Bloemen op m'n schoenen
Het leek wel pakjesavond, zaterdagavond bij broer R. in z'n nieuwe huis. Ik had mijn kledingpakket voor komend seizoen gekregen en alles door zijn woonkamer uitgestrooid.
Vriend J. keek spijtig toe hoe het ene na het andere roze gebloemde item tevoorschijn kwam. Roze kleding, die kon hij toch moeilijk confisqueren.
Hoewel... toen ik gisterochtend terug kwam van mijn duurtraining, stond hij net op het punt te vertrekken voor een eigen rondje fietsen. En wat prijkte daar om zijn hals? Juist. Mijn nieuwe (!) roze gebloemde buff, die ik zelf nog niet eens gedragen had (!!) en die had hij zonder te vragen (!!!) gepakt.
(Voor de niet-wielrenners onder ons: een buff is een multifunctioneel stuk textiel, in de vorm van een... eh... 'buis'. Je kunt 'm onder andere gebruiken als muts, als haarband of als sjaal. Hij past makkelijk onder je helm, is lekker warm in de winter en neemt zweet op in de zomer.)
J. had de buff notabene ook nog binnenstebuiten om z'n hals gedaan, zodat je de bloemetjes niet zo goed zag. Ja zeg. Ammehoela. Gelukkig zijn mijn andere kledingstukken niet zo gemakkelijk binnenstebuiten aan te trekken. Tenminste, ik zie vriend J. niet snel in een broek met de zeem naar buiten fietsen. Overigens zou dat niks uitmaken: de broeken zijn ook aan de binnenkant roze.
Maar. Nog even terug naar de inhoud van de tas. Oege en buuv I. worden namelijk op hun wenken bediend: er zaten ook speciale overschoentjes in.
(Wij wielrenners dragen vaak hoezen over onze schoenen, beste niet-wielrenners. Dikke hoezen als het koud is, waterdichte hoezen als het nat is en mooie hoezen tijdens wedstrijden. Die dingen worden 'overschoenen' genoemd.)
De overschoentjes zijn niet roze, maar zoals u ziet wél geheel in stijl. Klik vooral op de foto om ze eens goed en detail te kunnen bekijken. Zijn ze niet prachtig?
Dikke mist
Hoe dichter ik bij Dordrecht kwam, hoe mistiger het werd gisteren. Eenmaal op het parcours van De Mol reden we door een dikke witte brij. Je kon de volgende bocht niet eens zien. Interessante omstandigheden voor het eerste trainingskoersje van het jaar.
Mist verstilt. Het lijkt wel of er buiten jou en je directe omgeving geen wereld meer bestaat. Naast weinig zicht is er ook altijd weinig geluid als het mist. Een bijzondere ervaring tijdens het wielrennen, kan ik u verzekeren, zeker in de wetenschap dat er ruim honderddertig andere renners op het parcours waren. Waarvan je dus maar een handjevol zag.Na de eerste onwennige rondjes merkte ik dat ik lekker op m'n fiets zat. Het voelde goed. Ik kon het nog. Ik had er lol in, zat zelfs dom te grijnzen op m'n fiets.
Steeds en steeds hetzelfde rondje; dan merk je ieder rondje weer wat lekker loopt en wat niet. Het bultje liep lekker. De bochten, allemaal naar links, liepen steeds lekkerder. Het tempo liep lekker. Uiteraard waren er ook honderdduizend dingen aan te merken, maar voor een eerste trainingswedstrijdje was ik tevreden.
En de spierpijn in m'n nek, vooral aan de linkerkant na zeker honderdvijftig bochtjes naar links: ach, die gaat wel weer over.
Incognito
Vanmorgen sjeesde ik weer eens op mijn vouwfietsje door Amsterdam. Van het station naar studio De Plantage. Het was druk: fietsers overal (de Grote Stad is natuurlijk al snel druk voor een provincietrutje als ik).
