komt overal. Ook in plaatsen waar je nog nooit van gehoord hebt. Goënga blijkt een idyllisch dorpje in de buurt van Sneek. Met een mooi oud kerkje op een heuvel van gras. Oude grafstenen om het kerkje heen, dit alles omsloten door een muurtje met een gietijzeren hek erop. Daar denderden wij gisteravond een keer of twintig langs, over de klinkers van de hoofdstraat in Goënga. We wonnen allebei de
pompeblêdden-koerstrui niet. Maar dat maakte niet uit, we hadden lekker gereden. Daar was het ons om te doen.

Vriendin A. vond het allemaal maar curieus. Ze lag al in bed toen we aanbelden. "Niks lekkerders dan onder het dekbed liggen twitteren", meende ze. Dat vonden X. en ik dan weer curieus. Gelukkig was de Italiaan nog open, waar we een gezamenlijke interesse vonden in de bak met toffee-ijs.

woensdag 8 april 2009

De Tegel

Even heel wat anders.

In mijn vorige leven als redacteur voor Radio 1 heb ik een verhaal gemaakt over Wybe, die zou sterven als hij geen nieuwe lever zou krijgen. Die documentaire is genomineerd voor De Tegel, zeg maar de 'Oscars van de journalistiek'. Ik moest even hard nadenken waar 't over ging, toen ik een paar dagen geleden het telefoontje van de organisatie kreeg. M'n hoofd zit zo vol wielrennen... Maar leuk is het wel!

dinsdag 7 april
De genomineerden voor de hoogste journalistieke prijs De Tegel zijn bekendgemaakt. (...) De winnaars van De Tegel 2008 worden bekend gemaakt op dinsdagavond 12 mei aaanstaande tijdens het Feest voor de Journalistiek in Muziekgebouw aan ’t IJ te Amsterdam. (...)
Genomineerden Radio – Achtergrond
Gerrit Kalsbeek, Het gelukkige huisdier, serie uitgezonden door De Ochtenden (VPRO)
Gerard Leenders, “Daar zijn wij teg’n”, Een geschiedenis van opkomst en ondergang van de Boerenpartij, serie uitgezonden door OVT/Het Spoor terug (VPRO)
Marijn de Vries, Wachten op een nieuwe lever, uitgezonden door AVRO: Wat nu…? (AVRO)


Lees hier meer.

maandag 6 april 2009

Langzaam dood gaan bij de dokter

De vorige keer vond ik het nog superspannend, de inspanningstest die ik bij de sportarts moest doen.

Nu weet ik wat me te wachten staat. Langzaam sterven op de fiets. Met plakkertjes op m'n borst en rug. En een plastic kapje voor m'n mond. Als ik pech heb, wordt er onderweg ook nog in mijn vinger geprikt, voor bloed.

Maar ik weet morgen wel of ik sterker ben geworden sinds december. En hoeveel precies. Ben benieuwd!

zondag 5 april 2009

Gemangeld

Het valt me zwaar egoïstisch te zijn. Ik wil niemand teleurstellen. Daar had ik altijd al last van, maar met een beetje schipperen wist ik vaak iedereen wel tevreden te stellen. Dat kan nu niet meer. Ik wil wielrenner worden. Niet halfslachtig, maar echt. Dus moet ik soms keihard voor mezelf kiezen en dat vind ik moeilijk.

Ik ga niet naar mijn ouders en mijn broertje op mijn vrije dinsdag, terwijl dat wel afgesproken was. Ik kan gaan, maar alleen als ik 's ochtends vroeg ga trainen en na het douchen meteen in de trein spring. Maar ik ben moe van de lange werkdag ervoor en eigenlijk moet ik ook heel veel andere dingen doen. Natuurlijk begrijpen ze het. Toch voel ik me hartstikke rot als ik de telefoon pak om af te bellen. Want de training overslaan is geen optie.

Vrijdag presenteert collega W. zijn nieuwe boek in Rotterdam. "Je komt toch wel hè, 't wordt een superleuk feest!", roept hij al weken enthousiast. Ik knik en lach, maar denk intussen: shit, hoe moet ik dat nu weer regelen? 's Ochtends vroeg maar een rondje fietsen dan, in plaats van 's avonds, om de benen op spanning te zetten voor de wedstrijd op zaterdag. Maar dan moet ik er heel vroeg uit want ik moet ook op tijd op m'n werk zijn. En verdorie, waarom is dat feestje nou helemaal in Rotterdam, dan kan ik niet lang blijven (ongezellig) en wordt het vanwege de terugreis sowieso laat (balen)...

