donderdag 7 mei 2009

Ei

"Zo, dat is me nog eens een hematoom!", roept de sportarts enthousiast als ik mijn broek laat zakken. Hij bedoelt het ei op mijn linkerdij. Dat is inderdaad nogal een zwelling, met iedere dag uitdijend paars, groen en geel er omheen. Hij duwt er voorzichtig op. De bult golft een beetje. "Vocht", constateert hij. Hij bevoelt de spieren er omheen. En zegt dan: "Ik denk niet dat er een breuk is hoor. Maar je bent zo hard terecht gekomen. Dus laat voor de zekerheid toch maar even een foto van je bekken maken."

De wachtkamer van de röntgenafdeling zit stampvol. Ik pak een Elle en plof neer. Om me heen zitten mensen te mopperen dat het zo lang duurt en dat al die patiënten die in bedden liggen steeds voorgaan, verdorie. Ze zitten al minstens een uur te wachten en er wordt niemand opgeroepen. Oké, denk ik, dan ga ik die Elle maar eens fijn van voor tot achter uitpluizen.

"Mevrouw Adema, meneer Verkerk en meneer Van der Zande?" Een verpleegkundige kijkt over haar klembord heen de wachtkamer in. Onrustig geschuifel en gemompel. Drie mensen in één keer? Dat schiet op! Vijf minuten later is de verpleegkundige er weer: "Meneer Visser, mevrouw Van Dongen en mevrouw De Vries." De wachtkamer is in één klap bijna leeg.

Ik loop achter de verpleegster aan. Die loodst eerst meneer Visser een hokje in, met aan beide kanten een deur. "Doe uw broek maar uit, dan kom ik zo vanaf de andere kant bij u." De deur ernaast is voor mevrouw Van Dongen. En in het hokje daar weer naast mag ik. Ik krijg dezelfde instructies als mijn twee voorgangers. M'n spijkerbroek hang ik aan een haak en gedwee ga ik op het koude krukje zitten.

Intussen hoor ik de deur van het hokje naast me open gaan. Meneer Visser is aan de beurt. Kennelijk zit de röntgenruimte meteen hierachter, want ik kan alles woord voor woord volgen. "Gaat u maar op uw rug liggen. Met uw tenen naar elkaar toe. Zo ja." En klaar is de foto. Meneer Visser verdwijnt weer in het hokje naast mij. Ik hoor de deur van mevrouw Van Dongen open gaan. "Ja, met uw tenen naar elkaar toe", klinkt het nog een keer. Dan ben ik aan de beurt. Nog voordat de verpleegster goed en wel is begonnen aan haar uitleg, lig ik al met mijn tenen naar elkaar toe op de tafel. 't Is me een fraai staaltje lopende bandwerk, hier in het ziekenhuis.

Geen breuk, gelukkig. Ook geen schade aan pezen en banden. Wel veel kneuzingen. En er zit nog wat vocht in de knie waarop ik gevallen ben. Als dat eruit is, "ik denk over een dag of twee", mag ik weer rustig gaan trainen. Blauw, geel, groen en paars zal ik nog wel even blijven. Vooral dat ei op m'n dij. "Dat gaat uitzakken", voorspelt de sportarts. "Over twee weken zit het tot aan je kuit, let maar op." Mooi is dat. Maar vooruit. Het had veel erger kunnen zijn.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

<< Startpagina