donderdag 26 maart 2009

Tranen met tuiten

Na vijfenzeventig kilometer door de stortregen voelde ik mijn handen en voeten niet meer. M'n wangen deden pijn van de scherpe druppels. Mijn spieren waren stijf. En ik moest plassen, sinds Bunschoten-Spakenburg al. Maar ik had besloten om van Hilversum naar huis te fietsen, dus dat zou ik doen ook. Al zag het station van Nijkerk er wel verleidelijk uit. Net als het station van Putten een poosje later. En dat van Nunspeet, nog weer verderop.

Niet aanstellen. Doorrijden. En vlug ook, want het werd zo donker. 't Harde, Wezep, thuis. Een klein stukje nog. Maar hee, wat voelde ik...? Oh nee. Lek. Gelukkig had ik een reservebandje. Maar mijn handen waren ín hun handschoenen al zo koud. Het begon te schemeren. En ik moest nog steeds plassen, nodig ook.

Handschoenen uit. Band eraf. Moeizaam. Ongevoelige handen, meteen pikzwart van het remblokjes-smeer op m'n velg. Ik moest vriend J. bellen, want het werd later. De schemering zette nu echt in. Mijn handen bewegen ging bijna niet meer. Laat staan dat ik mijn mobiel kon pakken. Of de lekke band in mijn achterzakje kon opvouwen. Die hangt nu ergens in het bos tussen Nunspeet en 't Harde. Ik moest zo vreselijk nodig plassen. En ik bevroor.

Binnenbandje erin. De buitenband erop gewrot, vingertoppen kapot. Pompen. Dat lukte, tussen het rillen door. Inmiddels was het bijna donker. Wat wenste ik dat vriend J. mij zou bellen, want opnemen ging wel met het knopje aan mijn oordopjes. Hij belde niet. Op de fiets. Klappertandend. Vanwege het zadel hoefde ik even iets minder nodig te plassen. Door het donker werden de fietspaddestoelen moeilijk leesbaar. Hoe kwam ik in 't Harde, verdorie? Steeds weer stoppen, om te kijken. Zere handen. Zere voeten. Waar was nou dat station? "Die kant op, maar het is nog heel ver", hielp een stel hangjongeren me.

Dingdingdingding. Trein net weg. Twintig minuten wachten. Vriend J., bel nou alsjeblieft... Ik kreeg m'n handschoenen niet uit. En kon m'n plas bijna niet meer ophouden. Gevoelloze vingers toetsten m'n pincode. Treinkaartje. Rillen, rillen, rillen. Telefoon. "Liefje, waar blijf je nou? Het is al donker. De boerenkool staat klaar!"

BOEHOEHOEHOEHUUUUUU! Tranen met tuiten. Vriend J. schrok zich te pletter, dacht op z'n minst dat ik met een gebroken been in het bos lag, of erger. "Dames en heren, de stoptrein naar Zwolle vertrekt over enkele minuten." Ogen dicht, armen strak om mezelf heen. Nog even.

4 reacties:

Anonymous Anoniem zei...

Och liefje toch, wat ben je soms ook een aap! Kan me het zó goed voorstellen; helemaal kapot, lichamelijk en geestelijk, en dan een lieve stem aan de andere kant van de lijn die zegt dat de boerenkool klaar staat... Laat je nou net zin hebben gehad in hutspot! ;)
Weer lekker opgewarmd thuis?

Dikke tuut uut Enschede, L.

26 maart 2009 14:43  
Blogger Ulrike zei...

Zo, ik hoop dat er ook een warm badje en bedje voor je klaar stond. Maar toch: chapeau! Of baal je nu nog steeds dat je het net niet helemaal tot het eind hebt gehaald? (ik ken je wel een klein beetje...)

26 maart 2009 14:52  
Blogger Mandarijn zei...

@L.: het bad was vol toen ik thuis kwam, J. ging intussen m'n fiets schoonmaken (ook zo lief) en de boerenkool was nog warm.
@Ulrike: ditmaal zat ik er echt helemaal niet over in dat ik het niet tot het eind gehaald heb...

27 maart 2009 02:42  
Anonymous Anoniem zei...

En dan te bedenken dat de meeste supermarkten in Alkmaar de boerenkool als winterkost al in de ban hebben gedaan.
Bibberende bofferd.

27 maart 2009 11:40  

Een reactie plaatsen

<< Startpagina