Lichamelijke geschiktheid: ok
gewicht 65,0 - ochtendpols 50 - gesport: 's ochtends inspanningstest, 's middags 2 uur duurtraining op racefiets (57 km)
Ik kan topsporter worden. Lichamelijk gezien dan. Sterker nog, eigenlijk voldoet mijn lijf al aan de criteria van een goede wielrenster. Dat verraste zowel mij als sportarts Guido Vroemen, bij wie ik vanochtend een uitgebreide sportmedische keuring onderging en een maximaaltest deed.
We begonnen met de standaarddingetjes: een teststaafje in mijn jampot met ochtendurine ("je had echt niet het hele potje hoeven volplassen hoor, ik heb maar een klein beetje nodig") om op suiker, eiwit en bloed te testen. Dat moet niet in urine zitten. Gelukkig had ik 't potje goed schoon gewassen: er zat niets in mijn plasje dat er niet in hoorde.
Guido prikte m'n bloed, luisterde naar m'n hart en mat m'n bloeddruk. Hij deed een huidplooimeting, waaruit bleek dat ik een 'atletisch' vetpercentage van 19,9% heb. Mijn ideale wedstrijdgewicht is volgens hem zo'n 63 kilo. Maar in de winter is 65 kilo prima. Als ik nu al te 'droog' zou zijn, heb ik in de zomer geen reserves. Een hele geruststelling dat ik niet af hoef te vallen. En ik moet nu ook eindelijk dat stomme idee dat ik te dik ben maar eens uit m'n hoofd zetten...
Na de huidplooimeting moest ik blazen in een apparaat dat m'n longfunctie bepaalde. Die bleek erg goed: mijn longinhoud is 126% ten opzichte van 'normaal'. En dat terwijl ik nog steeds loop te snotteren en te hoesten.
En tot slot kwam de inspanningstest. Op een fiets, m'n hele bovenlichaam beplakt met stickers voor een hartfilmpje en een kapje over m'n neus en mond waarmee Guido mijn zuurstofopname kon meten. Om de minuut schroefde hij het wattage dat ik moest trappen een beetje op.
Het duurde niet lang of ik zat te zweten als een otter. Drup, drup op de grond. Ik wilde helemaal dood gaan op die fiets. Maar du moment dat ik echt niet meer kon en m'n benen stil hield, zat ik meteen enorm te balen: ik had best nog even door gekund...
Hierbij de statistieken.
Maximale hartslag: 184.
Maximale zuurstofopname: 62 ml/min/kg, dat is heel hoog.
Maximaal getrapt: 341 watt, dat is 5,25 keer m'n lichaamsgewicht.
"Als je dit vergelijkt met de top van het vrouwenwielrennen, dan zit jij daar tussen", constateerde Guido (wat zegt ie...?). "De snelste rensters trappen 5,5 keer hun lichaamsgewicht weg. (WAUW!) Die hoge zuurstofopname geeft je nog wat extra: je verzuurt niet snel, dus kun je lang een hoog tempo blijven rijden."
Maar wielrennen is meer dan hard fietsen, houdt fietsmattie X. me altijd voor. Of, zoals Guido zei: "Naast hard fietsen is wielrennen techniek, psyche en lef. Dus daar zal het ook aan liggen of je ver komt."
"Toch", vervolgde Guido, "kom ik niet vaak een vrouw tegen die pas twee jaar fietst en dan zo ver komt tijdens een inspanningstest. En ook nog zo'n hoge zuurstofopname! Dat is best bijzonder." Het is geen verdienste, want ik fiets nu eenmaal zo. Maar een klein beetje trots ben ik toch wel.
Goed. Ik kan dus doorgaan met m'n onderzoek. Maar nu ben ik er nog steeds niet uit of het wielrennen of mountainbiken gaat worden. Ook daar heb ik Guido over geraadpleegd. "Kun je sprinten? Want alleen als je kunt sprinten, heb je kansen. Vrouwenkoersen eindigen immers meestal in een sprint. Als je daar niet goed in bent, kun je misschien beter gaan mountainbiken."
Kan ik sprinten? Ik sprint wel eens, maar alleen tegen mannen. Dat verlies ik altijd. Of ik kan sprinten tegen vrouwen? Geen idee.
Ja kut zeg. Weer een vraagstuk erbij.
Ik kan topsporter worden. Lichamelijk gezien dan. Sterker nog, eigenlijk voldoet mijn lijf al aan de criteria van een goede wielrenster. Dat verraste zowel mij als sportarts Guido Vroemen, bij wie ik vanochtend een uitgebreide sportmedische keuring onderging en een maximaaltest deed.
