Vrouwen en fietsen
gewicht 64,2 - ochtendpols 51 - gesport: 3,5 uur wegtraining met de ploeg
Op zaterdag trainen we altijd met de ploeg. Ik vind het nog steeds hilarisch: een groepje meiden met een auto erachteraan, met daarin de trainer, de ploegleider en een reusachtige thermoskan hete thee. We trekken heel wat bekijks.
Natuurlijk hebben we wel eens pech onderweg. Een lekke band wordt snel opgelost met een reservewiel, dat ook in de auto ligt. Dat is nog eens wat anders dan dat gehannes met een reserveband en een handpompje. Ik ben er nog steeds niet bedreven in. Daar kan ik niks aan doen. Het is de schuld van de mannen waar ik altijd mee fietste, die steevast galant het klusje klaarden als ik lek gereden was.
Er gebeurt ook wel eens was anders. Zo draaide ploeggenoot B. haar ene trapper eraf. Niets aan de hand, zei ze, dat was haar al eens vaker overkomen. Ze vroeg de trainer, die de auto langs de kant had gezet en was toegesneld, heel stoer om een inbussleutel. Een inbussleutel. Dat had ik niet geweten. Natuurlijk heb ik wel eens van zo'n ding gehoord, maar wat je er precies mee doet...
Geroutineerd ging B. aan de slag en binnen de korste keren riep ze: "klaar!" We konden verder. B. klikte haar ene schoen in haar ene pedaal en strekte haar been om haar andere schoen ook vast te klikken. Maar ze trapte in het luchtledige. Waar was haar vers vastgedraaide pedaal nou gebleven? Niet waar 'ie hoorde te zitten.
Wat bleek? B. had haar trappers per ongeluk in een hoek van negentig graden vast gedraaid. Zelden zoiets idioots gezien.
Zo lang de fietsen heel blijven, is er niets aan de hand en lijken we net echte wielrenners. Maar bij een technisch mankement zijn vrouwen toch maar een stelletje klunzen, hoor.
Op zaterdag trainen we altijd met de ploeg. Ik vind het nog steeds hilarisch: een groepje meiden met een auto erachteraan, met daarin de trainer, de ploegleider en een reusachtige thermoskan hete thee. We trekken heel wat bekijks.
Natuurlijk hebben we wel eens pech onderweg. Een lekke band wordt snel opgelost met een reservewiel, dat ook in de auto ligt. Dat is nog eens wat anders dan dat gehannes met een reserveband en een handpompje. Ik ben er nog steeds niet bedreven in. Daar kan ik niks aan doen. Het is de schuld van de mannen waar ik altijd mee fietste, die steevast galant het klusje klaarden als ik lek gereden was.
Er gebeurt ook wel eens was anders. Zo draaide ploeggenoot B. haar ene trapper eraf. Niets aan de hand, zei ze, dat was haar al eens vaker overkomen. Ze vroeg de trainer, die de auto langs de kant had gezet en was toegesneld, heel stoer om een inbussleutel. Een inbussleutel. Dat had ik niet geweten. Natuurlijk heb ik wel eens van zo'n ding gehoord, maar wat je er precies mee doet...
Geroutineerd ging B. aan de slag en binnen de korste keren riep ze: "klaar!" We konden verder. B. klikte haar ene schoen in haar ene pedaal en strekte haar been om haar andere schoen ook vast te klikken. Maar ze trapte in het luchtledige. Waar was haar vers vastgedraaide pedaal nou gebleven? Niet waar 'ie hoorde te zitten.
Wat bleek? B. had haar trappers per ongeluk in een hoek van negentig graden vast gedraaid. Zelden zoiets idioots gezien.
Zo lang de fietsen heel blijven, is er niets aan de hand en lijken we net echte wielrenners. Maar bij een technisch mankement zijn vrouwen toch maar een stelletje klunzen, hoor.


0 reacties:
Een reactie plaatsen
<< Startpagina