vrijdag 27 februari 2009

Slechte vriendin

gewicht 64,8 - ochtendpols 52 - getraind: gisteren sprinttraining, vandaag rust

Kijk, dit is dus zo'n dilemma waarvan ik dacht dat ze ongetwijfeld zouden opduiken. Een mailtje van vriendin U.:

In het weekend van 7 en 8 maart verhuizen wij van B. naar D. Op die zaterdag en zondag willen we alle spullen uit het huis in B. in de vrachtwagen laden en in D. weer uitladen. Zondag doen we wat er nog is overgebleven, plus eventueel sauzen in het nieuwe huis. Als jullie mee willen helpen, zou dat helemaal geweldig zijn.

Toen ik ging samenwonen, zijn U. en haar vriend J. een weekend lang in touw geweest. In het holst van de nacht stonden ze al voor de deur om een bus vol te stouwen met mijn zooi. J.'s schaafwonden van mijn kast die niet door het trapgat wilde, hebben zijn handen nog wekenlang ontsierd. Ze hielpen schilderen en poetsen in ons nieuwe huis tot hun armen eraf vielen.

En nu moet ik U. laten weten dat ik maar een middagje helpen kan. "Joh, dat is toch helemaal niet erg? Jij moet trainen. Dat begrijp ik toch!" Dat gaat ze zeggen. En ze meent het nog ook. Dat maakt U. zo'n geweldige vriendin.

Maar ik voel me er wel k*t over. Zij staat altijd voor mij klaar. Ik niet voor haar. En waarom niet? Omdat ik moet fietsen. Belachelijke reden, toch?

dinsdag 24 februari 2009

Zomaar een dinsdagmiddag

gewicht 63,9 - ochtendpols 53 - training: 2,5 uur op de weg

Vanmiddag stond ik onder de douche bij de wereldkampioene thuis. Wauw. Dacht ik. Zie mij nou staan hier. Haar moeder had een handdoek voor me klaargelegd. En een badmutsje, zodat mijn haar niet nat zou worden. "Daar staan douchecrème en shampoo. Gebruik maar wat je nodig hebt, hoor!"

Na het douchen stonden een schaaltje koekjes klaar, en een bord fruit. Banaan, appel, sinaasappel. Allemaal geschild en in stukjes gesneden door de moeder van de wereldkampioene.

Haar vader was buiten met de fietsen bezig. Toen ik eerder op de middag aankwam had hij achter het raam gestaan. En gewezen: kom maar achterom! De tv stond aan; de wereldkampioene wilde nog even naar de herhaling van Holland Sport kijken. Dat kwam goed uit. Ik had onze uitzending gisteravond ook niet zo goed gezien.

Toen gingen we fietsen.

Ik had beroepshalve het een en ander te vragen. Maar al snel ontwikkelde zich zo'n leuk gesprek, dat ik af en toe even bewust naast me moest kijken. Naar dat gezicht dat ik vooral van televisie ken. Naar die fiets met haar naam op het frame. En die regenboogtrui.

Wauw. Ik fietste daar zomaar naast de beste wielrenster ter wereld!

zondag 22 februari 2009

Fietsen als een kerel

gewicht 63,8 (weegschaal pa&ma klopt volgens mij niet) - ochtendpols 52 - gesport: straks 2 uur op de weg; gisteren: trainingsklassieker Sleen (thuiswedstrijd!)

Ik heb mijn debuut gemaakt in het vrouwenpeloton. Weliswaar nog niet officieel, want het was tijdens een trainingswedstrijd. In Sleen. Da's bij mijn ouders om de hoek, dus een thuiswedstrijd. Het ging best goed. Ik was derde!*

Of eigenlijk tweede. Zeiden sommige mensen. Want de renster die won, is niet helemaal een vrouw. Ze is een omgebouwde kerel. Ik vond ook al dat die grote dame voor me wel een erg mannelijke kont in haar roze broekje had. Pas na de finish zag ik haar van de voorkant.

Tsja. Toegegeven, mijn eerste reactie was: niet eerlijk! Natalie heeft dan wel borsten en slikt vrouwelijke hormonen, maar verder heeft ze een mannenlichaam. Ze is nogal groot en grof voor een vrouw. Ze heeft geweldige kuiten. Als ze sprint, kan geen vrouw haar wiel houden. En dat mag zomaar, tussen de 'echte' vrouwen?

