dinsdag 31 maart 2009

Mannenbenen

"Je krijgt echte wielrennersbenen", constateerde collega B., de wielerkenner. Ik had een rokje aan, dus hij kon ze goed zien.

Wielrennersbenen?! Ai! Dat betekent bij vrouwen doorgaans vrij stevige exemplaren. Ik weet dat dat de consequentie kan zijn van mijn nieuwe vrijetijdsbesteding. Maar shit zeg, nu al?

"Hoezo?!", reageerde ik dus vrij agressief. B. schrok ervan. "Nou gewoon. Gespierd. Met zo'n bobbel boven je knie." Oh ja. Even vergeten. B. kijkt alleen naar mannenwielrennen. Die hebben zulke benen.

Ik krijg dus mannenbenen. Vooruit. Liever dat dan van die enorme dijen.

maandag 30 maart 2009

Max. 71,7 km/u

Maximumsnelheid 71,7 kilometer per uur. Zo hard durf ik eigenlijk helemaal niet in een afdaling. Vorig zomer in Zwitserland maakte ik me al zorgen als mijn tellertje boven de 60 kwam. Want stel je voor dat je wiel er niet stevig in zit. Of dat je ineens een klapband krijgt.

Gisteren had ik geen tijd daarover na te denken. Ik kon zelfs niet op m'n tellertje kijken (gelukkig maar), want die zit tegenwoordig om m'n pols. D'r schoot zelfs maar één keer tijdens de hele koers 'Fuk, ik ga nu wel heel hard' door m'n hoofd. Maar toen was ik al weer beneden, stond het publiek in Valkenburg te juichen in de bocht naar de Cauberg en begon de klim.

Ik vond 't magisch. Vóór deze koers had ik nog nooit tegen de Cauberg op gefietst. En dan meteen tijdens een wedstrijd, drie keer maar liefst... Het ging me niet slecht af. De derde keer was ik zelfs als een van de eersten boven.

Eigenlijk had ik toen moeten doortrekken. De finish was nog maar drie kilometer. Maar op de hoogvlakte die volgde, stond 'n fikse tegenwind. Ik dacht ineens dingen als 'Dat red ik niet alleen' en 'Beter even op adem komen'. Dat was dom. Want nu kwam ik in een pelotonnetje terecht. En liet ik me uiteraard in 't gedrang voor de eindsprint naar achteren rijden.

Misschien had ik mezelf wel volledig opgeblazen als ik het alleen had geprobeerd. Misschien ook niet. 't Was wel een poging waard geweest. Want nu eindigde ik als laatste van 't groepje. Wat smste ploeggenoot B. (voor al uw raad bij gebrekkige wielerervaring) ook weer, vlak voor de start? Gewoon lekker koersen. Je zult veel leren vandaag.

Lekker gekoerst had ik. Geleerd ook. En voor de uitslag hoef ik me niet te schamen: als 26ste net in de prijzen. En mijn naam staat daar toch best mooi, vind ik, in dat internationale gezelschap van Noorse, Amerikaanse, Belgische, Britse, Franse en Duitse vrouwen.

zaterdag 28 maart 2009

Lek rijden

"Als je lek rijdt, steek je je rechterarm op. Je blijft vooruit kijken. Geen gekke bewegingen maken. Laat je langzaam afzakken uit het peloton. Als je middenin rijdt, kun je het beste ook nog even 'lek!' roepen." Ploeggenoot E. nam de tijd voor de instructies, die voor haar gesneden koek zijn, maar voor mij allemaal nieuw. 

Shit, schoot het een paar dagen geleden 's avonds in bed ineens door me heen, hoe werkt dat eigenlijk als je een lekke band krijgt tijdens een wedstrijd? "Je gaat vervolgens aan de rechterkant van de weg staan. Nee, je hoeft in principe niet zelf je wiel uit je fiets te halen. Dat doen de mannen van de materiaalwagen. Als het lang duurt, kun je wel vast beginnen natuurlijk."