Ik reed op mijn kleine tweewielertje iedereen voorbij. Dat doe ik altijd. Ik denk daar verder niet zo over na, ik fiets gewoon graag lekker door.
Maar dat viel vanochtend kennelijk op. Tot drie keer toe haalde ik gehaaste mannen in, die zwoegend op hun grote mannenfietsen met vierentwintig versnellingen over het fietspad denderden. Ze keken stuk voor stuk stomverbaasd omlaag, naar dat onderdeurtje op haar kleine vouwfiets dat daar even voorbij flitste.
Eentje kwam me zelfs hevig bellend weer achterop, toen er even een kleine opstopping was. Hij wilde inhalen, hijgde hij in m'n nek. En snel een beetje. Hij had haast, namelijk. Toen de opstopping oploste, spande ik m'n beenspieren en trapte weer verder. Heel die bellerd niet meer gezien. Gelost.Tja. Wielrenster incognito. Dan krijg je dat.
Voorjaar!
Het gaat beginnen. Overmorgen. Dan worden de eerste trainingskoersjes gereden - mits het niet sneeuwt of ijzelt. 'Voorjaarscompetitie' noemen ze dat dan, ook al is het nog lang geen lente.Vorig jaar stond ik als volstrekt groentje aan de start. Oefenen voor de eerste echte wedstrijden. Dit jaar ben ik roze, professioneel, maar ik voel me nog steeds groen.
Ik vind het spannend, weer koersen. Sinds mijn schouderblessure heb ik geen echte wedstrijd meer gereden. Kan ik het nog? Voel ik me meteen veilig tussen de wielen? Heb ik genoeg getraind deze winter?Het lekkere van trainingskoersjes is dat je je meet met mannen (u leest het goed, niet-wielerkenners: wij vrouwen rijden in deze tijd van het jaar tussen de mannen. In wedstrijdjes lekker dicht bij huis).
Het voordeel van tussen mannen rijden: ze zijn (meestal) hoffelijk voor het handjevol vrouwen dat meerijdt. Ze zullen je in ieder geval niet snel een beuk geven, of snijden. En ze gaan hard. Dus je weet: als je met hen mee kunt komen, dan zit het met de vorm wel goed.We gaan het zien. Ik ben er klaar voor.
Olé voor de cardio-tv
Mijn sportschool heeft nieuwe cardio-apparaten. Met ingebouwde tv's. Fantastic!
Toegegeven: mijn sportschool liep gewoon enorm achter. Cardio-apparaten met tv's zijn immers gemeengoed. Net als sauna's in sportscholen. Heeft de mijne ook niet.
Mijn sportschool is klein maar fijn. Er lopen niet van die kijk-eens-hoe-waanzinnig-gespierd-en-woest-aantrekkelijk-ik-eruit-zie-patsers en zien-jullie-mijn-strakke-kontje-wel-huppels rond. Je kunt er gewoon lekker sporten. De sfeer is er relaxt en de mensen zijn aardig. Als ik een wegtrekker krijg, mag ik een energiereepje op de pof. Waar vind je dat nog? Dat ik 't in ruil daarvoor zonder de meest moderne apparatuur moest doen nam ik op de koop toe.
Maar oh, wat een verbetering zijn deze apparaten! De crosstrainer is mijn favoriet. Er zijn ook loopbanden, maar lopen doe ik liever buiten. En er zijn natuurlijk fietsen. Maar hemel, wat zitten die krengen slecht... Veel te rechtop, beroerde zadels. Nee, dan de crosstrainer. Anderhalf uur achter elkaar? Ik verveel me geen minuut meer.