Aan de andere kant vind ik het best knap. Natalie heeft heel wat te verduren in haar witroze wielertenue, tussen de vrouwen. Want reken maar dat er over haar geroddeld en op haar gescholden wordt. Ze trekt zich er niets van aan. Ze fietst. En hard ook. Met opgeheven hoofd staat ze op het podium, terwijl ze donders goed weet wat er over haar gezegd wordt. Dan moet je wel sterk in je schoenen staan.

Maar mocht Natalie veel wedstrijden gaan winnen dit seizoen, dan vrees ik dat ik regelmatig in mijn eerste reactie verval. Want ze heeft toch echt voordeel van dat lichaam dat jarenlang man is geweest. Lijkt mij. Oneerlijk!

*In het klassement staat vierde, maar de dame die op papier voor me staat, finishte in werkelijkheid achter me. Blijkt uit de foto's.

vrijdag 20 februari 2009

Huishoudbeurs

gewicht 65,1 - ochtendpols 51 - gesport: niet; gisteren: ruim 3 uur wegtraining

Ik voel me nog niet echt een wielrenner. Behalve in een trein die uitpuilt van de huishoudbeursvrouwen en hun dito tassen met goodies. Dan vind ik mezelf wel een wielrenner.

Voor wielrenners is staan slecht. Wielrenners moeten hun benen rust gunnen. Ze voelen zich dus niet schuldig als ze blijven zitten, terwijl de huishoudbeursvrouwen met hun huishoudbeurstassen puffend in het gangpad staan. Wielrenners trekken zich niks aan van de verwijtende 'sta eens op voor een oudere dame'-blikken. Wielrenners gaan desnoods met een stalen gezicht illegaal in de eerste klas zitten, als de trein door de huisvrouwen en hun tassen té vol is geworden. Ze doen alsof hun neus bloedt als iemand met een eerste klas kaartje vakkundig die ene donkere jongen die vast geen duur kaartje kan betalen, uit zijn stoel jaagt. En wielrenners vertrekken geen spier als een andere eerste klas-gerechtigde dreigend roept dat overige 'illegale stoelbezetters' ook moeten ophoepelen.

Hm. Wielrenners zijn eigenlijk best asociaal. Maar ja. Dat is topsport.

woensdag 18 februari 2009

Liedje in m'n hoofd

gewicht 64,6 - ochtendpols 51 - gesport: vanavond sportschool; gisteren: 2u15min op de weg

Is deze winter nu echt langer en kouder dan andere winters? Ik ben meer buiten dan ooit, dat vertekent misschien mijn beeld. Maar ik heb mijn buik er wel vol van.

Ik heb geen zin meer in handen die ik niet meer voel, verkleumde voeten ondanks twee paar overschoenen, een hagelbui horizontaal in m'n gezicht, windkracht 6 tegen, versteende benen door natte sneeuw, slush puppie in m'n bidon, koud nat zweethaar in m'n nek, een loopneus, drek op m'n gezicht en in m'n ogen, na ieder ritje opnieuw m'n fiets poetsen, pekel die m'n wangen uitbijt, een natte streep van door mijn achterwiel opgespatte modder op m'n kont, zand in de wasmachine en hectoliters heet douchewater verspillen om weer warm te worden.

Toch stop ik niet, ik blijf fietsen. Al weken begeleidt door hetzelfde liedje. Soms in z'n geheel, vaak slechts de eerste zin, af en toe zelfs alleen maar brokjes daarvan: Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over z'n stuur tegen de wind... Zichzelf een weg baant...

Ik ben een beetje teleurgesteld in mezelf. Er bestaan ontelbaar veel liedjes en bij mij zit juist het grootste cliché van allemaal in m'n hoofd. Maar het helpt wel.

Met rotweer en een harde wind dan gaan we fietsen met dat kind!

zondag 15 februari 2009

Schrale lippen

gewicht 64,7 - ochtendpols 50 - gesport: 2,5 uur mtb in het bos; gisteren: trainingswedstrijdje op 't Loo

Van lang wielrennen krijg ik schrale lippen. Een typisch vrouwenkwaaltje. Gelukkig is er vaseline. Dat helpt. Ik heb dit potje voor de ene lippen, en dit potje voor de andere*.

Er was een tijd dat ik niet wist van vet voor de onderste lippen en me radeloos afvroeg hoe andere vrouwen dat toch doen, zo lang op het zadel zitten. Of was ik misschien de enige die er last van had? Leontien van Moorsel zelf hielp me uit m'n gepieker. In een interview klaagde ze luidkeels over haar pijnlijke zitvlak. En niet lang daarna zag ik een fanatieke spinster in de kleedkamer ongegeneerd met een potje vaseline in de weer. Aha!