"Niet in paniek raken als je een eind achterop bent geraakt. Stayeren (= uit de wind achter een auto of een ander voertuig rijden) mag niet, behalve als je een lekke band hebt gehad. Ga op de bumper van een van de volgauto's rijden. Niet bang zijn, gewoon door de auto heen kijken naar de weg daarvoor. Als je op adem bent, rij je snel naar de volgende auto. Zo spring je van auto naar auto, tot je weer in het peloton bent. Op eigen kracht red je het misschien wel, maar daarmee verlies je veel te veel energie."

Okay dan. Daar gaan we, naar Limburg. Ben benieuwd.

donderdag 26 maart 2009

Tranen met tuiten

Na vijfenzeventig kilometer door de stortregen voelde ik mijn handen en voeten niet meer. M'n wangen deden pijn van de scherpe druppels. Mijn spieren waren stijf. En ik moest plassen, sinds Bunschoten-Spakenburg al. Maar ik had besloten om van Hilversum naar huis te fietsen, dus dat zou ik doen ook. Al zag het station van Nijkerk er wel verleidelijk uit. Net als het station van Putten een poosje later. En dat van Nunspeet, nog weer verderop.

Niet aanstellen. Doorrijden. En vlug ook, want het werd zo donker. 't Harde, Wezep, thuis. Een klein stukje nog. Maar hee, wat voelde ik...? Oh nee. Lek. Gelukkig had ik een reservebandje. Maar mijn handen waren ín hun handschoenen al zo koud. Het begon te schemeren. En ik moest nog steeds plassen, nodig ook.

Handschoenen uit. Band eraf. Moeizaam. Ongevoelige handen, meteen pikzwart van het remblokjes-smeer op m'n velg. Ik moest vriend J. bellen, want het werd later. De schemering zette nu echt in. Mijn handen bewegen ging bijna niet meer. Laat staan dat ik mijn mobiel kon pakken. Of de lekke band in mijn achterzakje kon opvouwen. Die hangt nu ergens in het bos tussen Nunspeet en 't Harde. Ik moest zo vreselijk nodig plassen. En ik bevroor.

Binnenbandje erin. De buitenband erop gewrot, vingertoppen kapot. Pompen. Dat lukte, tussen het rillen door. Inmiddels was het bijna donker. Wat wenste ik dat vriend J. mij zou bellen, want opnemen ging wel met het knopje aan mijn oordopjes. Hij belde niet. Op de fiets. Klappertandend. Vanwege het zadel hoefde ik even iets minder nodig te plassen. Door het donker werden de fietspaddestoelen moeilijk leesbaar. Hoe kwam ik in 't Harde, verdorie? Steeds weer stoppen, om te kijken. Zere handen. Zere voeten. Waar was nou dat station? "Die kant op, maar het is nog heel ver", hielp een stel hangjongeren me.

Dingdingdingding. Trein net weg. Twintig minuten wachten. Vriend J., bel nou alsjeblieft... Ik kreeg m'n handschoenen niet uit. En kon m'n plas bijna niet meer ophouden. Gevoelloze vingers toetsten m'n pincode. Treinkaartje. Rillen, rillen, rillen. Telefoon. "Liefje, waar blijf je nou? Het is al donker. De boerenkool staat klaar!"

BOEHOEHOEHOEHUUUUUU! Tranen met tuiten. Vriend J. schrok zich te pletter, dacht op z'n minst dat ik met een gebroken been in het bos lag, of erger. "Dames en heren, de stoptrein naar Zwolle vertrekt over enkele minuten." Ogen dicht, armen strak om mezelf heen. Nog even.

dinsdag 24 maart 2009

14 x de Knobbel

Het recept van vandaag:

  • 50 minuten wind mee
  • 14 x de Knobbel vanaf de steile kant, waarvan 7 x submaximaal en 7 x maximaal
  • 14 x de Knobbel vanaf de lange kant om te herstellen, dit keer zonder wilde zwijnen
  • 55 minuten wind tegen
  • 3 Snelle Jelles erin
  • 2617 kilocalorieën eruit
  • 100 kilometer op de teller
En dat alles in het goede gezelschap van een van Neerlands beste atleten op de lange afstand. Die heel behoorlijk bleek te fietsen voor een hardloper. Respect!

zondag 22 maart 2009

De eerste keer voor 't echie

't Was dat ploeggenoot B. me smste: Achtste! Prijs gewonnen! Bij het inleveren van je startnummer krijg je geld mee. Anders had ik Huijbergen vanmiddag verlaten zonder het envelopje dat ik verdiend had met mijn klassering in het criterium aldaar.