Ik heb de hele middag slechte series gekeken. Eerst Net Wijf. Heerlijk. Oeroude afleveringen van ER, Grey's Anatomy en What About Brian. En natuurlijk Will&Grace. En daarna Oprah op RTL4, de kerstaflevering, met al die fijne X-mas songs met my dear friend from Italy Andrea Bocelli, die bij iedere hug van Oprah verlekkerd grijnsde. Daarna natuurlijk Dr. Phil. En als toetje Jamie Oliver, die geen lam durfde te slachten. Daar kreeg ik honger van. Maar ik moest nog even roeien. Zonder tv. Dan duren vijftien minuten ineens weer een eeuw.
Mijn racefiets staat al weken weg te kwijnen in de gang. Smachtend wachtend op smeltende sneeuw. Maar er vallen as we speak opnieuw vlokken buiten. Wat een leed. Gelukkig maakt Cityfit de pijn in deze druilerige dagen waarop toch geduurtraind moet worden een beetje draaglijk. Wat zeg ik? Zeer draaglijk!
Nog maar 9 dagen snertweer
Fuck Polar
Zet u schrap, ik moet even schelden op Polar, het bedrijf waar mijn hartslagmeter vandaan komt.
POLAR, ONGELOOFLIJK KUTBEDRIJF DAT JE D'R BENT!
Zo. Dat lucht op.
Ik kreeg mijn Polar hartslagmeter vorig jaar van mijn lieve vriend J. Een superdeluxe exemplaar en derhalve een nogal duur kado, maar onontbeerlijk als je trainingsschema's volgt. Want de eenvoudigste manier om in de gaten te houden of je effectief traint, is op je hartslag letten. U begrijpt, mijn hartslagmeter en ik zijn onafscheidelijk.
Het is ook belangrijk om bij te houden hoe je trainingen vorderen. Daarom leverde Polar een fijn softwarepakketje bij de hartslagmeter, om iedere training op te slaan in de computer.
Maar.
De hartslagmeter kan alleen verbinding maken met mijn laptop via de infraroodpoort. De infraroodpoort? Ik zoeken... Laptop op de zijkant, laptop op de kop, laptop binnenstebuiten: nergens te vinden. Alleen maar usb-poorten en bluetooth-opties.
Navraag leerde me dat het geen wonder is dat mijn laptop geen infraroodpoort heeft, want die worden sinds 1981 of zo niet meer in computers gebouwd.
Dus.
Kennelijk denken ze bij Polar dat wielrenners graag een hypermoderne hartslagmeter hebben met alle denkbare opties (je kunt er alleen niet mee bellen, verder kan het ding zo'n beetje alles), maar dat ze computeren op een apparaat uit het stenen tijdperk, met WordPerfect 2.1 en Pong. En met een infraroodpoort.
Een rondje googelen leerde me dat er gelukkig een oplossing is voor modernere wielrenners met een nieuwe laptop. Er bestaan speciale Polar infrarood usb-sticks. Briljant!
Ik zoeken in het doosje van mijn hartslagmeter. Alles was er immers bij geleverd: hartslagband, snelheidssensor, cadanssensor, kleine tie-wraps om de sensoren vast te maken en het cd-rommetje met de software. De infrarood usb-stick zou er dan ook wel bij zitten, dacht ik.
Niet dus.
Je moet die speciale infrarood usb-stick van Polar er apart bij kopen. Erbij kopen! Bij een apparaat van om en nabij de 300 euro met alles erop en eraan! En als u nu denkt dat die stick een tientje kost, dan heeft u dat mooi mis.
Nee.
Die stick kost 50 euro. VIJF-TIG EURO! Voor een stomme tering usb-stick waar je niet omheen kunt omdat Polar zo achterlijk is het oeroude infraroodsysteem in zijn hypermoderne hartslagmeters niet te vervangen door iets moderners!
Weet u waar ik dit naar vind rieken? Naar pure geldklopperij. De hartslagmeter bevalt goed, maar wat vind ik Polar ineens een onsympathiek bedrijf.
Gelukkig zijn er ook infrarood usb-sticks van andere merken voor normale prijzen. Dus fuck Polar.