(Voor de niet-wielrenners onder u die dit stukje in opperste staat van verbazing of wellicht enigszins geshockeerd lezen: niet alleen vrouwen hebben dergelijke klachten. Mannen ook. Bij hen heet het de 'derde bal': een steenpuist, knelbult of derde bal is een zwelling ter grootte van een ei onder de balzak, een ophoping van vocht met afgestorven cellen in of onder de huid. Dat schijnt
een hel te zijn.)

Terug naar de lippen. Het probleem met de schraalheid van het onderste paar is dat de klachten na een lange dag op de fiets vaak enige tijd aanhouden. Dus als je de volgende ochtend weer op het zadel klimt, moet je extra veel smeren. Als je pech hebt is het warm en zweet je veel. Dan is het vet zo verdwenen en schrijnt het des te meer. Leontien had het in het bewuste interview niet voor niets over - als ik het me goed herinner - rauwe rosbief.

Een goede koersbroek kan het leed enigszins verzachten. Maar ik heb er nog nooit eentje gevonden die alle klachten wegneemt. Het kan natuurlijk ook aan het zadel liggen. Sinds ik met vrouwen fiets, zie ik
dit zadel steeds vaker. Vorig weekend heb ik er even op zo eentje gezeten. Ik moet zeggen dat ik geen centje pijn voelde, terwijl ik toen al heel wat uurtjes onderweg was. Misschien is zo'n zadel wel dé oplossing. Maar ik heb ook verhalen gehoord over pijnlijke stuitjes door een zadel met een spleet. Lijkt me ook niet prettig.

Nog maar even door modderen dus. Of beter: door smeren...

*D'r is ook speciale broekenvet op de markt. Heb ik nog nooit gebruikt. Want mijn vaseline is 'lip therapy'. En lippen zijn lippen.

vrijdag 13 februari 2009

De ploeg

gewicht 65,3 - ochtendpols 54 - gesport: 1 uurtje losfietsen; gisteren: 1 uur krachttraining


















woensdag 11 februari 2009

Afvallen

gewicht 64,9 - ochtendpols 54 - gesport: nog niet; gisteren: 2 spinninglessen achter elkaar

Vriend J. vindt me een beetje bottig worden. Niet mijn gemoedstoestand gelukkig, maar mijn lijf. Nu heeft hij daar geloof ik wel gelijk in. Ik heb het gevoel dat mijn vetgehalte inmiddels al wat lager is dan de 19,9% die de sportarts in december mat.

Dat moet ook. Ik kreeg vanochtend een mailtje van mijn trainer dat mijn vetpercentage eigenlijk naar onder de 18% moet. Slik. Zou ik daar al zitten? Of moet er nog veel af?

Ik vorm samen met vriendin L. en vriendin U. al jaren de sportieve tietjesclub. (U.'s tijdelijke royement wegens zwangerschap is inmiddels opgeheven.) Nu ben ik een van de weinige vrouwen die er geen moeite mee heeft dat ze achteraan stond toen de borsten werden uitgedeeld, maar mijn tietjes worden de laatste tijd wel héél sportief. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Mijn benen daarentegen hebben behoorlijke uitstulpingen gekregen. Ze zijn niet per se dikker geworden, maar wel anders gevormd. Bovenop en aan de achterkant zitten grotere bulten dan voorheen. En iets zachts is er ook niet meer aan te ontdekken.

Fascinerend hoe mijn lichaam verandert. En hoe ik gefocust raak op pijntjes en andere dingen die niet lekker voelen. Ik zit veel meer 'in mijn lijf'. Vandaar dat ik ook denk dat mijn vetpercentage de laatste weken al wat gezakt is, en dat ik vast op een procent of 19 zit nu.

Of hou ik mezelf voor de gek en wil ik gewoon liever niet afvallen?

maandag 9 februari 2009

Nat asfalt

gewicht: 64,3 - ochtendpols 49 - gesport: rustdag; afgelopen weekend: trainingskamp met de ploeg + trainingswedstrijdje op 't Loo

Zelden zag ik zoiets treurigs als een verse valpartij.