Op zaterdag staat de jaarlijkse wandeldag met mijn moeder, tantes en nichten gepland. Heerlijk, samen door de Friese natuur sjouwen en uitgebreid bijkletsen. We hebben al een jaar geleden de agenda's bij elkaar gelegd, dus 'niet kunnen' is geen optie. Begrijp me goed: dat vind ík, 't is niet dat mijn familie er zo tegenaan kijkt. Maarja, wedstrijd in Zuidbroek... Met een klont in m'n buik lees ik de mailtjes waarin tantes en nichten schrijven dat het jammer is dat ik er niet bij ben.

Gelukkig kan ik 's avonds nog aanschuiven bij het etentje dat altijd aan de wandeldag wordt vastgeplakt. Maar we zijn ook uitgenodigd voor de verjaardag van vriend B. In Amsterdam. Ik heb al gezegd dat we komen (sukkel!). Op zondag wil ik eindelijk naar mijn ouders. Maar we hebben ook al tíjden geleden met de buren afgesproken om film te kijken. Dat kan niet allebei, want op zondag staat een duurtraining van een kleine vijf uur op het programma. En die ga ik sowieso doen.

L. & A. zijn verhuisd. Nog niet geweest. Voor U. & J. geldt hetzelfde. Hun zoontje M. wordt al weer zo groot, het gaat langs mij heen. Vriendin L. heeft een lastige tijd achter de rug. Niet opgezocht - sterker nog, gemaakte afspraak afgezegd omdat ik moest trainen. Ik probeer al tijden een afspraak te maken met U. en L. samen. Lukt niet. En dan heb ik 't nog niet eens over vriend J. gehad, die zonder mij naar feestjes en concerten moet.

Kloten is het. Hoewel iedereen begripvol reageert, blijf ik me rot voelen. Heen en weer geslingerd tussen mijn ambitie in het wielrennen en mijn familie en vrienden. Topsporter worden, het klinkt leuk en qua prestaties gaat het tot nog toe ook voor de wind. Maar misschien heb ik er toch de mentaliteit niet voor. Ik kan geen schijt hebben aan de mensen om me heen.

vrijdag 3 april 2009

Stom!

Geweldig weer. Goede benen. Helemaal de smaak te pakken.
Waarom is er dit weekend dan helemaal nergens een wedstrijd voor vrouwen die niet de Ronde van Vlaanderen rijden?
Boeh!

woensdag 1 april 2009

Tandarts

Het licht was al uit, de wekker gezet en het dekbed tot de kin opgetrokken toen me ineens iets te binnen schoot. "Shit!", liet ik vriend J. schrikken. "Ik moet morgenochtend naar de tandarts! Om tien over acht al." Zucht. "En ik wilde nog wel een duurtraining naar Hilversum doen."

Vriend J. deed het licht weer aan. "Hoe ga je dat doen dan? Eerst naar de tandarts, terug naar huis, je omkleden en dan pas op de fiets?" Hmmm. Nee, niet praktisch. Gewoon op m'n racefiets naar de tandarts dan maar? "Is dat niet raar, in wielerkleding in de tandartsstoel?", vroeg ik J. "Neeeuuuhhh jooohhh", gaapte hij. "Slapen!"

Het geklikklak van m'n schoentjes klonk wat vreemd op de steriele vloer, maar mijn tandarts keek niet echt op van mijn tenue. "Op de fiets", constateerde ze. "Daar vond ik vroeger niks aan. Maar nu spin ik wel vijf keer per week!" Die tandarts. Dat had ik niet achter haar gezocht. Ik zag haar eerder met een goed boek op de bank, met Bach op de achtergrond. (Doet ze waarschijnlijk ook.)

"Rij je ook wedstrijden?" vroeg ze, terwijl ze met het haakje in m'n mond peurde. "Haahaaa", antwoordde ik. "Goh leuk, mijn man ook! Zaterdag zat ie nog in Arnhem. Hij is elk weekend op pad." Ze zette het polijstmachientje aan. "Eerst dacht ik nog dat het saai zou zijn, elk weekend alleen. Maar ik vind 't heerlijk rustig." Even afzuigen. "Zo, klaar. Zullen we vast een afspraak voor over een half jaar maken?"

Ik bezoek 'r al drie jaar, maar zo spraakzaam maakte ik mijn tandarts niet eerder mee. Waar een onalledaagse outfit al niet toe kan leiden.