Vanmiddag kwam vriendin U. met zoon Max langs. Max is bijna acht maanden. Hij lacht oogverblindend, met die lange wimpers van 'm. Hij brabbelt, schopt met z'n voetjes, draait met z'n handjes en kwijlt veel. Dat zijn de tandjes, zeggen de alleswetende moeders en grootmoeders.
U. is mijn eerste vriendin met kind. Best raar. Ineens zeult ze met luiertassen, spuugdoekjes en rammelaars. Zo ken ik haar niet. Gelukkig is ze een moeder met een bescheiden roze wolk, ze heeft ook nog aandacht voor andere onderwerpen.
Tuurlijk heeft vriendin A. ook twee meiden. Maar zij is een paar jaar ouder en ik ken haar eigenlijk niet zonder. Dat is dus minder raar. Wel weer gek: vriendin N. is zwanger; mijn kleine blonde studievriendinnetje met een dikke buik. De buren hebben al een dochter. En over een week of drie komt kind nummer twee. Hoe mijn vriendenkring zich gaat gedragen, bleek vanmiddag. Buurvrouw K. belde aan, met dochter Janne van zestien maanden (je schijnt bij die kleintjes in weken of maanden te rekenen, niet in jaren) in haar kielzog. Ze zag dat U. er was met Max. Op ons laatste feestje hadden die twee, de enige moeders in 't gezelschap, uren met elkaar gepraat. Raadselachtig hoeveel ze met elkaar te bespreken hadden.
"Kom Janne, we gaan even naar Max kijken!", wenkte K. haar dochter, die nog een beetje draalde bij de deur. Jaloersmakend geroutineerd begon de buurvrouw met Max te babbelen. Janne kwam er even later nieuwsgierig bij. "Geef Max maar een kusje!" En hop, daar dook Janne in de maxicosi. Ze kuste Max wat onhandig op z'n voet. Maar toch. Schattig.
Daar begint het dus mee. De buurvrouw en vriendin U. kennen elkaar nauwelijks. Maar ze delen iets dat kennelijk zo krachtig is, dat ik er in mijn eigen huis een 'ze stond erbij en ze keek ernaar'-gevoel van kreeg.
Binnenkort hebben al mijn vriendinnen kinderen. Het schijnt geweldig te zijn, als ik de jonge moeders mag geloven. Zelfs Leontien van Moorsel noemt de geboorte van haar dochter Indy mooier dan al haar titels bij elkaar.
En ik zou gaan fietsen?