Dan blijkt maar weer wat een groentje ik in de wielerwereld ben. Geen idee van dit soort dingen, ik dacht eigenlijk dat alleen de eerste drie een bos bloemen en kussen van de rondemiss kregen. (Raar hoor, dat er bij vrouwenwielrennen ook rondemissen zijn. Doe mij maar een lekkere rondemister.)

Ik voelde me eigenlijk de hele wedstrijd een groentje. Zat ik eindelijk voorin het peloton, kwam er een bocht, snee ik 'm niet goed aan of kneep ik teveel in m'n remmen, lag ik weer helemaal achterin. Op de rechte stukken aanzetten als een idioot, om maar weer voorin te komen. En bij de volgende bocht herhaalde dit grapje zich.

Wat een gehark. Geen wonder dus dat ik de slag gemist had (= niet meerijden in de beslissende ontsnapping). Ik had 'm niet eens gezien, want ik hing op dat moment ergens aan de staart van het peloton. Zeven waren er weg. Een kopgroep die al snel anderhalve minuut uitliep. Wat is dan het hoogst haalbare? Een achtste plaats. Maar als ik zo bleef klooien, zat dat er natuurlijk niet in.

Op de een of andere manier geraakte ik in het voorlaatste rondje toch voorin. Er werd gedemarreerd, ik haakte aan. Als derde ging ik de bocht door om aan het laatste rondje te beginnen. Ik reed de twee vrouwen voor me voorbij. Wachtte nog even met omkijken, want het is zo jammer om dan te zien dat je het hele peloton op sleeptouw hebt. Toen ik uiteindelijk keek, reed ik alleen. Hè?! Alleen?! Rijden! Het gat werd steeds groter. Nog twee kilometer te gaan. Nog een keer omkijken. Nee, ze kwamen echt niet.

Moet je juichen als je als achtste, in je eentje, over de meet komt? Ik stak m'n hand maar in de lucht. "We zaten niet zo op jou te letten, we hielden vooral Flexpoint in de gaten", zeiden de vrouwen die het peloton controleerden (= ervoor zorgen dat de kopgroep wegblijft) naderhand.

Met de uitslag mag ik best tevreden zijn als debutante, maar wat moet ik nog veel leren. Gelukkig smste ploeggenoot B. weer: Neem volgende week je aantekeningenboek mee. Zal je alles uitleggen.

vrijdag 20 maart 2009

Vriend J. is trots

Dat wielrennen van mij lijkt wel heel leuk en aardig, maar 't is lang niet altijd een pretje voor vriend J.

Ik ben veel minder thuis. Ik ben vaker moe. En van onze grote hobby, namelijk samen uitslapen, komt de laatste tijd erg weinig terecht. Want ik moet trainen.

Hij heeft het grootste recht om flink te balen. Dat doet ie soms ook. Maar hij is ook trots. En daar moet ik dan weer van blozen.


Trouwens, vriend J. schrijft niet alleen columns, maar ook boeken. Vandaag ligt zijn eerste in de winkel! Hardloper Huizenga, het verhaal van een vergeten wonderatleet. 't Gaat over een legendarische hardloper van voor de Tweede Wereldoorlog. Gaat dat lezen!

woensdag 18 maart 2009

Ontmoeting met een wild zwijn

Goed inprenten: ga nooit in het donker trainen op een weg zonder straatlantaarns. Ga zéker nooit in het donker op de Veluwe trainen op een weg zonder straatlantaarns.