Niet het moment van vallen, want dat zie je nauwelijks omdat je zelf in het peloton rijdt. Je hoort het alleen. Geschreeuw, geschraap, gekletter. Als je vóór de valpartij zit weet je: niet omkijken, doorrijden, misschien ben je wel 'weg'.


Als je ná de valpartij zit en voldoende tijd hebt om te denken: kùùùùùùùt, remmen nu, remmen remmen remmen, het regent en de weg is nat en glad, maar je móet nu remmen dan zit je er net ver genoeg achter om overeind te blijven. Met je neus op je voorwiel sta je stil, vlak achter de laatste gevallene.

Dat moment. Het geschreeuw ijlt weg en wordt gekerm. De renners staan nog niet op, ze kijken versuft om zich heen. Er lijken meer verwrongen fietsen dan mensen op het asfalt te liggen. Ondanks de harde regen stijgen er een geur van verschroeid rubber en een rookwolk uit de valpartij op.

In mijn korte wielercarrière heb ik nog niet veel valpartijen van zo dichtbij geobserveerd, maar een rookwolk zag ik die paar keer steeds. Een nieuwe gewaarwording. Rookwolken zie je tijdens valpartijen op tv namelijk nooit. Maar ik krijg de indruk dat ze er wel bij horen.

Een rondje verder staat er op de plek van de valpartij misschien nog een auto met alarmlichten om de laatste gewonde of kapotte fietsen af te voeren. Nog een rondje verder is er niks meer te zien. Alsof er nooit iemand gevallen is.

zondag 8 februari 2009

Zeg het als ik stink, deel 2

Smsje van collega B., de wielerspecialist:

Stinken heeft met vorm te maken volgens soigneur Dirk Nachtergaele. Museeuw stonk als een otter voor een grote overwinning. Kortom: je bent op de goede weg!

donderdag 5 februari 2009

Zeg het als ik stink

gewicht 65,3 - ochtendpols 53 - gesport: 2,5 uur duurtraining op de weg

Volgens mij is de geur van mijn zweet veranderd sinds ik zoveel train. Toeval? Of gebeurt dat gewoon als je meer gaat sporten? Mijn lichaam verandert, dus waarom mijn geur dan niet, zou je zeggen.

Mijn nieuwe zweet stinkt alleen nogal vies. Zo'n echt smerig vrouwenluchtje: uien of zo. Scherp en zuur. Jech.

Vroeger, op de middelbare school, had ik een klasgenoot die altijd stonk. Vooral na de gymles, dan vulde het hele lokaal zich met haar lucht. We hebben er talloze malen over gediscussieerd wie haar daar, met een bus deo in de hand, op attent zou maken. Niemand durfde.

Ook toen al dacht ik: als ik zo vies zou ruiken, zou ik dat willen weten. Hoe genânt zo'n mededeling ook is.

Dus zeg het alsjeblieft als ik stink.

dinsdag 3 februari 2009

Arniflor

gewicht 64,5 - ochtendpols 54 - gesport: krachttraining en cardio in de sportschool; gisteren: 2 uur duurtraining op spinningfiets

Arniflor, oh Arniflor!
Geliefde Vallen en stoten-gel!
Ik smeer je uit op mijn gekwetste vel
Het inmasseren kan ik maar net velen
'k Geloof heilig dat je mijn bil zult helen
Oh, mijn beminde Arniflor

zondag 1 februari 2009

Dikke bil

gewicht 64,7 - ochtendpols 58 - gesport: 2 uur mtb in het bos; gisteren: trainingswedstrijdje

Nou, het begint lekker. Gisteren gevallen tijdens m'n eerste wedstrijdje. Een trainingswedstrijd was het, in de zogeheten voorjaarscompetitie, tussen voornamelijk mannen. Een uur lang rondjes van een kilometer of drie. Dan de slotronde, en dan sprinten.

De laatste 200 meter. Ik zag de finish al. Ik hoopte nog naar de voorste vrouwen toe te sprinten. Ik schoof m'n fiets naar de linkerkant van de weg. Zette aan en... daar reed ineens een heel langzame jongen. Ik remde nog, maar het was te laat.

De schade: een krom stuur. Een stukgeschuurd zadel. Een verbogen derailleur. Vette speling in m'n balhoofd. En een stuk uit m'n helm, plus barsten erin.

De pijn: een dikke hand (de andere). Een blauwe elleboog. Een schaafwondje op m'n rug. En vooral een dikke rechterbil. Een heel dikke rechterbil. Au.

Volgende week een nieuwe kans.