We begonnen met de standaarddingetjes: een teststaafje in mijn jampot met ochtendurine ("je had echt niet het hele potje hoeven volplassen hoor, ik heb maar een klein beetje nodig") om op suiker, eiwit en bloed te testen. Dat moet niet in urine zitten. Gelukkig had ik 't potje goed schoon gewassen: er zat niets in mijn plasje dat er niet in hoorde.
Guido prikte m'n bloed, luisterde naar m'n hart en mat m'n bloeddruk. Hij deed een huidplooimeting, waaruit bleek dat ik een 'atletisch' vetpercentage van 19,9% heb. Mijn ideale wedstrijdgewicht is volgens hem zo'n 63 kilo. Maar in de winter is 65 kilo prima. Als ik nu al te 'droog' zou zijn, heb ik in de zomer geen reserves. Een hele geruststelling dat ik niet af hoef te vallen. En ik moet nu ook eindelijk dat stomme idee dat ik te dik ben maar eens uit m'n hoofd zetten...
Na de huidplooimeting moest ik blazen in een apparaat dat m'n longfunctie bepaalde. Die bleek erg goed: mijn longinhoud is 126% ten opzichte van 'normaal'. En dat terwijl ik nog steeds loop te snotteren en te hoesten.
En tot slot kwam de inspanningstest. Op een fiets, m'n hele bovenlichaam beplakt met stickers voor een hartfilmpje en een kapje over m'n neus en mond waarmee Guido mijn zuurstofopname kon meten. Om de minuut schroefde hij het wattage dat ik moest trappen een beetje op.
Het duurde niet lang of ik zat te zweten als een otter. Drup, drup op de grond. Ik wilde helemaal dood gaan op die fiets. Maar du moment dat ik echt niet meer kon en m'n benen stil hield, zat ik meteen enorm te balen: ik had best nog even door gekund...
Hierbij de statistieken.
Maximale hartslag: 184.
Maximale zuurstofopname: 62 ml/min/kg, dat is heel hoog.
Maximaal getrapt: 341 watt, dat is 5,25 keer m'n lichaamsgewicht.
"Als je dit vergelijkt met de top van het vrouwenwielrennen, dan zit jij daar tussen", constateerde Guido (wat zegt ie...?). "De snelste rensters trappen 5,5 keer hun lichaamsgewicht weg. (WAUW!) Die hoge zuurstofopname geeft je nog wat extra: je verzuurt niet snel, dus kun je lang een hoog tempo blijven rijden."
Maar wielrennen is meer dan hard fietsen, houdt fietsmattie X. me altijd voor. Of, zoals Guido zei: "Naast hard fietsen is wielrennen techniek, psyche en lef. Dus daar zal het ook aan liggen of je ver komt."
"Toch", vervolgde Guido, "kom ik niet vaak een vrouw tegen die pas twee jaar fietst en dan zo ver komt tijdens een inspanningstest. En ook nog zo'n hoge zuurstofopname! Dat is best bijzonder." Het is geen verdienste, want ik fiets nu eenmaal zo. Maar een klein beetje trots ben ik toch wel.
Goed. Ik kan dus doorgaan met m'n onderzoek. Maar nu ben ik er nog steeds niet uit of het wielrennen of mountainbiken gaat worden. Ook daar heb ik Guido over geraadpleegd. "Kun je sprinten? Want alleen als je kunt sprinten, heb je kansen. Vrouwenkoersen eindigen immers meestal in een sprint. Als je daar niet goed in bent, kun je misschien beter gaan mountainbiken."
Kan ik sprinten? Ik sprint wel eens, maar alleen tegen mannen. Dat verlies ik altijd. Of ik kan sprinten tegen vrouwen? Geen idee.
Ja kut zeg. Weer een vraagstuk erbij.


3 reacties:
Dikke tering. Tjongejonge. Ongelofelijk.
Ik benijd vriend J.
En dan niet om het fietsen. Een vrouw in zo'n conditie.......
hahahahahahahaha
Oh. Marijn de Vries. Wat ben ik verschrikkelijk trots op jou!
Hoi Marijn,
Ik zie dat wij beide een min of meer gelijk avontuur op dezelfde dag begonnen zijn!
Ik vind je posts leuk om te lezen en vind ze regelmatig erg herkenbaar. Ga zo door!
Groeten,
Sven
Een reactie plaatsen
<< Startpagina