(Wat een muts, die Marijn, zult u ongetwijfeld denken, lieve lezer. U heeft gelijk, natuurlijk. Maar de drang om ook na een lange dag werken nog goed te gaan trainen is soms sterker dan het gezond verstand. Ik had zo'n zin in een pittige training heuvelop. Dat kan bij ons alleen op de Veluwe. Vandaar.)

Ik had een goed lampje op m'n fiets. Dus de weg kon ik prima zien. Maar met auto's met groot licht had ik geen rekening gehouden. Deden zij trouwens ook niet met mij. Volledig verblind matigde ik mijn snelheid tot slakkengang - om maar niet van de weg te raken. Toch bleef ik ineens met m'n voorwiel in een molshoop in de berm steken. Beter maar helemaal stilstaan dus tot het groot licht voorbij was. Best irritant, want effectief trainen, ho maar.

Toch haakte ik pas definitief af toen ik in het schijnsel van de koplampen plotseling een wild zwijn zo groot als m'n fiets vlak voor me zag opduiken. Ik schrok me te pletter. M'n benen vulden zich met blubber. Het zwijn scharrelde wat op het fietspad en kuierde toen rustig de berm in. 't Keurde mij geen blik waardig. Heel voorzichtig reed ik voorbij, om er vervolgens vandoor te sprinten. Werd 't toch nog een effectieve training, met een héél hoge hartslag.

Gelukkig is het bijna zomertijd.

zondag 15 maart 2009

Hulde aan de kachelpijpen

Hulde aan de kachelpijpen! Ze bewezen wederom trouwe dienst vandaag. Zelfs 10% heuvelop (voor de kenners: de Motieweg) gingen ze heel prima achter de zwanen aan.

Maar je hebt natuurlijk altijd baas boven baas. Zo schijnt er een postbode te zijn die op de fiets van de baas, mét fietstassen vol post, Michael Boogerd zoek rijdt op de Cauberg. Tenminste, dat zegt hij...

Na de training van vandaag stond de mecanicien weer klaar met emmer en sop. Ik durfde mijn fiets er niet nog een keer bij te zetten. Vond ik wel heel brutaal. Met als gevolg dat m'n karretje al uren buiten in de kou staat en ik me nu echt bij hem moet voegen voor een poetsbeurt. Vooruit maar. Hij heeft het tenslotte dubbel en dwars verdiend!

zaterdag 14 maart 2009

Mijn arme fietsje

gewicht 64,3 - ochtendpols 51 - getraind: 5 uur duurtraining

't Eerste wat ploegleider Michael deed toen hij mijn fiets zag, was met een brede grijns net doen alsof hij 'ie niet te tillen is. Vervolgens vergeleek hij m'n karretje met een stel kachelpijpen. "Handig hoor zo'n stevige fiets. Als er een auto overheen rijdt, is er niks aan 't handje. Kun je zo verder rijden!"

Arm fietsje, wat werd 'ie belachelijk gemaakt. Toegegeven: hij was ook best een lelijke lompe eend tussen al die prachtige zwanen van de meiden waarmee ik vandaag ging rijden.

Intussen had Michael wél vlug de remmen getest en m'n fiets even lichtjes laten stuiteren. Voor ik er erg in had, schoof hij 'm door naar de mecanicien, met de opdracht de speling uit het balhoofd (alweer) te halen.

M'n fietsje trok zich - robuust als ie is - niks van alle beledigingen aan en deed trouw dienst vandaag, vijf uur lang.

Als beloning kreeg hij dezelfde behandeling als de zwanen. Hij werd liefdevol gepoetst, gedroogd, nagekeken en geolied. Zonder dat ik het wist. Daar stond 'ie, blinkend en wel, zonder dat ik een vinger had uitgestoken. Klaar voor nog een dagje met Leontiens ploeg, morgen!

vrijdag 13 maart 2009

Hilversum - Zwolle

video

woensdag 11 maart 2009

Lakschoentjes

gewicht 63,7 - ochtendpols 51 - gesport: duurtraining Hilversum-Zwolle; gisteren: 2 uur interval

Ik vind dit (klik!) dus ge-wél-dige raceschoenen. Lakschoentjes. Zo over de top, dat alleen Italianen er fatsoenlijk mee wegkomen. En de beste wielrenster van Zwolle en omstreken, die mag ze ook aanhouden. Want zij won er Qatar mee.

Vroeger wilde ik al zo vreselijk graag lakschoentjes. Liefst zwarte. Met glimmende neuzen en klakkende hakjes. En een bandje over de wreef. De Scapino verkocht ze echt heel goedkoop, vertelde een vriendinnetje, die natuurlijk wel van die elegante stappers had.

Ik kreeg altijd
stevige schoenen, voor stoere meisjes. Want dat was ik immers. Een stoer meisje. Bovendien horen kindervoeten in goede schoenen, en niet in van die goedkope troep, vond mijn moeder. Hoe ik ook zeurde en hoeveel tranen ik ook huilde, ik kreeg ze niet.

Nee. Ik moest al lang blij zijn met mijn nieuwe klittebandschoenen. Want die waren echt heel onpraktisch. Als er zand tussen kwam, klitte het niet meer. Maar vooruit. Die mocht ik dan voor deze ene keer wél, omdat ik ze zo graag wilde. Nog nasnokkend trok ik de bandjes open en dicht, open en dicht. Dat scheurende geluid klonk toch ook best lekker.

Misschien vind ik ze daarom wel zo mooi. Kennelijk willen ook stoere meisjes toch één keer in hun leven het genot van lakschoentjes aan hun voeten smaken.

zondag 8 maart 2009

Kievitsei

gewicht 64,2 - ochtendpols 52 - gesport: 2 uur 50 minuten duurtraining op de weg; gisteren: trainingswedstrijdje Hattemerbroek + 1,5 uur extra duurtraining

Met een stevige bries in m'n rug waaide ik vanmiddag zó van Bussum naar Zwolle. Vierennegentig kilometer wind mee door de kale polder.

Rechts van me kabbelende golfjes. Links gras. Zon. Strakblauwe lucht. Op mijn koptelefoon de radio, die ieder half uur het nieuws van de dag herhaalde: "In de polder bij Eemnes is vanmiddag om kwart voor twaalf het eerste kievitsei gevonden."

Bij Zeewolde liepen ganzen op het fietspad, die naar me bliezen. Vlak voor Elburg zaten groepjes konijnen in de berm die allemaal nog even wilden oversteken voor ik langs kwam. Ze moesten snel zijn, want ik vlóóg.

Ik kwam geen mens tegen. Had niemand het door dan? Het wordt lente!

vrijdag 6 maart 2009

Dertigerssyndroom

gewicht 64,8 - ochtendpols 52 - gesport: rustdag

"Ik heb het gevoel dat dit wielrenavontuur 'n beetje een vlucht voor je is", zei vriendin L. voorzichtig tijdens de koffie. We hadden een maaltijdsalade gegeten in een restaurantje in Hilversum. "Ik bedoel het niet vervelend hoor!", voegde ze er snel aan toe.

Ik dacht na. Loop ik weg voor mijn verantwoordelijkheden? Ik zie iedereen om me heen zich settelen, zoals het een rechtgeaarde dertiger betaamt. Dat lag ook voor mij in de lijn der verwachting. Toen kwam het wielrennen. Maar is dat een vlucht voor het koophuis, het samenwonen en het krijgen van kinderen? Nee, volgens mij niet. Want ik heb er goed over nagedacht, en het ook uitgebreid met vriend J. besproken.

Toch heeft vriendin L. niet helemaal ongelijk. Vorig jaar betrapte ik mezelf regelmatig op de 'Is dit het nu'-gedachte - typisch voor dertigers, schijnt. M'n leven staat op de rails. En nu? Daar waar anderen op dat 'Is dit het nu'-punt een kind krijgen of juist hun relatie uitmaken, stapte ik op de fiets. "Je bent gewoon een beetje tegendraads", constateerde vriendin L.

Klopt. Eigenlijk wil ik liever toch nog even niet helemaal volwassen worden.

donderdag 5 maart 2009

SchoolTV

gewicht 65,4 (?!) - ochtendpols 55 (te hard getraind gisteravond) - getraind: 2 uur interval op de Tacx; gisteren: 3 kwartier krachttraining, 1 uur en 3 kwartier spinning

Het eerste wat ik tegenwoordig doe als ik 's ochtends wakker word, is uit het raam kijken. Of nee, eigenlijk doe ik daarvóór nog een schietgebedje. Laat het alsjeblieft droog zijn...

Vanochtend plensde het. Dus heb ik mijn Tacx maar weer eens opgetuigd. De laatste keer dat ik erop zat, vond ik een hel. Zelfs met mijn favo serie Lost erbij trok ik het bijna niet. Doordat mijn fiets helemaal gefixeerd staat in dat apparaat, kreeg ik overal last van. Kont, rug, schouders. Dan pas merk je hoeveel er (los van je benen natuurlijk) beweegt als je buiten fietst.

Maar nood breekt wet. Dus zat ik om 8.30 uur lekker zwetend voor SchoolTV, het enige pruimbare tussen al het homeshoppinggeweld. De ietwat overactende Fahd legde uit hoe klokken werken. En Joël met blingbling in z'n oren rapte de snel verveelde vmbo'er door een filmpje over waterzuivering. Leuk hoor, die gezellige jonge allo's die het hedendaagse SchoolTV presenteren, jeweettoch!

Kennelijk voert SchoolTV ook richting middelbare mannen een positief discriminatiebeleid, want de 'vasthoudende misdaadjournalist' John van den Heuvel bleek het behoorlijk leuke programma Wie is de dader? te presenteren. Goh, wat zal Peter R. jaloers zijn.

Voor ik 't wist waren de twee uur intervaltraining om. Jammer van al die spannende dvd-series die ik speciaal voor het binnen fietsen heb ingeslagen. Ze kunnen de prullenbak in. Kinderprogramma's, die zijn tha bomb!

maandag 2 maart 2009

Agenda item

Jeuh! Ik mag - als alles goed gaat - starten in de Ronde van Gelderland, mailde de ploegleider net. M'n eerste echt grote wedstrijd!

zondag 1 maart 2009

Zwalkende grijsaard

gewicht 64,9 - ochtendpols 51 - getraind: trainingswedstrijdje Enter; gisteren: 3,5 uur op de weg met de ploeg

Vanochtend reed ik een wedstrijdje rond 't Grote Gat in Enter. Zo wordt de visvijver aldaar in de volksmond genoemd. Vanwege die naam alleen al had ik enorm veel zin: de Ronde om 't Grote Gat. Schitterend. Romantischer kan wielrennen niet klinken.

Zo goed als het vorige week ging, zo slecht ging het vandaag. Wij vrouwen reden opnieuw tussen de junioren - aan hun veulenachtige gedrag was ik sinds vorig weekend wel 'n beetje gewend.

Na anderhalve ronde kwamen we een peloton masters (= oude(re) mannen) achterop. Junioren snijden je, maar doen dat niet opzettelijk of om lastig te zijn. Masters doen dat wel. Als je dan zegt: hee, hou je lijn es (= niet slingeren en/of plotseling uitwijken) kun je rustig nog een duw toe krijgen. Zo doen ze trouwens ook onderling. Ze meppen elkaar zelfs, zag ploeggenoot K.

Binnen de kortste keren zakte ik naar de staart van 't peloton. Hevig mopperend op mezelf ("Waarom laat je je steeds zo aftroeven, trut?!") probeerde ik telkens opnieuw naar voren te rijden. Maar steeds zat zo'n zwalkende grijsaard me in de weg. Hevig gefrustreerd draaide ik mijn zeven rondjes. 't Grote Gat romantisch? M'n reet!

Ik moet nog zoveel leren.